Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6229Zaaknummer C/08/338669 / HA ZA 25-316

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/338669 / HA ZA 25-316
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Deze zaak betreft een geschil over een detacheringsovereenkomst tussen UWV en Zorghotel Zenderen. UWV heeft een van haar werknemers voor de duur van één jaar gedetacheerd bij Zorghotel Zenderen. Facturen die UWV uit hoofde van de detacheringsovereenkomst aan Zorghotel Zenderen heeft gestuurd, zijn onbetaald gebleven. UWV vordert in deze procedure nakoming van de betalingsverplichting van Zorghotel Zenderen. Zorghotel Zenderen neemt het standpunt in dat zij haar betalingsverplichting mocht opschorten (als opstap naar een vordering tot ontbinding en schadevergoeding), omdat UWV haar verplichtingen uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen. Het niet-nakomen/tekortschieten van de zijde van UWV schuilt er volgens Zorghotel Zenderen in dat de gedetacheerde werknemer niet heeft gefunctioneerd zoals mocht worden verwacht. Het standpunt van UWV wordt door de rechtbank verworpen. Zorghotel Zenderen wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen.

De rechtbank

6.1

veroordeelt Zorghotel Zenderen om aan UWV te betalen een bedrag van € 67.885,04, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 25 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

6.2

veroordeelt Zorghotel Zenderen in de proceskosten van € 5.886,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Zorghotel Zenderen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3

veroordeelt Zorghotel Zenderen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6.5

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Waar gaat de zaak over?
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/338669 / HA ZA 25-316

Vonnis van 14 oktober 2026

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN (UWV),

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: UWV,

advocaat: mr. Z. Sahak,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZORGHOTEL EN RETRAITEHUIS ZENDEREN B.V.,

gevestigd in Zenderen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Zorghotel Zenderen,

advocaat: mr. A.P. Macro.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, die is betekend op 12 september 2025, met 17 producties,

- de conclusie van antwoord (met incidentele vordering), gedateerd 24 december 2025, met 10 producties,

- het vonnis in het incident van 11 februari 2026,

- het document (bestaande uit een brief van het UWV van 26 februari 2026 met 10 bijlagen), op 3 augustus 2026 overgelegd namens Zorghotel Zenderen, ten behoeve van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026,

- de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

- de spreekaantekeningen namens UWV voorgedragen door mr. Sahak tijdens de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026,

- de spreekaantekeningen namens Zorghotel Zenderen voorgedragen door mr. Macro tijdens de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026.

1.2

Aansluitend is vonnis bepaald.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1

Deze zaak betreft een geschil over een detacheringsovereenkomst tussen UWV en Zorghotel Zenderen. UWV heeft een van haar werknemers voor de duur van één jaar gedetacheerd bij Zorghotel Zenderen. Facturen die UWV uit hoofde van de detacheringsovereenkomst aan Zorghotel Zenderen heeft gestuurd, zijn onbetaald gebleven. UWV vordert in deze procedure nakoming van de betalingsverplichting van Zorghotel Zenderen. Zorghotel Zenderen neemt het standpunt in dat zij haar betalingsverplichting mocht opschorten (als opstap naar een vordering tot ontbinding en schadevergoeding), omdat UWV haar verplichtingen uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen. Het niet-nakomen/tekortschieten van de zijde van UWV schuilt er volgens Zorghotel Zenderen in dat de gedetacheerde werknemer niet heeft gefunctioneerd zoals mocht worden verwacht. Het standpunt van UWV wordt door de rechtbank verworpen. Zorghotel Zenderen wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen.

3 De feiten

3.1

Tussen UWV en Zorghotel Zenderen is op 20 maart 2023 een detacheringsovereenkomst tot stand gekomen. De detacheringsovereenkomst, met een ingangsdatum van 17 april 2023, kende een looptijd van één jaar. Op grond van de detacheringsovereenkomst heeft UWV haar werknemer [werknemer] (hierna: ‘ [werknemer] ’) ter beschikking gesteld aan Zorghotel Zenderen. Artikel III lid 3 van de detacheringsovereenkomst luidt als volgt:

“De overeenkomstig artikel III, lid 1 en lid 2 door het UWV te dragen lasten, vermeerderd met door UWV betaalde reiskosten en eventuele andere personeelskosten, zullen door INLENENDE PARTIJ worden vergoed aan UWV. UWV zendt INLENENDE PARTIJ daartoe per kwartaal op voorschotbasis een factuur die INLENENDE PARTIJ binnen dertig dagen dient te voldoen. Het jaartarief is vastgesteld op € 95.406 exclusief BTW. De loonkosten volgen de loonontwikkelingen van de CAO van UWV.”

