Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Overijssel, 20 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6267Zaaknummer ZWO 25/3486
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- ZWO 25/3486
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afvalstoffenheffing. Stortingen in ondergronds container (Diftar). Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat te laat bezwaar is gemaakt en er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de afvalpas in totaal 349 keer is gebruikt in 2024. Het standpunt van eiser dat hij de afvalpas hooguit 4 á 5 keer heeft gebruikt slaagt niet.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van J.T. Boddeüs, griffier.
| griffier | rechter |
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoge beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3486
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van het GBLT,
gemachtigde: mr. K.M.H. de Boer.
Procesverloop
1. De heffingsambtenaar heeft op 26 februari 2025 aan belanghebbende een aanslag (nr. [nummer 1]) onder meer in de afvalstoffenheffing opgelegd van in totaal € 738,- voor in totaal 410 stortingen in de afvalcontainer (Diftar) voor het belastingjaar 2024.
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 3 november 2025 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet binnen de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen. Ambtshalve is beoordeeld of de aanslag juist is. De aanslag is vervolgens met € 109,80 verlaagd naar
€ 628,20, omdat uit gegevens van ROVA bleek dat 61 keer een dubbele registratie van stortingen heeft plaatsgevonden. Het aantal stortingen is verlaagd van 410 naar 349.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende (online) en de gemachtigde van heffingsambtenaar.
Beoordeling door de rechtbank
2. Belanghebbende heeft te laat bezwaar ingesteld waardoor zijn bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk is verklaard nu voor de termijnoverschrijding geen klemmende redenen zijn aangevoerd die maken dat de overschrijding belanghebbende in redelijkheid niet is toe te rekenen. De stelling van belanghebbende dat hij (meermalen) telefonisch heeft geklaagd over de zijns inziens onjuiste aanslag vanwege het door hem betwiste aantal geregistreerde stortingen, laat onverlet dat belanghebbende tijdig bezwaar had kunnen en moeten indienen met een (inleidend) bezwaarschrift om de bezwaartermijn veilig te stellen. Dat betekent dat het beroep ongegrond is.
Louter nog ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende over de vraag of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de afvalpas van belanghebbende in 2024 in totaal 349 keer is gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar dat terecht heeft vastgesteld en licht dit als volgt toe.
De heffingsambtenaar heeft in de beslissing op bezwaar vastgesteld dat uit navraag bij de ROVA is gebleken dat belanghebbendes afvalpas (nr. [nummer 2]) in 2024 in totaal 410 keer is gebruikt, maar dat er 61 keer problemen zijn geweest met het openen van de klep van de verzamelcontainer respectievelijk een foutmelding is opgetreden. Daarom is het aantal stortingen gecorrigeerd van 410 naar 349 en is aanslag in de afvalstoffenheffing van € 738,- met € 109,80 verlaagd tot € 628,20. Er zijn bij onderzoek geen feilen in de software gebleken; belanghebbende is de enige die klaagt en de software is gecertificeerd en valt onder accountantscontrole. Ook is uitgesloten dat voormalige bewoners van belanghebbendes woning een (duplicaat)pas hebben meegenomen.
Belanghebbende stelt dat het aantal stortingen niet klopt, omdat hij de afvalpas in 2024 hooguit 4 á 5 keer heeft gebruikt. Hij woont alleen in een kleine woning aan de
[adres] en wil alleen voor deze stortingen betalen, maar kan desgevraagd, ook ter zitting niet, niet toelichten hoe het komt dat en/of wie (onder zijn verantwoordelijkheid) van zijn pas talloze malen gebruik is/heeft gemaakt.
Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat sedert de terhandstelling aan hem op zijn verzoek van een nieuwe pas medio mei 2025 hij in de periode tot september 2026 van deze nieuwe pas nimmer gebruik heeft gemaakt, omdat hij nu afval weggooit bij zijn ouders.
De rechtbank is van oordeel dat de enkele, op geen enkele wijze onderbouwde stelling van belanghebbende dat de software niet klopt, niet slaagt en dat de heffingsambtenaar met de registratie van de stortingen, het verweerschrift en de daarop gegeven toelichting (ter zitting) genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat de opgelegde aanslag afvalstoffenheffing juist is.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar is ongegrond (en louter ten overvloede: ook inhoudelijk ongegrond). Dit betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en evenmin een vergoeding voor proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van J.T. Boddeüs, griffier.
| griffier | rechter |
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoge beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.