Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6403Zaaknummer 12254478 \ CV EXPL 26-1013
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12254478 \ CV EXPL 26-1013
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
In dit tussenvonnis wordt de zaak ambtshalve verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
4 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Almelo,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 25 november 2026 om 10:00 uur,
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat, die zich op de hiervoor genoemde datum moet melden bij de rechtbank,
wijst ELQ erop dat na verwijzing een aanvullend griffierecht is verschuldigd van € 5.558,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor ELQ van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
wijst Noblessing erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 7.062,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Noblessing een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
wijst Noblessing erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging).
| Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. (JK) | ||
| ! | ! | |
| ! |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12254478 \ CV EXPL 26-1013
Vonnis van 13 oktober 2026
in de zaak van
ELQ PORTEFEUILLE I B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: ELQ,
gemachtigde: [gemachtigde 1],
tegen
NOBLESSING JURIDISCHE & ADMINISTRATIEVE DIENSTVERLENING B.V.,
te Almelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Noblessing,
gemachtigde: [gemachtigde 2] (Impuls Juridische & Administratieve Dienstverlening B.V.).
1 De zaak in het kort
In dit tussenvonnis wordt de zaak ambtshalve verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 augustus 2026. ELQ heeft per e-mail van 14 september 2026 op dit tussenvonnis gereageerd. Noblessing heeft niet gereageerd.
Vervolgens is vonnis bepaald.
3 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 18 augustus 2026 heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat deze zaak moet worden behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. ELQ heeft aan de rechtbank laten weten de beslissing over de verwijzing aan het oordeel van de kantonrechter over te laten. Noblessing heeft niet op het tussenvonnis gereageerd.
De kantonrechter blijft bij het oordeel in het tussenvonnis en zal de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
Voor het vervolg van deze procedure zijn partijen verplicht om een advocaat in te schakelen. Ook is na verwijzing een hoger griffierecht verschuldigd.
4 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Almelo,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van woensdag 25 november 2026 om 10:00 uur,
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat, die zich op de hiervoor genoemde datum moet melden bij de rechtbank,
wijst ELQ erop dat na verwijzing een aanvullend griffierecht is verschuldigd van € 5.558,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor ELQ van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
wijst Noblessing erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 7.062,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Noblessing een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
wijst Noblessing erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging).
| Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. (JK) | ||
| ! | ! | |
| ! |
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5230 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5230 Rechtbank Overijssel, 18 augustus 2026 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.