3.2

UWV heeft op 25 juli 2023, 31 oktober 2023 en 9 januari 2024 facturen gestuurd aan Zorghotel Zenderen die zien op de werkzaamheden die door [werknemer] zijn verricht. In totaal gaat het om een bedrag van € 67.885,04. Deze facturen zijn door Zorghotel Zenderen onbetaald gelaten.

3.3

De detachering van [werknemer] is beëindigd in of omstreeks februari 2024.

3.4

Bij brief van 25 april 2024 heeft UWV Zorghotel Zenderen aangemaand tot betaling van de facturen van 25 juli 2023, 31 oktober 2023 en 9 januari 2024.

3.5

Bij e-mail van 16 juli 2024 heeft Zorghotel Zenderen aan UWV medegedeeld dat zij niet zal overgaan tot betaling van de door UWV gestuurde facturen.

4 Het geschil

4.1

UWV vordert – samengevat weergeven – nakoming door Zorghotel Zenderen van de op haar rustende betalingsverplichting uit hoofde van de detacheringsovereenkomst, vermeerderd met rente en kosten. Volgens UWV is Zorghotel Zenderen ten onrechte niet overgegaan tot betaling van de facturen die UWV heeft gestuurd op basis van de detacheringsovereenkomst.

4.2

Zorghotel Zenderen voert verweer. Het standpunt van Zorghotel Zenderen is dat UWV is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis die voor haar voortvloeide uit de detacheringsovereenkomst, doordat [werknemer] zijn werkzaamheden ondeugdelijk heeft verricht. Zorghotel Zenderen meent dat zij daarom gerechtigd was om de op haar rustende betalingsverplichting op te schorten, als opstap naar een bevoegdheid tot ontbinding en het vorderen van schadevergoeding van UWV. Zorghotel Zenderen heeft ook een beroep gedaan op verrekening en op matiging van het door UWV gevorderde bedrag.

4.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Opschorting

5.1

Tussen partijen staat niet ter discussie dat op 20 maart 2023 een detacheringsovereenkomst tot stand is gekomen. Zorghotel Zenderen betwist ook niet dat zij, op basis van de detacheringsovereenkomst, in beginsel een verplichting heeft om UWV te betalen voor de werkzaamheden die door [werknemer] zijn verricht. Zorghotel Zenderen betoogt echter dat zij bevoegd is om haar betalingsverplichting op te schorten, omdat UWV een op haar rustende verbintenis uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen (artikel 6:262 lid 1 BW). Het is Zorghotel Zenderen dat zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat zij gerechtigd is om haar betalingsverplichting op te storten. Zorghotel Zenderen voert daarmee een bevrijdend verweer. Het gevolg is dat Zorghotel Zenderen de stelplicht en bewijslast heeft ten aanzien van de vereisten om het opschortingsrecht uit te oefenen (artikel 150 Rv).

5.2

Zorghotel Zenderen betoogt dat UWV haar verplichting niet is nagekomen, omdat zij – met de persoon van [werknemer] – een onvoldoende gekwalificeerde medewerker aan Zorghotel Zenderen ter beschikking heeft gesteld. In het verlengde daarvan verwijt Zorghotel Zenderen UWV dat zij [werknemer] ondeugdelijk heeft geselecteerd ter detachering. Volgens Zorghotel Zenderen heeft [werknemer] bij Zorghotel Zenderen niet of nauwelijks productieve werkzaamheden verricht en heeft hij met zijn werkzaamheden bovendien (financiële) schade veroorzaakt bij Zorghotel Zenderen.

5.3

Zorghotel Zenderen verwijst ter onderbouwing naar een door [werknemer] op 4 mei 2023 opgesteld visiedocument (productie 2 bij conclusie van antwoord). Volgens Zorghotel Zenderen is de inhoud van dat visiedocument de maatstaf om te beoordelen of de feitelijke prestaties van [werknemer] in lijn waren met hetgeen Zorghotel Zenderen op grond van de detacheringsovereenkomst van UWV mocht verwachten.

