Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6230Zaaknummer C/08/344619 / HA ZA 26-45

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/344619 / HA ZA 26-45
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot stand gekomen, afbreken onderhandelingen onaanvaardbaar, vergoeding schade ivm afbreken ogv redelijkheid en billijkheid?

De rechtbank

5.1

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

5.2

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.230,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4

verklaart de onderdelen 5.2 en 5.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.
!!
!

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/344619 / HA ZA 26-45

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

advocaat: mr. E.A. van der Zwaag,

tegen

GEMEENTE ENSCHEDE,

te Enschede,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: mr. M.S. ten Feld-Sprik.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- het bericht van 13 augustus 2026 met productie(s) van [eiseres] - de mondelinge behandeling van 24 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Op 5 maart 2021 heeft [eiseres] een koopovereenkomst gesloten met de Protestantse Gemeente Enschede (hierna: PGE) met betrekking tot het kerkgebouw genaamd “ [de kerklocatie] ” (hierna: de kerklocatie) aan de [adres 1] voor een bedrag van € 675.000,- (later, met “aanvulling no 2 koopakte” (productie 1 gemeente) verhoogd naar € 700.000,-). In artikel 14 van deze overeenkomst zijn diverse ontbindende voorwaarden opgenomen, waaronder (in 14.3):

Deze overeenkomst kan door ieder der partijen worden ontbonden indien verkoper ingevolge de Wet voorkeursrecht gemeenten niet in staat is om de eigendom van de onroerende zaak op de overeengekomen dag over te dragen.

2.2

De termijn voor levering van de kerklocatie is telkens (in onderling overleg) uitgesteld.

2.3

In verband met de interesse van de gemeente in de kerklocatie hebben [eiseres] en de gemeente vanaf mei 2023 gesproken over (de mogelijkheid van) een grondruil, waarbij de gemeente eigenaar zou worden van de kerklocatie en [eiseres] van een aan de gemeente in eigendom toebehorende locatie aan de [adres 2] en [adres 3] (hierna: de schoollocatie).

2.4

Bij brief van 13 februari 2024 bericht de gemeente [eiseres] als volgt:

(...)

In ons laatste gesprek op 24 januari 2024 hebben we afgesproken dat we nog eenmaal naar de het voorstel voor de locatie aan de [adres 1] en de locatie aan de [adres 2] / [adres 3] zouden kijken. Bij ze leggen we jullie onze finale aanbieding voor.

Ons voorstel

Het voorstel om de [adres 1] aan te kopen voor € 350.000 kk. blijft staan. De bijbehorende voorwaarden volgen verderop in deze brief. Voor de locatie aan de [adres 2] / [adres 3] komen wij tot een beperkt aangepast voorstel. Wij bieden deze grond aan voor een waarde van € 1.150.000 excl. BTW. De bijbehorende voorwaarden bij deze locatie volgen ook in deze brief.

Vervolg

Zoals eerder aangegeven is het jullie keuze om wel of niet op dit voorstel in te gaan. We horen graag uiterlijk 29 februari 2024 van jullie of jullie hiermee instemmen. Besluiten jullie niet op ons voorstel in te gaan dan vinden wij dat uiteraard jammer. Toch kiezen wij er dan voor om onze plannen voor het Huis van de Wijk anders te realiseren.

Voorwaarden locatie [adres 1]

(...)

[eiseres] levert het perceel met de bodem geschikt voor het beoogde functie Onderwijs. Ontwikkelaar levert bodemonderzoek aan bij de gemeente. Indien er gesaneerd moet worden en deze kosten zijn hoger dan € 25.000,-- dan wordt het meerdere verrekend met de koopprijs.

(...)

