Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6405Zaaknummer 12067822 \ CV EXPL 26-246
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12067822 \ CV EXPL 26-246
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing geldvordering in conventie voor verrichte laswerkzaamheden. Vordering gedeeltelijk verrekend met vordering tot betaling (vervangende) schadevergoeding wegens het niet volledig uitvoeren van overeengekomen werkzaamheden (6:87 BW) (6:127 BW). Gedaagde mocht de betaling opschorten tot het moment van verrekening. Afwijzing vordering tot betaling schadevergoeding in reconventie.
6 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt Fiber Connect om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 3.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 19 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fiber Connect om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 485,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 27 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fiber Connect in de proceskosten van € 1.288,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fiber Connect niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Fiber Connect tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
wijst de vorderingen van Fiber Connect af,
veroordeelt Fiber Connect in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [partij A] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.(mb)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
ARECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12067822 \ CV EXPL 26-246
Vonnis van 13 oktober 2026
in de zaak van
[partij A],
te [woonplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: mr. D. Swildens,
tegen
FIBER CONNECT B.V.,
te Kampen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Fiber Connect,
gemachtigde: mr. R.M. Bok.
1 De zaak en het oordeel in het kort
[partij A] heeft als glasvezellasser werkzaamheden uitgevoerd op een project van Fiber Connect. In deze procedure vordert hij betaling van (een deel van) zijn facturen voor die werkzaamheden. Fiber Connect vindt dat de vordering afgewezen moet worden omdat zij door [partij A] schade heeft geleden en zij de vordering van [partij A] daarmee heeft verrekend. Fiber Connect vordert in reconventie betaling van het (restant) van de schade. De kantonrechter zal de vordering van [partij A] in conventie gedeeltelijk toewijzen en de vordering van Fiber Connect in reconventie afwijzen. De kantonrechter legt dat oordeel hierna uit.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 9 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
[partij A] drijft een eenmanszaak in het aanleggen en onderhouden van glasvezelnetwerken. Fiber Connect drijft een onderneming gericht op onder andere het aanleggen van telecommunicatiekabels en het installeren van hardware en draadloze verbindingen.
Fiber Connect heeft [partij A] vanaf 25 juni 2024 als onderaannemer ingeschakeld om werkzaamheden te verrichten als glasvezellasser op het project ‘[project]’, dat zij uitvoerde voor BAM Telecom B.V. (hierna: BAM).
Voor de werkzaamheden zijn partijen vaste tarieven overeengekomen van € 400,- voor het lassen van een distributiepunt en € 300,- voor het lassen van een lade. [partij A] factureerde wekelijks voor zijn werkzaamheden en Fiber Connect heeft de facturen van [partij A] tot 13 maart 2025 volledig voldaan, maar heeft de latere facturen van 13, 21 en 28 maart 2025 en de factuur van 3 april 2025, met een totaal van € 6.400,-, niet betaald.
Eind 2024 heeft Fiber Connect [partij A] telefonisch verzocht om de door BAM vereiste meetgegevens van zijn werkzaamheden aan te leveren. [partij A] heeft in dat gesprek gereageerd dat het opslaan en aanleveren van meetgegevens geen onderdeel is van de overeengekomen (en reeds gefactureerde) werkzaamheden, waarna Fiber Connect hem heeft medegedeeld dat die werkzaamheden wel onderdeel zijn van de overeenkomst en dat [partij A] daar ook voor heeft getekend.
[partij A] heeft naar aanleiding van een Whatsapp-gesprek op 9 januari 2025, een OTDR-meetapparaat (hierna OTDR) bij Fiber Connect opgehaald om de gevraagde metingen alsnog gaan te verrichten. [partij A] heeft dat uiteindelijk niet gedaan.
Bij e-mail van 3 april 2025 heeft de heer [naam 1] (bestuurder van Fiber Connect) het volgende aan [partij A] gestuurd:
“Wanneer kunnen wij de meetgegevens van jou ontvangen van de project [project]. Wij geven je 2 weken de tijd om het als nog aan te leveren anders zijn wij genoodzaakt om het een storingsploeg het te laten uitvoeren en de kosten worden dan verrekend met je laatste werkzaamheden die je hebt uitgevoerd en ontvang je je laatste inkooporder na inlevering van de otdr.”