5.4

De rechtbank volgt het standpunt van Zorghotel Zenderen niet. Het visiedocument maakt geen onderdeel uit van de contractsinhoud tussen UWV en Zorghotel Zenderen. In de detacheringsovereenkomst wordt niet naar het visiedocument verwezen, en ook anderszins is niet gebleken dat UWV zich op enig moment inhoudelijk heeft willen binden aan het visiedocument. UWV heeft onbetwist aangevoerd dat zij, voorafgaand aan de totstandkoming van de detacheringsovereenkomst, niet op de hoogte was van het bestaan en de inhoud van het visiedocument en evenmin van de inhoudelijke werkzaamheden die [werknemer] bij Zorghotel Zenderen moest gaan uitvoeren.

5.5

In artikel II lid 2 van de detacheringsovereenkomst staat dat als bijlage bij de detacheringsovereenkomst een functieomschrijving zou worden aangehecht, maar tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat dit feitelijk niet is gebeurd. Ook via die weg kan Zorghotel Zenderen UWV dus niet een valide verwijt maken over de inhoudelijke werkzaamheden zoals die door [werknemer] zijn uitgevoerd.

5.6

Voor het overige geldt dat Zorghotel Zenderen het vermeende disfunctioneren van [werknemer] in feitelijke zin onvoldoende heeft onderbouwd, nog afgezien van het antwoord op de vraag of een eventueel disfunctioneren van [werknemer] juridisch aan UWV verwijtbaar zou zijn geweest.

5.7

Bij dit alles weegt de rechtbank mee dat UWV niet een beroep of bedrijf maakt van het detacheren van personeel. Het feit dat UWV geen professioneel detacheerder is, kleurt mede in hetgeen Zorghotel Zenderen van UWV mocht verwachten op basis van de detacheringsovereenkomst met betrekking tot het functioneren van [werknemer]. UWV heeft bovendien onbetwist aangevoerd dat de detacheringsovereenkomst tussen haar en Zorghotel Zenderen niet op initiatief van UWV tot stand is gekomen, maar op initiatief van [werknemer]. Het was enerzijds [werknemer] die graag voor Zorghotel Zenderen wilde gaan werken, zonder dat hij zijn arbeidsvoorwaardelijke positie bij UWV wilde opgeven. Anderzijds wilde Zorghotel Zenderen graag dat [werknemer] werkzaamheden ten behoeve van haar zou gaan verrichten, vanwege een gebrek aan expertise aan haar kant, iets waarvan Zorghotel Zenderen dacht dat [werknemer] dit zou kunnen invullen. Een en ander heeft ertoe geleid dat UWV en Zorghotel Zenderen hebben gekozen voor het aangaan van een (atypische) detacheringsovereenkomst.

5.8

De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat UWV een op haar rustende verbintenis uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen. Het opschortingsverweer van Zorghotel Zenderen wordt daarom door de rechtbank als ongegrond verworpen.

Ontbinding en schadevergoeding

5.9

Zorghotel Zenderen heeft ook als verweer aangevoerd dat zij bevoegd is om de detacheringsovereenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden, met daaraan gekoppeld een recht op schadevergoeding. Dit verweer van Zorghotel Zenderen steunt op het standpunt dat UWV toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een verbintenis uit de detacheringsovereenkomst (artikel 6:265 lid 1 BW). De verwijten die Zorghotel Zenderen in dit kader aan UWV maakt, zijn dezelfde als die Zorghotel Zenderen aan haar beroep op opschorting ten grondslag heeft gelegd.

5.10

In de rechtsoverwegingen 5.1 tot en met 5.8 van dit vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat UWV haar verplichtingen uit de detacheringsovereenkomst niet is nagekomen. Gelet daarop kan evenmin worden vastgesteld dat UWV toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de detacheringsovereenkomst. Toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van een verbintenis kent als rechtsfiguur immers meer vereisten dan niet-nakoming van een verbintenis, terwijl de verwijten die Zorghotel Zenderen aan het adres van UWV maakt niet anders zijn.