Voorwaarden locatie [adres 2] / [adres 3]

  • Gemeente en [eiseres] sluiten een koop- en ontwikkelovereenkomst voor de locatie met daarin een grondprijs van € 1.150.000,-
  • (...)
  • [eiseres] werkt het bouwplan verder uit conform het bepaalde in deze brief en later de ontwikkelovereenkomst.
  • Het gaat om 6 hoekwoningen van ca. 120 m2 bvo met een maximale verkoopprijs van € 375.000,- vrij op naam, prijs peil 2024;
  • En om 12 tussenwoningen van ca. 120 m2 bvo met een maximale verkoopprijs van € 355.000,- vrij op naam, prijs peil 2024.
  • (...)
2.5

Op 5 maart 2024 mailt [eiseres] aan de gemeente:

(...) Ik zou op verzoek van onze fiscaal adviseur en met het oog op het fiscale voorstel nog wel graag wat andere info van jou willen ontvangen. (...)

Onze adviseur heeft de 2e helft van deze week tijd geserveerd voor het uitwerken van het voorstel zodat wij dit voorstel in de loop van volgende week jullie kant op kunnen sturen. (...)

2.6

Per mail van 27 maart 2024 bericht [eiseres] de gemeente als volgt:

(...) Wij willen daarom niet langer wachten met ons voorstel omtrent de levering van locatie [adres 2].

We hebben onze fiscalist de casus voorgelegd. Het is mogelijk om de locatie met opstallen van de gemeente te kopen en door te leveren aan de toekomstige kopers van de woningen. Op deze wijze is een levering met overdrachtsbelasting mogelijk. Dit kan ons een financieel voordeel opleveren (...). Door deze fiscale optimalisatie zijn we in staat om aan jullie vraagprijs te voldoen. (...)

Als we ervoor kiezen om de locatie met overdrachtsbelasting te verwerven en de locatie dus met opstallen geleverd krijgen dan moeten de opstallen dus nog wel gesloopt worden. Deze sloopkosten, die bij een levering van bouwrijpe grond voor rekening van de gemeente komen, komen bij de levering met overdrachtsbelasting voor rekening van de toekomstige kopers van de woningen. Wij stellen voor om deze sloopkosten te verrekenen met de prijs van € 1.150.000,- excl. BTW voor de bouwrijpe grond.

2.7

De gemeente mailt op 18 december 2024 aan [eiseres]:

(...)

Goed nieuws: Gisteren heeft ons college ingestemd met het voorstel tot de aankoop van de kerk aan de [adres 1] met de herontwikkelmogelijkheid op de [adres 2].

(...) We zullen afspraken moeten maken over de planning, de overeenkomsten, (...)

2.8

Op 16 februari 2025 volgt een concept (ver)koop- en ontwikkelovereenkomst, opgesteld door de gemeente. In dit concept gaat het over de (ver)koop van gedeeltelijke percelen grond van in totaal circa 5225 m2, waarbij het verkochte door “Ontwikkelaar” ( [eiseres]) wordt (her)ontwikkeld naar zes (6) hoekwoningen van circa 120 m2 bvo met een maximale verkoopprijs van € 375.000,- vrij op naam en twaalf (12) tussenwoningen van circa 120 m2 bvo met een maximale verkoopprijs van € 335.000,- (prijzen gebaseerd op prijspeil 2024).

2.9

De reactie van [eiseres] op 20 maart 2025 luidt als volgt:

(...)

Zoals we eerder hebben aangegeven hebben we de wens om de locatie in bebouwde staat geleverd te krijgen. Een alternatief daarop zou een levering van bouwrijpe grond kunnen zijn. De huidige insteek van deze overeenkomst is fiscaal juridsich niet houdbaar met het oog op de gewenste levering as-is met overdrachtsbelasting. Hieronder een beknopte toelichting waarom niet:

  • (...) Zij ( [eiseres], rb.) verkoopt feitelijk alleen de grond behorend bij de woning. (...) De overeenkomst gaat nu uit van de levering van een bouwterrein (een btw-belaste levering).
  • bij een GKA is [eiseres] geen ontwikkelaar van woningen ( [eiseres] bouwt geen woningen). Daarom vanuit fiscaal jurisidisch oogpunt [eiseres] aan te merken als koper i.p.v. ontwikkelaar. Daarom spreken van een koop/verkoopovereenkomst tussen partijen i.p.v. een koop/ontwikkelovereenkomst
  • Binnen dit stramien is het wenselijk dat de gemeente de m2 die bestemd zijn voor de woningen ‘as is’ levert en de m2 voor openbaar gebied achterhoudt (niet levert). (...)
  • Met betrekking tot de fiscaal juridische houdbaarheid van dit uitgangspunt is derhalve een (eenvoudige) koopovereenkomst nodig voor de levering ‘as is’ van de grond die benodigd is voor de bouw van de woningen.
  • Het kan altijd zijn dat de plannen wijzigen etc. zodat de levering van een bouwterrein door de gemeente toch gewenst is. Dit kan eenvoudig door in de overeenkomst een bepaling op te nemen die de mogelijkheid biedt om het voorwerp van de overeenkomst aan te passen naar de levering van een bouwterrein door de gemeente (fiscaal van belang: tegen een vaste – uiteraard hogere – koopsom).

(...)

  • Koopsom voor as-is-levering nog nader vast te stellen. (...)
  • (...)
  • De brief van 13-2-2024 niet opnemen als bijlage. Niet alle afspraken zijn actueel. (...)
  • (...)
  • De gemeente werkt het stedenbouwkundige plan uit met input vanuit [eiseres]. Alle werkzaaden en kosten behorende bij de procedure incl nadeelcompensatie, bouw-/woonrijp maken openbare ruimte komen voor rekening van gemeente. Gemeente is feitelijk initiatiefnemer / ontwikkelaar en realisator van de gebiedsontwikkeling. [eiseres] doet alleen de opstalontwikkeling van de 18 woningen. (...)
  • (...)
2.10

De gemeente heeft daarop per mail van 1 april 2025 gereageerd als volgt:

(...)

Als ik het afpel komt het er op neer dat jullie alleen de doorverkopende partij worden. Jullie vragen ons nu om het plan helemaal uit te werken tot het detail van de afgesplitste kavels aan toe.

Dat zou betekenen dat wij alle werkzaamheden moeten verrichten om tot een plan te komen en daarmee komen wij in de rol van ontwikkelaar terecht. Dat valt buiten de taken en bevoegdheden van de gemeente. Dat is in strijd met het feit dat wij moeten handelen in algemeen belang en geen oneerlijke concurrent mogen zijn van ontwikkelaars. Dat mogen wij niet en dat willen wij ook niet.

Deze manier van werken is ook niet zoals we er vorig jaar over gesproken hebben en waarover we overeenstemming hebben bereikt.

Dus wij willen graag met jullie in gesprek over de herontwikkeling van de locatie aan de [adres 2] maar dan wel onder de condities dat wij het terrein bouwrijp leveren en dat jullie het plan verder ontwikkelen.(..)

2.11

Op 4 april 2025 heeft de gemeente [eiseres] uitgenodigd voor een bespreking over “het kunnen vastleggen en waarborgen van de kaders van de gemeente voor de ontwikkeling”. Deze bespreking heeft plaatsgevonden op 14 april 2025.

2.12

Nadat op 15 april 2025 een tijdelijk voorkeursrecht was gevestigd op de kerklocatie, heeft PGE de overeenkomst met [eiseres] ontbonden. Bij besluit van 10 juli 2025 is het voorkeursrecht voor de duur van drie jaren bestendigd. [eiseres] is in bezwaar gegaan tegen het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht, maar haar bezwaar is niet ontvankelijk verklaard, waarna [eiseres] niet in beroep is gegaan.

3 Het geschil

3.1

[eiseres] vordert primair een verklaring voor recht dat tussen haar en de gemeente een (ruil)koopovereenkomst tot stand is gekomen betreffende de kerklocatie en de schoollocatie, met veroordeling van de gemeente tot nakoming van die overeenkomst, inhoudende dat de gemeente de schoollocatie overeenkomstig de gemaakte afspraken moet leveren op straffe van verbeurte van een dwangsom, en, voor zover dat niet mogelijk is, tot vergoeding van (schadevergoeding in de vorm van) het positieve contractsbelang, nader op te maken bij staat.