[partij A] heeft daarop op dezelfde dag per e-mail (samengevat) gereageerd dat nooit is overeengekomen dat meetgegevens aangeleverd moesten worden en dat Fiber Connect het in de overeenkomst had moeten opnemen als ze had gewild dat [partij A] voor de overeengekomen bedragen ook meetbestanden zou opslaan en aanleveren.
4 Het geschil
in conventie
[partij A] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:
I. Fiber Connect te veroordelen tot betaling van € 6.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de vervaldata van de facturen,
II. Fiber Connect te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 695,- te vermeerderen met de wettelijke rente,
III. Fiber Connect te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente,
Fiber Connect voert verweer. Fiber Connect concludeert in conventie primair tot niet-ontvankelijkheid van [partij A], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij A], en concludeert in conventie subsidiair indien en voorzover geoordeeld wordt dat de vorderingen van [partij A] (deels) voor toewijzing in aanmerking komen, voor recht te verklaren dat Fiber Connect haar betalingsverplichting rechtsgeldig heeft opgeschort en het door [partij A] gevorderde door verrekening volledig teniet is gegaan.
in reconventie
Fiber Connect vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad primair [partij A] te veroordelen om aan Fiber Connect € 19.005,30 te betalen en subsidiair, indien en voorzover geoordeeld wordt dat de vorderingen van [partij A] deels voor toewijzing in aanmerking komen, [partij A] te veroordelen om na verrekening aan Fiber Connect te betalen een bedrag van € 12.605,30 en zowel in conventie als in reconventie [partij A] te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.
[partij A] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Fiber Connect, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Fiber Connect in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5 De beoordeling
In deze zaak moeten de vragen beantwoord worden of Fiber Connect de facturen van [partij A] moet voldoen en of Fiber Connect een (verrekenbare) tegenvordering heeft, en zo ja, hoe hoog die vordering van Fiber Connect is. Omdat de vorderingen (en het verweer) in conventie en reconventie nauw met elkaar verweven zijn, zal de kantonrechter die hierna gezamenlijk behandelen.
in conventie en reconventie
De overeengekomen werkzaamheden
[partij A] vordert betaling van vier facturen met een totaalbedrag van € 6.400,- voor de werkzaamheden die hij als glasvezellasser voor Fiber Connect heeft verricht. Tussen partijen is niet in geschil dat [partij A] het werk deugdelijk heeft verricht, maar partijen verschillen van mening over de omvang van de door [partij A] te verrichten werkzaamheden voor de vaste tarieven van € 400,- voor het lassen van een distributiepunt en € 300,- voor het lassen van een lade. Verder voeren beide partijen aan dat de afspraken grotendeels mondeling zijn gemaakt en zijn zij het erover eens dat de door [partij A] overgelegde aanneemovereenkomst niet de daadwerkelijke afspraken tussen partijen behelst omdat die later is opgesteld en ondertekend om aan te tonen dat er geen sprake is van een verkapt dienstverband.
Volgens [partij A] bestonden zijn werkzaamheden uit het lassen van glasvezels en het controleren van die werkzaamheden doormiddel van relatief snelle ‘doorprik-metingen’. Fiber Connect betwist dat. Volgens Fiber Connect is onderdeel van de overeenkomst tussen partijen dat [partij A] voor het overeengekomen tarief (en dus de reeds door [partij A] gefactureerde bedragen) metingen zou verrichten met een OTDR én de SOR-bestanden van die metingen zou opslaan en aanleveren aan Fiber Connect. Die bestanden zijn voor Fiber Connect van essentieel belang omdat zij die weer aan haar opdrachtgever BAM moet verstrekken. Ter onderbouwing verwijst zij naar het ‘start-werk document’ van opdrachtgever BAM, waarin onder het kopje ‘kwaliteit’ in artikel 42. en 43. is opgenomen dat laswerk moet worden nagemeten en dat metingen van laswerk opgeslagen en aangeleverd moeten worden. Dat die verplichting tot het opslaan en aanleveren van de meetgegevens uit het document volgt, betwist [partij A] als zodanig niet, maar hij betwist wel dat het ‘start-werk document’ met hem is besproken, aan hem is verstrekt of dat hij daarvoor heeft getekend.
Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende vast komen te staan dat [partij A] op basis van de overeenkomst kon volstaan met het verrichten van ‘doorprik-metingen’. Ter onderbouwing van zijn standpunt voert [partij A] aan dat het verrichten van ‘doorprik-metingen’ gebruikelijk is in de branche, maar daar volgt de kantonrechter hem niet in omdat Fiber Connect dat standpunt gemotiveerd betwist. Fiber Connect voert aan dat juist het opslaan en aanleveren van SOR-bestanden gebruikelijk is, omdat in het geval van een storing in het netwerk of een nameting door een zogenaamde ‘HAS-ploeg’, aangetoond kan worden dat de laswerkzaamheden op dat punt in het netwerk op de juiste manier zijn verricht en de gelaste lades of distributiepunten, die onder de grond liggen, niet weer opengelegd hoeven te worden.
De kantonrechter volgt [partij A] ook niet in zijn stelling dat uit factuur [factuurnummer] volgt dat hij het opslaan en aanleveren van meetbestanden als meerwerk mocht factureren en die werkzaamheden daarom geen onderdeel waren van de overeenkomst. Beide partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling namelijk verklaard dat factuur [factuurnummer] waar [partij A] naar verwijst, zag op een zogenaamde ‘ringlade-meting’. Dat is een volledig andere en meer tijdrovende meting dan het opslaan en aanleveren van SOR-bestanden omdat een ‘ringlade-meting’ alleen met twee personen kan worden uitgevoerd. Uit de factuur kan daarom niet afgeleid worden dat het opslaan en aanleveren van SOR-bestanden meerwerk was en om die reden geen onderdeel was van de overeengekomen werkzaamheden. Tot slot kan ook [partij A] stelling dat tot medio maart 2025 alle facturen zijn voldaan zonder dat Fiber Connect geklaagd heeft over het ontbreken van SOR-bestanden, niet worden gevolgd. Vaststaat immers dat Fiber Connect eind 2024 telefonisch om de SOR-bestanden heeft gevraagd en bovendien is het, zoals Fiber Connect onbetwist heeft aangevoerd, mogelijk en gebruikelijk om aan het einde van een project, in één keer alle SOR-bestanden op te leveren. Fiber Connect heeft om die reden eerdere facturen voldaan zonder dat [partij A] op dat moment al de bijbehorende SOR-bestanden had aangeleverd.
De kantonrechter is verder van oordeel dat uit de getuigenverklaring van de heer [naam 2] van BAM, in combinatie met de door [partij A] ondertekende ‘Toolbox Presentielijst’, voldoende volgt dat het ‘start-werkdocument’ waaruit de meetverplichtingen volgen, met [partij A] is besproken en aan hem is verstrekt. Uit de getuigenverklaring van [naam 2] volgt namelijk dat met alle op het project werkende personen een dergelijk ‘start-werkoverleg’ wordt gevoerd, dat alle verplichtingen zoals opgenomen in het ‘start-werkdocument’ worden besproken en dat het ‘start-werkdocument’ vervolgens ook wordt gedeeld met de deelnemers. Uit de ‘Toolbox Presentielijst’ volgt dat er op 25 juni 2024 een dergelijk ‘start-werkoverleg’ heeft plaatsgevonden en dat het is uitgevoerd door Henk Rada van Fiber Connect. Op de ‘Toolbox Presentielijst’ staat de handtekening van [partij A] en er is een kopie van zijn persoonlijke ‘STE-kaart’ toegevoegd. Aangenomen moet daarom worden dat het ‘start-werkdocument’ onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen en dat [partij A] voor het de door hem gefactureerde bedragen ook metingen moest verrichten en SOR-bestanden van die metingen moest opslaan en aan Fiber Connect moest aanleveren.
