Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 1 oktober 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6185Zaaknummer C/08/347791 / FA RK 26-1134

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/347791 / FA RK 26-1134
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opheffing kinderrekening, vaststelling kinderalimentatie.

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 4 maart 2025 waarin de inhoud van het ouderschapsplan van 10 februari 2025 is opgenomen, voor wat betreft de kosten van de kinderen en de kinderrekening voor de minderjarige kinderen van partijen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2015,

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2015, en

[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2020.

en stelt die bijdrage met ingang van 1 juli 2026 op € 157,- (honderdzevenenvijftig EURO) per kind per maand, door de man te betalen, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

houdt de beslissingen onder 8.5., 8.6. en 8.7. in de beschikking van 8 juli 2026 aan zoals daar is bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Mensink en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.C. Dorresteijn, griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

[Afbeeldingen]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere procesverloop
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/347791 / FA RK 26-1134

beschikking van 1 oktober 2026

inzake

[de man],

verder te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1],

verzoeker,

advocaat: mr. W.L.J. Fernhout,

en

[de vrouw],

verder te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. K.M. Wientjes.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij de eerdere beschikking van 8 juli 2026 heeft de rechtbank (o.a.) de beslissing over de kinderalimentatie aangehouden in afwachting van een bericht van partijen. De rechtbank heeft kennisgenomen van het F-formulieren namens de man van 7 en 27 juli 2026, waarin hij de rechtbank laat weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt. De man verzoekt een beschikking dienaangaande te wijzen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In de beschikking van 4 maart 2025 heeft de rechtbank Gelderland de ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen uitgesproken, welke beschikking op 10 maart 2025 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De rechtbank heeft in die beschikking, voor zover nu van belang, bepaald dat de inhoud van het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking.

2.2.

Onder art. 25 van het ouderschapsplan zijn de financiële afspraken ten aanzien van de kinderen opgenomen. De man stort een bedrag van € 656,- op de kinderrekening. Van die rekening wordt de school, sport, muziek, abonnementen, hobby, kleding en fietsen betaald.

2.3.

De vrouw verzoekt in haar verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken van 22 juni 2026 onder 8 en 9 de rechtbank:

  • te bepalen dat de man een bedrag van € 226,- per kind per maand, dan wel een door uw rechtbank vast te stellen hogere dan wel lagere bijdrage, aan de vrouw bij vooruitbetaling dient te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, bij de huidige regeling;
  • te bepalen dat de man een bedrag van € 258,- per kind per maand, dan wel een door uw rechtbank vast te stellen hogere dan wel lagere bijdrage, aan de vrouw bij vooruitbetaling dient te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, bij de verzochte zorgregeling door de vrouw.
2.4.

Tussen partijen staat vast dat de kinderrekening opgeheven is en dat zij willen overgaan naar de meer reguliere manier van verdeling van de kosten van de kinderen. Als ingangsdatum houden partijen 1 juli 2026 aan. Tussen de ouders staat ook vast dat de kosten van de kinderen door de indexering inmiddels € 388,- per maand per kind bedraagt. De vrouw gaat de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen voldoen, zodat uitgaven voor kleding etc. niet meer verdeeld hoeven te worden gedaan.

2.5.

De inkomensgegevens van partijen zijn de volgende:

De vrouw:

- Wajong-uitkering van € 1.606,02 bruto per maand + 8 % vakantiegeld. De wettelijke verhoging per 1 juli 2026 is 1,86%, waardoor haar uitkering

€ 1.635,89 bruto per maand bedraagt.

De man:

- Inkomen van € 5.303,70 bruto per maand + € 121,99 ‘budget duurzame inzetbaarheid UTA’+ € 264,- ‘budget dagen UTA’ + 8 % vakantiegeld -/-

€ 393 premie pensioen -/- € 79 overige premies pensioen en € 783 bijtelling auto.

2.6.

Hoewel hierom wel door de vrouw is verzocht, is een beslissing over een wijziging van de zorgregeling in de beschikking van 9 juli 2026 aangehouden in afwachting van het hulpverleningstraject bij de gemeente. Bij de huidige zorgregeling is de zorgkorting van 35 % passend.

2.7.

Dat de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen gaat voldoen, rechtvaardigt dat zij ook het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop voor de drie kinderen ontvangt. Gezien de zorgregeling blijft de man wel de inkomensafhankelijke combinatiekorting ontvangen.

2.8.

De draagkracht van de man bedraagt € 1.133,- per maand en die van de vrouw

€ 366,-. De gezamenlijke draagkracht is voldoende om volledig in de kosten van de kinderen te voorzien. Rekening houdend met de zorgkorting en gezien de onderlinge draagkrachtverhouding, komt de bijdrage van de man in de kosten van opvoeding en verzorging van de minderjarigen neer op € 157,- per kind per maand. De draagkrachtberekening wordt aan de beschikking gehecht.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 4 maart 2025 waarin de inhoud van het ouderschapsplan van 10 februari 2025 is opgenomen, voor wat betreft de kosten van de kinderen en de kinderrekening voor de minderjarige kinderen van partijen:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2015,

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2015, en

[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2020.

en stelt die bijdrage met ingang van 1 juli 2026 op € 157,- (honderdzevenenvijftig EURO) per kind per maand, door de man te betalen, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

houdt de beslissingen onder 8.5., 8.6. en 8.7. in de beschikking van 8 juli 2026 aan zoals daar is bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Mensink en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.C. Dorresteijn, griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

[Afbeeldingen]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.