Subsidiair vordert zij dat de gemeente op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt veroordeeld de onderhandelingen te hervatten, meer subsidiair vordert zij een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, met veroordeling van de gemeente tot vergoeding van haar schade, primair door levering van de schoollocatie aan haar, subsidiair door vergoeding van het positief contractsbelang.

Uiterst subsidiair vordert zij voor recht te verklaren dat de gemeente in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door de onderhandelingen af te breken, met veroordeling van de gemeente tot vergoeding van de dientengevolge geleden schade. Tot slot vordert zij dat de gemeente (in alle gevallen) wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2

De gemeente voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

(Ruil) koopovereenkomst tot stand gekomen?

4.1

De eerste vraag die voorligt, is of de onderhandelingen tussen partijen hebben geleid tot een (ruil)koopovereenkomst.

4.2

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). In het aanbod en de aanvaarding daarvan moet een wilsverklaring tot uitdrukking te zijn gebracht die gericht is op de totstandkoming van de overeenkomst.

4.3

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het antwoord op de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (zie artikel 3:35 in verband met artikel 3:33 en artikel 3:37 lid 1 BW)

(HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352). Er is geen sprake van wilsovereenstemming wanneer een partij behoort te begrijpen dat overeenstemming over een bepaald punt voor de andere partij van essentieel belang is, en partijen het over dat punt niet eens zijn geworden. Het hangt van de bedoeling van partijen af of overeenstemming ten aanzien van een deel van de te regelen verbintenissen al een overeenkomst op die deelonderdelen tot stand doet komen (HR 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9414).

4.4

In haar dagvaarding (punt 31) stelt [eiseres]:

Tijdens het gesprek (op 14 april 2025, rb.) werd duidelijk dat de Gemeente ervan uitging dat het woonrijp maken van de openbare ruimte bij de Schoollocatie onder verplichtingen van [eiseres] viel, terwijl [eiseres] ervan uitging dat zij uitsluitend bouwrijpe grond voor de woningen zou afnemen en dat de Gemeente verantwoordelijk zou zijn voor de aanleg van de openbare ruimte. Ook was de Gemeente in de veronderstelling dat [eiseres] het terrein verder zou ontwikkelen, terwijl [eiseres] enkel de grond wil verkopen.

4.5

Duidelijk is dus dat partijen het op dat moment allesbehalve eens waren over de inhoud van de overeenkomst; volgens de gemeente een koop- en ontwikkelovereenkomst, met als te verkopen en ontwikkelen object het gehele (niet gesplitste) perceel, inclusief de toekomstige openbare ruimte, volgens [eiseres] een koopovereenkomst met betrekking tot (alleen) de vierkante meters bestemd voor woningen. De stelling van [eiseres] dat in een eerder stadium wel degelijk overeenstemming was over “de overeenkomst”, althans over de essentialia daarvan gaat niet op. Voor zover [eiseres] al mocht veronderstellen dat het finale aanbod van de gemeente zag op levering van (alleen) dat deel van de schoollocatie bestemd voor woningen – de gemeente betwist dit – geldt dat is gesteld noch gebleken dat [eiseres] dit aanbod (koop- en ontwikkelovereenkomst voor de schoollocatie met daarin een grondprijs van € 1.150.000,-, met een door [eiseres] uit te werken bouwplan) heeft aanvaard. Integendeel; in eerste instantie heeft zij (alleen) te kennen gegeven dat zij de locatie graag in bebouwde staat (tegen een lagere prijs) geleverd wilde krijgen (zie onder 2.5), waarna zij, na ontvangst van de conceptkoop- en ontwikkelovereenkomst, ook heeft laten weten dat zij de locatie helemaal niet wil ontwikkelen (zie 2.9).

4.6

De primaire vordering wordt dan ook afgewezen.