De kantonrechter weegt in dat oordeel ook mee dat het latere handelen van [partij A] in lijn is met de afspraak dat hij meetgegevens zou opslaan en aanleveren. Nadat Fiber Connect [partij A] er op had gewezen dat hij nog geen SOR-bestanden had aangeleverd, heeft hij een OTDR bij Fiber Connect opgehaald met, zoals hij tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, de bedoeling om die metingen alsnog te verrichten. De stelling dat [partij A] de OTDR alleen heeft opgehaald omdat zijn facturen niet werden betaald, volgt de kantonrechter niet omdat de Whatsapp-correspondentie over het ophalen van de OTDR is gevoerd op 9 januari 2025 en de facturen tot medio maart 2025 zijn voldaan.
Opschorting
Gelet op het voorgaande was [partij A] op grond van de overeenkomst gehouden de metingen te verrichten en de SOR-bestanden aan te leveren. Omdat hij dat niet heeft gedaan heeft Fiber Connect hem bij e-mail van 3 april 2025 in gebreke gesteld. In de e-mail heeft Fiber Connect [partij A] een termijn van twee weken gegeven om de meetgegevens voor het project ‘[project]’ alsnog aan te leveren en heeft zij aangezegd dat zij bij het uitblijven van de meetgegevens genoodzaakt is die metingen door een storingsploeg uit te laten voeren, waarbij zij de kosten zal verrekenen met hetgeen zij nog verschuldigd is aan [partij A] voor de laatste werkzaamheden. Omdat [partij A] de werkzaamheden niet volledig heeft uitgevoerd, was Fiber Connect ook bevoegd haar verplichtingen, de betaling van de laatste facturen van [partij A], op te schorten.
[partij A] heeft de verschuldigde prestatie (het opslaan en aanleveren van de SOR-bestanden) niet binnen de gestelde termijn verricht en is daardoor in verzuim geraakt. Fiber Connect was daarom gerechtigd om, zoals zij al had aangekondigd in haar e-mail van 3 april 2025, haar recht op nakoming van de overeenkomst op grond van artikel 6:87 lid 1 BW om te zetten in betaling van een vervangende schadevergoeding. Anders dan [partij A] ter zitting heeft aangevoerd, was Fiber Connect gerechtigd die omzettingsverklaring gelijktijdig met de ingebrekestelling te versturen. [_29390afc-43ee-4c91-a87d-a0f042647869] Dat houdt in dat Fiber Connect een storingsploeg de werkzaamheden mocht laten verrichten. Vanaf het moment dat Fiber Connect de factuur voor de vervangende werkzaamheden ontving op 18 mei 2025, was voor Fiber Connect duidelijk hoe hoog de vervangende schadevergoeding was, namelijk € 2.800,- (waarover hierna meer). Dat betekent dat zij op dat moment, zoals eerder aangekondigd, bevoegd was die kosten te verrekenen met de openstaande facturen van [partij A].
Omvang schadevergoeding
Fiber Connect stelt dat zij schade heeft geleden ter hoogte van € 19.005,30 en voert in conventie aan dat zij die vordering met de vordering van [partij A] heeft verrekend. Zij vordert in reconventie betaling van hetzelfde bedrag. De schade bestaat volgens Fiber Connect uit vijf posten die hierna worden besproken.
