Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6377Zaaknummer C/08/351114 / JE RK 26-1426
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/08/351114 / JE RK 26-1426
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging van de ondertoezichtstelling.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 27 mei 2027;
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar, te weten tot 14 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/351114 / JE RK 26-1426
Datum uitspraak: 8 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2011 in [geboorteplaats 3],
hierna te noemen: [minderjarige 3],
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2013 in [geboorteplaats 4],
hierna te noemen: [minderjarige 4].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats]
en [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 september 2026;
- het gewijzigde verzoekschrift van de GI, ontvangen op 18 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- [naam] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4].
[minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 14 oktober 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen tot haar meerderjarigheid. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.
Ter aanvulling heeft de GI tijdens de zitting naar voren gebracht dat het inmiddels gelukt is om met de werkgever van de vader te regelen dat de vader drie maanden thuis zal zijn. De vader gaat samen met Accare in gesprek over zijn invloed op de kinderen en of hij hierbij handvatten kan krijgen om daarin zo nodig iets te veranderen. Hierdoor hoeven niet meteen nieuwe hulpverleners in huis te komen. De jeugdbeschermer merkte bij de kinderen veel weerstand tegen de hulpverlening, waardoor de hulpverlening niet in contact kwam met de kinderen. Hierdoor is het met Ambiq ook misgegaan.
4 De standpunten
Het maakt [minderjarige 1] niet uit als de ondertoezichtstelling blijft doorlopen. [minderjarige 1] krijgt hulp van de jeugdbeschermer bij het vinden van een eigen plekje. [minderjarige 1] wil een gaan werken en daarnaast school gaan volgen. Zij wil dan gaan werken in bijvoorbeeld de kinderopvang of de ouderenzorg. [minderjarige 1] is bang dat zij haar school nu niet haalt vanwege paniekaanvallen die zij, al van jongs af aan, heeft. Met de leerplichtambtenaar wordt hiernaar gekeken.
[minderjarige 2] vindt het goed als de ondertoezichtstelling blijft. De jeugdbeschermer helpt de vader en [minderjarige 2] denkt dat zij op de achtergrond wordt geholpen. Volgens [minderjarige 2] heeft de vader door de hulp minder stress. De hulp die eerder in huis was, was volgens [minderjarige 2] hectisch en zij is blij dat dat gestopt is.
[minderjarige 3] vindt het irritant als de jeugdbeschermer langer in het gezin blijft. Wat [minderjarige 3] betreft stopt de ondertoezichtstelling. [minderjarige 3] begint inmiddels te wennen op de zorgboerderij [locatie].
[minderjarige 4] vindt het goed dat de jeugdbeschermer er is, zolang iedereen het goed vindt. Als het haar vader helpt, dan vindt zij het goed. Over school is [minderjarige 4] enthousiast, zij haalt goede cijfers.
De vader stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader en de kinderen hebben er moeite mee gehad dat de hulpverleners steeds wisselden, waardoor er geen vertrouwensband werd opgebouwd. Voor de vader en de kinderen is het belangrijk dat zij een vast gezicht hebben van iemand die hen helpt en die zij kunnen vertrouwen. De kinderen hadden volgens de vader geen zin meer in hulpverleners over de vloer. Daardoor gedroegen de kinderen zich anders wanneer de hulpverlening thuis kwam. Volgens de vader heeft de hulpverlening de kinderen hierdoor niet op hun ware aard kunnen beoordelen. De hulpverlening constateerde dat er sprake was van achteruitgang, terwijl er volgens de vader juist sprake was van vooruitgang. De kinderen staan er volgens de vader nu wel anders in en willen wel meewerken aan hulpverlening. Bij ieder kind is daarvoor wel een andere aanpak nodig. De vader werkt mee aan de hulpverlening en doet zijn uitstere best om de kinderen op hun eigen manier te motiveren om zich ook in te zetten.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_2bd9e4d7-a1b6-4e0a-8cef-c2b0436d2dad] De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengen tot aan haar meerderjarigheid en van [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Het lange ziekbed van de moeder en haar overlijden medio 2025 heeft een grote impact op het gezin gehad. Vanwege het wegvallen van de moeder in het gezin zijn de gezinsrollen verschoven. Zo neemt [minderjarige 1] een meer zorgende en structurerende rol op zich en [minderjarige 2] meer een partner- en vertrouwensrol ten opzichte van de vader. Deze verschuiving van gezinsrollen kunnen de kinderen belemmeren in hun sociale-, emotionele- en identiteitsontwikkeling. Bij [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is er sprake geweest of nog sprake van automutilatie. De vader werkt voltijds, waardoor er onvoldoende zicht is op de kinderen. Om de kinderen en de vader te ondersteunen is er hulpverlening vanuit Accare en Ambiq ingezet. Voor de vader is het heel ingewikkeld geweest om naast het verlies van zijn vrouw een manier te vinden in het zorgen voor de kinderen, het bijhouden van het huishouden en het hebben van eigen tijd. De hulpverlening ziet een vader die hard werkt om het goed te doen voor de kinderen. De hulpverlening heeft echter ook zorgen over de ontwikkeling en thuissituatie van de kinderen. Voor de vader is het zwaar en beangstigend geweest dat de hulpverlening heeft geschreven over een eventuele uithuisplaatsing van de kinderen. Volgens de vader kwam de hulpverlening niet goed van de grond, doordat er geen sprake was van een vaste hulpverlener en er hierdoor geen vertrouwensband opgebouwd kon worden. Inmiddels is er wel sprake van een verbeterde samenwerking en volgens de vader zijn de kinderen nu wel bereid om zich in te zetten voor het laten slagen van de hulpverlening. De vader zet zich in om de hulpverlening aan te blijven gaan om de situatie van de kinderen te verbeteren. De vader heeft met zijn werkgever kunnen regelen dat hij drie maanden niet hoeft te werken om thuis aan de slag te gaan met de hulpverlening. De kinderrechter waardeert het in de vader dat hij zijn best doet om de hulpverlening te laten slagen en dat hij de kinderen motiveert om aan de hulpverlening mee te werken. De kinderrechter is van oordeel dat de vader in ieder van de kinderen ziet wat zij nodig hebben.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de vader nog moeite heeft met het zelfstandig nemen van de juiste beslissingen voor de kinderen. De vader heeft hierbij de ondersteuning van de jeugdbeschermer nodig. Daarnaast zijn de kinderen in het afgelopen jaar niet altijd bereid geweest om mee te werken aan de benodigde hulp. De kinderrechter is van oordeel dat de ondersteuning en regie van de GI nog nodig is om er voor te zorgen dat de juiste keuzes en beslissingen voor de kinderen worden gemaakt en dat de juiste hulpverlening wordt ingezet die nodig is.
Nu alle kinderen gezegd hebben dat zij de beslissing graag van hun vader willen horen, vraagt de kinderrechter de vader hen die te vertellen.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 27 mei 2027;
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar, te weten tot 14 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:260 BW.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.