Afbreken onderhandelingen onaanvaardbaar?

4.7

Een onderhandelende partij is in principe vrij de onderhandelingen af te breken (contractsvrijheid). Dit afbreken kan echter onaanvaardbaar zijn, onder meer op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst.

4.8

Volgens [eiseres] mocht zij er vanuit gaan dat een overeenkomst tot stand zou komen. Gelet op dit totstandkomingsvertrouwen mocht de gemeente de onderhandelingen niet afbreken, aldus [eiseres]. In haar dagvaarding (pt. 73) merkt zij hierover op: (...) er is een finaal aanbod gedaan, de Gemeente heeft bevestigd dat partijen er grotendeels uit waren, het college heeft ingestemd met de aankoop van de Kerklocatie en er is een concept(ver)koop- en ontwikkelovereenkomst toegestuurd, waarna uitsluitend nog uitvoerings- en fiscale details dienden te worden uitgewerkt.

4.9

Dit betoog gaat niet op. Naar aanleiding van [eiseres] uitgebreide tegenvoorstel (zie hiervoor onder 2.10) heeft de gemeente immers laten weten dat zij wel nog in gesprek wil, maar (alleen) onder de condities dat de gemeente het terrein bouwrijp levert en dat [eiseres] het plan verder ontwikkelt. In het daarop gevolgde gesprek is duidelijk geworden dat partijen (volstrekt) andere uitgangspunten hanteerden. Dat het de gemeente desalniettemin niet vrijstond de onderhandelingen af te breken valt niet in te zien.

Vestiging voorkeursrecht onrechtmatig jegens [eiseres] ?

4.10

In geschil is of de gemeente haar bevoegdheid tot het vestigen van het voorkeusrecht zodanig heeft ingezet dat zij jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. [eiseres] heeft ervoor gekozen om de levering van de kerklocatie telkens uit te stellen (en/of de koopovereenkomst niet in te schrijven in de openbare registers, in de hoop op een voor haar gunstige (ruil)kooptransactie met de gemeente (op de kerklocatie kon zij niet het door haar gewenste bouwplan realiseren). Niet valt in te zien waarom de gemeente er na het stuklopen van de onderhandelingen vanaf had moeten zien een voorkeursrecht te vestigen. Dat hiermee [eiseres] “ruilmiddel” (het startpunt voor de onderhandelingen met de gemeente) is verdwenen, is daarvoor onvoldoende.

Schadevergoeding in verband met afbreken onderhandelingen o.g.v. redelijkheid en billijkheid?

4.11

Volgens [eiseres] heeft zij “substantiële kosten” gemaakt, waaronder voor planontwikkeling, bodem- en asbestonderzoek, fiscale en juridische advisering en interne uren.

4.12

Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

Een partij die graag een bepaald onderhandelingsresultaat wenst, zal in dat kader inspanningen moeten verrichten en (acquisitie)kosten moeten maken. Bij gelegitimeerd afgebroken onderhandelingen dienen deze onderhandelingskosten in beginsel voor rekening te blijven van de partij die ze gemaakt heeft. In bijzondere situaties kan het echter zo zijn dat de afbrekende partij bepaalde kosten geheel of gedeeltelijk moet vergoeden.

4.13

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een dergelijke bijzondere situatie. Het had op haar weg gelegen te stellen en te onderbouwen (bijvoorbeeld) waarom het redelijkerwijs niet van haar kan worden gevergd dat zij de gemaakte kosten (alleen) draagt, dat sprake is geweest van verderstrekkende inspanningen verricht of hogere kosten gemaakt op verlangen van de gemeente en/of dat de gemeente haar onnodig lang in onzekerheid heeft gelaten met betrekking tot het niet doorgaan van de overeenkomst.

4.14

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht€735,00
- salaris advocaat€1.306,00(2 punten × € 653,00)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€2.230,00
4.15

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

5.2

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.230,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4

verklaart de onderdelen 5.2 en 5.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.
!!
!

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.