Fiber Connect vordert de kosten voor de nacontrole en metingen door de storingsploeg Sanvision, van € 2.800,- en verwijst ter onderbouwing naar de factuur van Sanvision van 18 mei 2025, van in totaal € 6.337,50, voor werkzaamheden in week 20 (12 t/m 16 mei). [partij A] betwist dat hij het bedrag van € 2.800,- moet betalen omdat uit de factuur niet kan worden afgeleid dat de storingsploeg zijn distributiepunten of lades heeft nagemeten. De kantonrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat de betreffende metingen nog moesten worden verricht en dat de SOR-bestanden nog aangeleverd moesten worden. Ook staat vast dat die werkzaamheden in mei 2025 moesten plaatsvinden omdat Fiber Connect de meetgegevens op korte termijn moest aanleveren aan BAM. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Fiber Connect toegelicht dat die werkzaamheden, zoals uit de factuur volgt, in week 20 zijn verricht en dat het ging om 40 werkuren van twee personen ([naam 3] en [naam 4]) en daarnaast 40 werkuren van een derde persoon, een zogenaamde ‘popper’, die in een centrale zit. Ook heeft zij toegelicht dat nametingen erg duur zijn omdat de glasvezelnetwerken onder de grond liggen en er dus eerst gegraven moet worden voordat een meting kan worden verricht. Omdat vaststaat dat de werkzaamheden in die periode verricht moesten worden, de uren per persoon afzonderlijk zijn gespecificeerd en het aantal uren en het gehanteerde uurtarief gelet op de werkzaamheden niet onredelijk hoog zijn, is de kantonrechter van oordeel dat Fiber Connect met de factuur van Sanvision en haar toelichting daarop, (de omvang van) haar schade voldoende heeft toegelicht. Dat betekent dat het gevorderde bedrag van € 2.800,- toewijsbaar is.
Fiber Connect vordert daarnaast een bedrag van € 400,- voor herstelwerkzaamheden aan een verkeerd gelaste EVP (ODF-lade) en een bedrag van € 455,- voor herstelwerkzaamheden voor ODF-lades die op een verkeerde hoogte zijn gehangen door [partij A]. Ter onderbouwing verwijst zij naar een Whatsapp-gesprek dat [naam 2] met [naam 1] heeft gevoerd, over de fouten die in het werk van [partij A] zijn ontdekt. [partij A] betwist dat. Volgens [partij A] heeft hij zijn werk – zoals Fiber Connect zelf ook meerdere keren heeft verklaard – deugdelijk verricht en zijn de kosten voor herstel niet deugdelijk onderbouwd. De kantonrechter overweegt als volgt. Fiber Connect heeft onvoldoende toegelicht waaruit volgt dat [partij A] zijn werk gebrekkig heeft uitgevoerd. Uit het Whatsapp-gesprek is dat niet af te leiden en ook tijdens de mondelinge behandeling heeft Fiber Connect dat in antwoord op vragen van de kantonrechter niet nader kunnen toelichten. Het had op de weg van Fiber Connect gelegen om te stellen en onderbouwen op welke locatie(s) de fouten zijn aangetroffen, eventueel voorzien van foto’s, en dat [partij A] daar werkzaamheden heeft verricht. Dat heeft Fiber Connect niet gedaan. Ook heeft Fiber Connect de omvang van de door haar gestelde herstelkosten in zijn geheel niet onderbouwd. Onduidelijk is hoe zij aan de bedragen van € 400,- en € 455,- is gekomen. De schadeposten worden daarom afgewezen.
Fiber Connect vordert ook een schadevergoeding voor de niet ingeleverde OTDR, bestaande uit een bedrag van € 8.000,- voor de huurkosten die zij normaliter vraagt, en de waarde van de OTDR van € 4.416,50. Fiber Connect voert daartoe aan dat zij [partij A] een OTDR in bruikleen heeft gegeven en dat zij, omdat [partij A] de OTDR niet heeft geretourneerd een huursom van € 52,- per dag, in totaal € 8.000,- is misgelopen. Daarnaast is [partij A] volgens Fiber Connect de aanschafwaarde van de OTDR verschuldigd. [partij A] voert aan dat partijen niet zijn overeengekomen dat Fiber Connect een bedrag in rekening zou brengen, dat Fiber Connect hem niet gevraagd heeft de OTDR in te leveren en hij bovendien bereid is de OTDR, na betaling van zijn facturen, alsnog in te leveren. De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat Fiber Connect de OTDR kosteloos aan [partij A] ter beschikking heeft gesteld om de metingen alsnog te verrichten. Het had daarom op de weg van Fiber Connect gelegen [partij A] te verzoeken de OTDR in te leveren en daarbij ook duidelijk te maken dat zij, wanneer [partij A] niet aan het verzoek zou voldoen, schade lijdt in de vorm van gederfde huurinkomsten, die zij op [partij A] zou verhalen. Dat heeft zij niet gedaan. Daar komt bij dat zij ook de gestelde huursom per dag niet nader heeft toegelicht. Het had op de weg van Fiber Connect gelegen om bijvoorbeeld middels facturen aan te tonen dat zij de OTDR daadwerkelijk aan derden verhuurt en voor welk bedrag. Het gevorderde bedrag van € 8.000,- is gelet op het voorgaande onvoldoende onderbouwd en wordt daarom afgewezen. De gevorderde vergoeding van de waarde van de OTDR van € 4.416,50 wordt ook afgewezen omdat [partij A] heeft verklaard dat hij de OTDR alsnog zal inleveren.
