Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6330Zaaknummer C/08/351882 / JE RK 26-1586
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/08/351882 / JE RK 26-1586
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
MUHP na spoedmachtiging. Minderjarige wordt fysiek en emotioneel ernstig verwaarloosd. Zorgen over de hygiëne van minderjarige en over de woning. Moeder herkent de zorgen niet en staat niet open voor hulp.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde tot 16 december 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mahmoud als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/351882 / JE RK 26-1586
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Beschikking machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. M. Mulderij-Anker,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter heeft op 29 september 2026 in deze zaak een beschikking gegeven, waarbij een spoedmachtiging is verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van twee weken tot 13 oktober 2026. De beslissing op het verzoek is voor het overige door de kinderrechter aangehouden.
De kinderrechter heeft vervolgens kennisgenomen van het plan van aanpak van de GI, ontvangen op 1 oktober 2026.
Op 7 oktober 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader,
- de moeder met haar advocaat;,
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 december 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 16 december 2026.
3 Het aangehouden verzoek
Er dient nog beslist te worden op het aangehouden deel van het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van een jaar. De kinderrechter begrijpt het verzoek aldus dat de GI vraagt om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI handhaaft het verzoek.
4 De standpunten
De vader herkent zich niet in de zorgen van de GI. De vader heeft liever dat [minderjarige] bij hem thuis komt wonen en wil niet dat [minderjarige] naar een pleeggezin gaat.
De moeder is het niet eens met de spoedmachtiging en de verzochte uithuisplaatsing van [minderjarige]. De moeder doet haar best en doet alles voor [minderjarige]. Zij wast en verzorgt hem iedere dag. Ook ruimt zij steeds de wagen op en maakt zij schoon. Dat wordt niet gezien. Het klopt niet dat zij met een mes rondloopt en dat de wagen rommelig en onveilig is voor [minderjarige]. Er ligt soms alleen wat speelgoed. [minderjarige] zit niet onder de vlooienbeten. De moeder geeft de katten vlooientabletten. Zij herkent de zorgen die de GI heeft niet. Een uithuisplaatsing is heel ingrijpend. De moeder begrijpt niet waarom de GI geen netwerkplaatsing bij de grootouders heeft overwogen. De moeder wil [minderjarige] graag bij haar terug hebben. Zij begrijpt dat zij daarvoor in goed contact moet zijn met de GI, maar daarvoor moet de GI wel bij haar niveau aansluiten en dat is nu niet het geval. Omdat de moeder het structureel niet eens is met de GI kan een andere GI helpend zijn. De moeder verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing daarom af te wijzen zodat [minderjarige] terug naar huis komt.
5 De verdere beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_9d0e7e9a-00d2-4e3a-a3f2-d91b4abdbd74]
Omdat het opvoedklimaat van [minderjarige] onveilig en onhygiënisch was, er grote twijfels waren over de emotionele beschikbaarheid van de moeder en er sprake was van onrust en spanningen tussen de ouders, heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van twee weken.
De zorgen zijn na de spoeduithuisplaatsing bevestigd. De kinderrechter heeft nog steeds grote en acute zorgen over het opgroeien van [minderjarige] bij de moeder of ouders. [minderjarige] heeft een liefdevolle moeder die het beste voor hem wil, maar die het niet altijd lukt om goed voor hem te zorgen. [minderjarige] kan niet altijd op de emotionele en fysieke beschikbaarheid van zijn ouders rekenen. Hij groeit op in een instabiele thuis- en opvoedsituatie die voor hem niet veilig is en die hem niet geeft wat hij nodig heeft. Er zijn zorgen over de hygiëne thuis en het gebrek aan basale zorg voor [minderjarige]. De ouders zijn overdag aangetroffen in bed terwijl [minderjarige] in een bedje nat van urine lag te huilen. [minderjarige] ziet er ook onverzorgd uit, ruikt niet fris, draagt geen passende kleding en zit onder de vlooienbeten. De GI heeft [minderjarige] ook in deze toestand aangetroffen bij de spoeduithuisplaatsing. Ook is de wagen waarin de moeder samen met [minderjarige] woont erg vervuild. Het is niet schoon en het is erg rommelig en daardoor onveilig voor een klein kind. In het bedje van [minderjarige] zijn bloed- en urinevlekken aangetroffen. Daarbij doen zich escalaties en conflicten voor op het kamp die de thuissituatie van [minderjarige] voortdurend op scherp zetten.
De opvoedondersteuning vanuit [instelling] heeft hier helaas in de afgelopen jaren geen verandering in kunnen brengen, omdat de hulp onvoldoende van de grond kwam. Hoewel de ouders met behulp van Veilig Thuis kleine stappen gezet hadden door de woning op te knappen, zijn zij niet voldoende leerbaar en gemotiveerd gebleken om tot een wezenlijke verbetering van de situatie te komen. Zij lieten [instelling] niet voldoende toe en hebben de handvatten die zij kregen niet aangegrepen. De ouders herkennen de zorgen ook niet. Het is zorgelijk dat de ouders de zorgen niet herkennen en deze bagatelliseren. De moeder is het daarbij ook structureel niet eens met de GI. De kinderrechter gaat dan ook voorbij aan hetgeen door de advocaat van de moeder naar voren is gebracht, dat de huidige GI niet aansluit bij het niveau van de moeder. Er is geen garantie dat de moeder met een andere GI wel kan gaan samenwerken. Het is aan de moeder om, in het belang van [minderjarige], open te staan voor de hulp en daarvan is nu niet gebleken. Zij zal zich anders moeten opstellen naar de GI en andere hulpverlening in plaats van alleen steeds de overduidelijke zorgen te ontkennen en tegen te spreken.
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] op dit moment niet bij de moeder kan wonen. Een plaatsing bij de vader is ook niet wenselijk, omdat ook de vader een aandeel heeft in de zorgen die er zijn over [minderjarige] en deze bagatelliseert. Om de zorgen over het veilig opgroeien van [minderjarige] weg te nemen, is het nodig dat [minderjarige] kan opgroeien in een veilig, gestructureerd en stabiel opvoedklimaat. Het pleeggezin kan [minderjarige] dat wel bieden. Dit is een passende en perspectief biedende plek. Volgens de jeugdbeschermer gaat het nu goed met [minderjarige]. De kinderrechter acht het daarom van belang dat dit verblijf voorlopig wordt voortgezet en wordt gewaarborgd met een machtiging van de kinderrechter.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat de beslissing in de beschikking van 29 september 2026 op goede gronden is genomen. De kinderrechter zal gezien het voorgaande ook de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde tot 16 december 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mahmoud als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.