Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 13 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6398Zaaknummer 12183125 \ CV EXPL 26-564

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
12183125 \ CV EXPL 26-564
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Besteld product non-conform? Verkeerde bestelling?

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

wijst de vorderingen van [eiser] af,

5.2

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4

verklaart de onderdelen 5.2 en 5.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op

13 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12183125 \ CV EXPL 26-564

Vonnis van 13 oktober 2026

in de zaak van

[eiser],

handelend onder de naam [bedrijf],

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.H. Linstra (Stichting Univé Rechtshulp),

tegen

AFBOUWBAAS B.V.,

te Almelo,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Afbouwbaas,

gemachtigde: mr. M.J.J. van Geel.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- het bericht van 29 september 2026 met productie(s) van [eiser]- de mondelinge behandeling van 7 oktober 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en aan de zijde van Afbouwbaas spreekaantekeningen zijn overgelegd.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiser] heeft in 2023 een tegelvloer gelegd in de kleedkamer van een voetbalvereniging. Een jaar na de oplevering (in juli 2024) is [eiser] door de voetbalvereniging aangesproken in verband met een gebrek; de tegels lieten los.

2.2

In opdracht van [eiser] heeft TAB Support de vloer onderzocht. In het rapport staat onder meer:

Tegelzetter [eiser] heeft de instructies van leverancier Atlas (onderstreping ktr.) naar behoren opgevolgd. Ik krijg het gevoel dat deze mortels (fabrikant geeft aan dat de mortel cementgebonden is) sterk gips of Anhydriet houdend zijn. (...)

De cementgebonden mortels zijn (naar waarschijnlijkheid te sterk gips of Anhydriet houdend) onvoldoende resistent voor deze toepassing. (...)

2.3

In een aanvullend rapport van TAB Support van 31 januari 2025 staat onder meer:

(...)

Op uw verzoek is onderzoek gedan naar een door u aangeleverde egaline. Het betreffende monster is afkomstig van een werk in Echt. (...)

(...) Uit de sterkte aanwezigheid van bassaniet (...) komt naar voren dat de egaline een Anhydriet- of gips gebonden egaline is.

(...)

Samengevat:

De geleverde egaline mortel had voor deze toepassing (kleed- en douches ruimtes met een hoge bezettingsgraad / vochtbelastingen) niet geadviseerd mogen worden.

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat Afbouwbaas wordt veroordeeld tot betaling van herstelkosten van € 21.498,19 en € 1.625,- aan expertisekosten, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. Verder vordert hij veroordeling van Afbouwbouw tot betaling van een bedrag van € 989,98 aan buitengerechtelijke incassokosten en van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2

Afbouwbaas voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

[eiser] heeft in zijn dagvaarding gesteld dat Afbouwbaas aansprakelijk is voor de door hem geleden schade ten gevolge van een gebrek in de door Afbouwbaas geleverde egaline (Atlas SMS 15). Deze egaline zou geschikt moeten zijn voor toepassing in natte ruimtes, maar blijkt dat niet te zijn, aldus [eiser].

4.2

Nadat Afbouwbaas in haar conclusie van antwoord had aangevoerd dat zij sterk twijfelt aan de juistheid van de stelling van [eiser] dat hij voor het werk Egaline SMS 15 van Atlas heeft gebruikt, heeft [eiser] (als productie 13) een foto overgelegd met een afbeelding van een zak van de gebruikte egaline. Op deze foto is echter een zak “Sakrete Egalisatiemortel” te zien.

4.3

[eiser] heeft daarop ter zitting te kennen gegeven dat hij dit product geleverd heeft gekregen van Afbouwbaas en zijn bestelling niet heeft gecontroleerd. Het verwijt aan Afbouwbaas houdt daarmee (dus) niet langer in dat de bestelde Atlas egaline niet geschikt is, maar dat Afbouwbaas een fout heeft gemaakt in de levering, door egaline van een ander merk te leveren (welke egaline niet geschikt is voor toepassing in natte ruimtes).

4.4

Deze (niet van enige concrete onderbouwing voorziene) stelling van [eiser] slaagt niet, gelet op de gemotiveerde betwisting van Afbouwbaas dat zij egaline van het merk Sakrete in haar assortiment heeft (gehad). De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] daarom af.

4.5

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Afbouwbaas worden begroot op:

- salaris gemachtigde€1.154,00(2 punten × € 577,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.298,00
4.6

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

wijst de vorderingen van [eiser] af,

5.2

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4

verklaart de onderdelen 5.2 en 5.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op

13 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.