Fiber Connect vordert tot slot betaling van de door [partij A] in bezit gehouden materialen, te weten tien stuks EVP-moffen en klein materiaal van in totaal € 2.933,80. Ter onderbouwing verwijst zij naar de verklaring van [naam 2] waaruit volgt dat [partij A] die materialen van BAM nog in zijn bezit heeft en dat BAM de kosten daarvoor in rekening heeft gebracht bij Fiber Connect. [partij A] betwist dat hij die schade moet vergoeden. Hij heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij voor elk project materiaal op voorraad kreeg van Fiber Connect en dat hij na de afronding van zijn werkzaamheden voor Fiber Connect, nog zes EVP-moffen in zijn bezit had. Die had hij kunnen retourneren als daar om verzocht was, maar hij heeft na de weigering om zijn facturen te betalen niets meer van Fiber Connect vernomen. De kantonrechter wijst de door Fiber Connect gevorderde schadevergoeding af omdat Fiber Connect [partij A] niet heeft verzocht om teruggave van de materialen waardoor [partij A] niet de gelegenheid heeft gehad de schade te voorkomen. Bovendien heeft [partij A] tijdens de mondelinge behandeling verklaard ook deze materialen op korte termijn in te zullen leveren.
Conclusie schade, verrekening en opschorting
Gelet op het voorgaande wordt van de totale gestelde schade van € 19.005,30, een bedrag van € 2.800,- toegewezen. Dat betekent dat Fiber Connect op 18 mei 2025 een bedrag van € 2.800,- kon verrekenen met de facturen van [partij A] en per saldo nog
(€ 6.400 - € 2800,- =) € 3.600,- verschuldigd was. Dat betekent ook dat op het moment dat de omvang van haar vordering op [partij A] duidelijk werd, zij de betaling van de resterende € 3.600,- niet langer kon opschorten. Fiber Connect wordt daarom in conventie veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 3.600,-. Omdat de overige schadeposten niet toewijsbaar zijn, worden de vorderingen van Fiber Connect in reconventie afgewezen.
Wettelijke rente
[partij A] vordert betaling van de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over de hoofdsom. Omdat Fiber Connect tot en met 18 mei 2025 bevoegd was de betaling van de facturen op te schorten en de betalingstermijn van de facturen ook al verstreken was, is zij vanaf 19 mei 2025 de wettelijke rente, in de zin van artikel 6:119 BW over de openstaande som van € 3.600,- verschuldigd.
Buitengerechtelijke incassokosten
[partij A] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Omdat de hoofdvordering tot een bedrag van € 3.600,- toewijsbaar is, zal een bedrag van € 485,00 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
Fiber Connect is in conventie en reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij A] betalen. De proceskosten van [partij A] worden in conventie begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 159,40 | |
| - griffierecht | € | 265,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 720,00 | (2 punten × € 360,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.288,40 |
De proceskosten in reconventie worden begroot op nihil omdat Fiber Connect voor haar verweer in reconventie geen extra kosten heeft hoeven maken.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt Fiber Connect om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 3.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 19 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fiber Connect om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 485,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 27 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fiber Connect in de proceskosten van € 1.288,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fiber Connect niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Fiber Connect tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
wijst de vorderingen van Fiber Connect af,
veroordeelt Fiber Connect in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [partij A] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.(mb)
Voetnoten
- Parl. Gesch. BW Boek 6, MvA II, p. 305.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.