5.11

De conclusie is dat Zorghotel Zenderen geen bevoegdheid heeft om de detacheringsovereenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden. Zorghotel Zenderen heeft evenmin recht op schadevergoeding.

Verrekening

5.12

Zorghotel Zenderen heeft ter verweer een beroep gedaan op verrekening (artikel 6:127 BW). Ook dat faalt. Het verrekeningsverweer van Zorghotel Zenderen rust op de premisse dat Zorghotel Zenderen een prestatie van UWV te vorderen heeft (lees: een recht op schadevergoeding, waarmee zij de nakomingsvordering van UWV kan verrekenen), maar die premisse is onjuist.

Matiging nakomingsvordering

5.13

Zorghotel Zenderen heeft als verweer ten slotte nog een beroep gedaan op matiging van de door UWV gevorderde hoofdsom, in het geval die zou worden toegewezen. De rechtbank begrijp dit verweer van Zorghotel Zenderen aldus, dat een beroep van UWV op volledige nakoming ten opzichte van Zorghotel Zenderen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW).

5.14

Zorghotel Zenderen heeft aan dit verweer geen andere argumenten ten grondslag gelegd dan die zij bij de overige verweren al heeft aangevoerd. Zo wordt de stelling ingenomen dat [werknemer] “nauwelijks productief” is geweest, zonder dat dit concreet wordt onderbouwd.

5.15

Het verweer van Zorghotel Zenderen wordt door de rechtbank verworpen, omdat Zorghotel Zenderen onvoldoende (onderbouwde) feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat een integrale nakomingsvordering van UWV ten opzichte van Zorghotel Zenderen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Ingangsdatum wettelijke rente

5.16

UWV vordert 25 april 2024 als ingangsdatum van de wettelijke rente over de hoofdsom. UWV baseert die ingangsdatum, naar de rechtbank begrijpt, op de dagtekening van de brief waarbij Zorghotel Zenderen is aangemaand om tot betaling over te gaan van de facturen van 25 juli 2023, 31 oktober 2023 en 9 januari 2024.

5.17

Zorghotel Zenderen voert op dit punt verweer en betoogt dat de ingangsdatum van de wettelijke rente niet eerder kan zijn dan de datum waarop is gedagvaard (12 november 2025).

5.18

De rechtbank oordeelt dat 25 april 2024 als ingangsdatum voor de wettelijke rente toewijsbaar is. In artikel III lid 3 van de detacheringsovereenkomst hebben partijen afgesproken dat UWV per kwartaal op voorschotbasis zou factureren, met een betaaltermijn van 30 dagen per factuur. Die contractuele betalingstermijn van 30 dagen per factuur is aan te merken als een ‘voor de voldoening bepaalde termijn’ als bedoeld in artikel 6:83 sub a BW. Na het verstrijken van die respectievelijke betaaltermijnen, verkeert Zorghotel Zenderen per respectievelijke factuur in verzuim zonder ingebrekestelling. De conclusie is dat Zorghotel Zenderen op 25 april 2024 in verzuim verkeerde ten aanzien van de betalingsverplichtingen uit hoofde de facturen van 25 juli 2023, 31 oktober 2023 en 9 januari 2024. Aan het verzuimvereiste van artikel 6:119 lid 1 BW was dus op 25 april 2024 voldaan.

Conclusie: nakomingsvordering UWV toewijsbaar

5.19

Omdat alle verweren van Zorghotel Zenderen door de rechtbank worden verworpen, is de nakomingsvordering van UWV toewijsbaar. Meer specifiek geldt dat voor de vorderingen onder iii tot en met vi van het petitum. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van UWV desgevraagd verklaard dat UWV geen zelfstandig belang heeft bij de vorderingen onder i en ii uit het petitum, indien de overige vorderingen zouden worden toegewezen. De vorderingen onder i en ii worden daarom afgewezen.

Proceskosten

5.20

Zorghotel Zenderen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van UWV worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€122,25
- griffierecht€2.995,00
- salaris advocaat€2.580,00(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€5.886,25
5.21

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1

veroordeelt Zorghotel Zenderen om aan UWV te betalen een bedrag van € 67.885,04, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 25 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

6.2

veroordeelt Zorghotel Zenderen in de proceskosten van € 5.886,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Zorghotel Zenderen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3

veroordeelt Zorghotel Zenderen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6.5

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.