Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 13 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6396Zaaknummer 12320004 \ CV EXPL 26-1436

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
12320004 \ CV EXPL 26-1436
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

huurzaak, voorwaardelijke ontbinding, regeling onder verband vonnis

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt de huurder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de verhuurder een bedrag van € 3.523,24 (bestaande uit € 3.188,05 aan huurachterstand tot en met september 2026 + € 29,53 aan wettelijke rente tot en met 17 september 2025 +

€ 305,56 aan buitengerechtelijke incassokosten);

5.2

veroordeelt de huurder in de proceskosten van € 935,02;

5.3

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] en veroordeelt de huurder om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevindt en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de verhuurder te stellen, met aanzegging dat, indien de huurder daarmee in gebreke mochten blijven, de ontruiming door de deurwaarder zal worden bewerkstelligd en de huurder met alle zich daarop en daarin bevindende personen en niet aan de verhuurder toebehorende roerende zaken uit genoemde gehuurde te doen brengen naar de openbare straat, indien en zodra binnen twee jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- de huurder betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e kalenderdag van de desbetreffende maand) de maandelijkse termijn van € 100,00, die hij met ingang van 1 oktober 2026 moet betalen totdat de betalingsachterstand (zie 5.1.) en de proceskosten (zie 5.2.) volledig zijn betaald. De aflossingen dienen plaats te vinden op één derdenrekening van de gemachtigde van de verhuurder onder vermelding van het dossiernummer [nummer];

- de huurder betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur op de rekening van de verhuurder;

- de huurder verleent geen (volledige) medewerking aan budgetbeheer.

5.4

veroordeelt de huurder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de huurder de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;

5.5

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. (ak)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12320004 \ CV EXPL 26-1436

Vonnis van 13 oktober 2026

in de zaak van

STICHTING MIJANDE WONEN,

te Vriezenveen,

eisende partij,

hierna te noemen: de verhuurder,

gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de huurder,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 juni 2026;

- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 21 juli 2026.

1.2

De mondelinge behandeling is bepaald op 25 augustus 2026. Bij brief van

11 augustus 2026 hebben partijen verzocht om de zaak aan te houden en is de mondelinge behandeling niet doorgegaan.

1.3

De procedure is aangehouden tot de rolzitting van 13 oktober 2026.

1.4

Bij brief van 18 september 2026 heeft de verhuurder een getekende vaststellingsovereenkomst tussen partijen overgelegd en verzocht de gemaakte afspraken in een vonnis op te nemen.

1.5

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

De huurder huurt van de verhuurder de woning gelegen aan [adres] tegen een huurprijs van op dit moment € 699,86 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2

Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen van € 3.188,05, tot en met september 2026.

3 Het geschil

3.1

De verhuurder vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand en de (proces)kosten.

3.2

Aan deze vordering legt de verhuurder ten grondslag dat de huurder de betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.

3.3

De huurder erkent de betalingsachterstand, maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden was hij niet in staat om de (achterstallige) huur te voldoen. De huurder heeft hulp gezocht bij de Stadsbank. De huurder wil graag een regeling treffen.

4 De beoordeling

ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden

4.1

De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.

de huurachterstand

4.2

Omdat de huurder erkent dat hij de huurachterstand van € 3.188,05, tot en met september 2026 moet betalen, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.

de ontbinding en ontruiming

4.3

Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.

4.4

De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand van de huurder zodanig groot is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

4.5

Partijen hebben onder verband van vonnis een betalingsregeling getroffen, zoals opgenomen in voormelde brief van 18 september 2026. Partijen hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum. De kantonrechter wijst de huurder erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door hem automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en hij de woning alsnog zal moeten ontruimen als de verhuurder dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.

de bijkomende kosten

4.6

De gevorderde wettelijke rente van € 29,53 zal, als onweersproken, worden toegewezen.

4.7

De Woningstichting heeft een bedrag van € 305,56 inclusief BTW gevorderd aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De Woningstichting heeft aan de huurder een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

de proceskosten

4.8

De huurder zal als de verliezende partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de verhuurder worden conform de betalingsregeling begroot op

€ 935,02.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt de huurder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de verhuurder een bedrag van € 3.523,24 (bestaande uit € 3.188,05 aan huurachterstand tot en met september 2026 + € 29,53 aan wettelijke rente tot en met 17 september 2025 +

€ 305,56 aan buitengerechtelijke incassokosten);

5.2

veroordeelt de huurder in de proceskosten van € 935,02;

5.3

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] en veroordeelt de huurder om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevindt en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de verhuurder te stellen, met aanzegging dat, indien de huurder daarmee in gebreke mochten blijven, de ontruiming door de deurwaarder zal worden bewerkstelligd en de huurder met alle zich daarop en daarin bevindende personen en niet aan de verhuurder toebehorende roerende zaken uit genoemde gehuurde te doen brengen naar de openbare straat, indien en zodra binnen twee jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- de huurder betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e kalenderdag van de desbetreffende maand) de maandelijkse termijn van € 100,00, die hij met ingang van 1 oktober 2026 moet betalen totdat de betalingsachterstand (zie 5.1.) en de proceskosten (zie 5.2.) volledig zijn betaald. De aflossingen dienen plaats te vinden op één derdenrekening van de gemachtigde van de verhuurder onder vermelding van het dossiernummer [nummer];

- de huurder betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur op de rekening van de verhuurder;

- de huurder verleent geen (volledige) medewerking aan budgetbeheer.

5.4

veroordeelt de huurder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de huurder de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;

5.5

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. (ak)

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.