Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 9 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6394Zaaknummer C/08/349447 / JE RK 26-1093

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/349447 / JE RK 26-1093
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in een pleeggezin.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 5 augustus 2027;

4.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin tot 5 augustus 2027;

4.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/349447 / JE RK 26-1093

Datum uitspraak: 9 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

de familie [pleegouders],

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende in [woonplaats 2].

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 3].

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft voor het laatst een tussenbeschikking gegeven in deze zaak op 4 augustus 2026, waarbij de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden is verlengd en het overig verzochte is aangehouden.

1.2.

De kinderrechter heeft daarna kennisgenomen van het volgende stuk:

- de toetsingsbrief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad) van 27 augustus 2026, ingediend door de GI, ontvangen op 18 september 2026.

2 De feiten

2.1.

Voor de vaststaande feiten wordt verwezen naar de tussenbeschikking van 4 augustus 2026.

3 De beoordeling

3.1.

Conform de opdracht in de tussenbeschikking van 4 augustus 2026 heeft de GI de toetsingsbrief van de raad overgelegd. In de tussenbeschikking heeft de kinderrechter overwogen dat de kinderrechter na ontvangst van de toetsingsbrief van de raad schriftelijk zal beslissen op het aangehouden gedeelte van het verzoek, tenzij de kinderrechter in de toetsingsbrief van de raad aanleiding ziet om een nieuwe mondelinge behandeling te plannen. De kinderrechter ziet naar aanleiding van de inhoud van de toetsingsbrief van de raad geen reden om een nieuwe mondelinge behandeling te plannen en zal daarom de zaak verder op de stukken afdoen.

3.2.

De raad adviseert om in te stemmen met het voorgenomen besluit om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen. Het gaat goed met [minderjarige] in het pleeggezin. De ouders laten aan [minderjarige] merken dat zij mag opgroeien in het pleeggezin. De omgang tussen [minderjarige] en de moeder gaat goed, er wordt een blijvende groei gezien in die zin dat de moeder zich aan de afspraken houdt en zich in het contact met zorg en aandacht op [minderjarige] richt. Hierdoor groeit de hechting tussen [minderjarige] en de moeder. Ook de omgang tussen [minderjarige] en de vader verloopt goed, net als het contact tussen de moeder en de pleegouders.

3.3.

Gezien deze informatie ziet de kinderrechter geen aanleiding om af te wijken van wat in de tussenbeschikking van 4 augustus 2026 is overwogen. Dit betekent dat de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige] voor de resterend verzochte termijn zullen worden toegewezen, te weten tot 5 augustus 2027.

3.4.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 5 augustus 2027;

4.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin tot 5 augustus 2027;

4.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.