Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 22 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6310Zaaknummer 12247762 \ CV EXPL 26-1639
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12247762 \ CV EXPL 26-1639
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Enschede
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering premieachterstand zorgverzekering. Volgens gedaagde had hij een regeling en is hij ten onrechte gedagvaard. Eiseres heeft tijdelijke regeling bevestigd. gedaagde heeft zelf geen nieuwe regeling getroffen ook niet naar aanmaning. Vordering toegewezen.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis te betalen een bedrag van € 1.302,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.132,25, vanaf 28 april 2026 tot de dag van de volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.046,27, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026. |
(PHR(O)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12247762 \ CV EXPL 26-1639
Vonnis van 22 september 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,
eisende partij, hierna te noemen Menzis,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] ,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 april 2026,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
Wat vordert Menzis?
Menzis vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.302,78, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 1.132,25 vanaf de dag van de dagvaarding. Daarbij vordert zij [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Menzis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in verzuim is met de tijdige betaling van de verschuldigde premie van in totaal € 1.132,25 over de periode april t/m oktober 2024. Een specificatie hiervan heeft Menzis overgelegd als productie 1. Menzis heeft zich als het gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 136,48 inclusief btw en komen net als de tot 28 april 2026 berekende rente van
€ 112,79 voor rekening van [gedaagde]. Hierop is in de dagvaarding een bedrag van € 125,00 als betaling en/of verrekening in mindering gebracht.
Wat vindt [gedaagde]?
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand en stelt dat hij met GGN, de gemachtigde van Menzis, een tijdelijke betalingsregeling heeft gehad van € 25,00 per maand. Deze is hij nagekomen en volgens [gedaagde] zou hij hierna een nieuw aflossingsvoorstel krijgen. [gedaagde] heeft geen nieuw aflossingsvoorstel ontvangen. [gedaagde] kreeg wel een dagvaarding en daar is hij het niet mee eens. Dit was niet volgens afspraak. [gedaagde] is het niet eens met de proceskosten, deze kosten worden onnodig gemaakt. [gedaagde] is van mening dat hij een regeling had en hij had aangegeven dat hij gewoon wil betalen.
3 De beoordeling
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] bij Menzis een zorgverzekering en/of aanvullende zorgverzekering heeft afgesloten. [gedaagde] heeft erkend, dat hij de openstaande premiebedragen moet betalen. Het gaat in deze procedure om de vraag of er voor onderhavige vordering een regeling is getroffen en of [gedaagde] wellicht ten onrechte is gedagvaard.
Menzis heeft in de conclusie van repliek bevestigd dat partijen een tijdelijke regeling hebben getroffen van € 25,00 per maand. Deze regeling is op 24 februari 2025 aan [gedaagde] bevestigd (productie 3). In deze bevestiging staat uitdrukkelijk vermeld dat het een tijdelijke betalingsregeling tot 14 juni 2025 betreft. Na deze datum vervalt de regeling en had [gedaagde] zelf een nieuwe regeling moeten treffen. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. De laatste aflossing van [gedaagde] dateert van 25 juli 2025.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] zelf verantwoordelijk is voor het tijdig betalen en regelen van zijn financiële verplichtingen. [gedaagde] wist dat hij een tijdelijke regeling had getroffen tot 14 juni 2026. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om hierna zelf contact met Menzis op te nemen om een nieuwe regeling te treffen. Dit heeft hij niet gedaan en hij is ook gestopt met het betalen van de aflossingen. Ook na de aanmaning op 29 januari 2026 heeft [gedaagde] geen contact met Menzis opgenomen om een nieuwe regeling te treffen. Het is daarom aan [gedaagde] zelf te wijten dat Menzis uiteindelijk tot dagvaarding is overgegaan.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van Menzis worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 153,77 | |
| - griffierecht | € | 350,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 434,00 | (2 punten × € 217,00) |
| - nakosten | € | 108,50 | |
| Totaal | € | 1.046,27 |
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis te betalen een bedrag van € 1.302,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.132,25, vanaf 28 april 2026 tot de dag van de volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.046,27, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026. |
(PHR(O)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.