Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Overijssel, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6177Zaaknummer ZWO 26/2719
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- ZWO 26/2719
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om voorlopige voorziening woningsluiting o.g.v. artikel 13b Opiumwet wordt afgewezen. Weliswaar verdient het betoog van verzoeker ten aanzien van het arrest MV-98 aandacht in de bezwaarfase en (mogelijk) daaropvolgende procedures, maar gelet op de wet- en regelgeving en vaste Nederlandse rechtspraak is nu niet op voorhand aannemelijk dat het bestreden besluit geen stand zal houden. Mede in dat licht vormt de belangenafweging geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/2719
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats],
hierna: verzoeker,
(gemachtigde: mr. J.C. Stam),
en
de burgemeester van Hellendoorn,
hierna: de burgemeester,
(gemachtigden: mr. F.S. Helder en mr. J. Heemskerk).
1 Samenvatting
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de huurwoning van verzoeker te sluiten per 15 oktober 2026 voor een periode van zes maanden. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en wil met het verzoek bereiken dat hij in de huurwoning mag blijven totdat op zijn bezwaarschrift is beslist.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Weliswaar verdient het betoog van verzoeker ten aanzien van het arrest MV-98 aandacht in de bezwaarfase en (mogelijk) daaropvolgende procedures, maar gelet op de wet- en regelgeving en vaste Nederlandse rechtspraak is nu niet op voorhand aannemelijk dat het bestreden besluit geen stand zal houden. Mede in dat licht vormt de belangenafweging geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2 Inleiding: feiten en procesverloop
Verzoeker huurt een woning aan de [adres] van [bedrijf] B.V., waarvan zijn vader eigenaar is. Verzoeker woont alleen in de woning.
Met het besluit van 1 oktober 2026 heeft de burgemeester besloten de woning per 15 oktober 2026 om 10:00 uur te sluiten voor een periode van zes maanden vanwege een overtreding van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet.
Daaraan ten grondslag ligt een bestuurlijke rapportage die de burgemeester heeft ontvangen van de politie. Uit deze rapportage blijkt dat de politie op 29 juli 2026 na een MMA[_50f6c68b-c8bd-4c41-9e3a-5c49231fe797]-melding de huurwoning van verzoeker heeft doorzocht en daarbij heeft aangetroffen:
- 1 vuurwapen, Walter P99;
- 1 vuurwapen, Gasrevolver merk Rohm;
- 15 stuks munitie knalpatronen;
- 26 stuks munitie volmantel kogelpatronen;
- 1 doos Signal Revolver;
- 1 taser stroomstootwapen met opschrift "power 200", die beschreven staat in artikel 2, lid 1, categorie 2 onder 5 van de Wet wapens en munitie;
- 4 bruine blokken van in totaal 221 gram Hasj, waarvan op één van de blokken een 'Mickey Mouse' verpakking te zien was met daarboven de tekst "The best Hasj", indicatief getest als cannabis;
- 239 gram 3-MMC (harddrugs);
- 15 strips van 12 tabletten (totaal 180 tabletten) Bensedin wat diazepam betreft (lijst 2 Opiumwet);
- 7 strips van 30 tabletten (totaal 210 tabletten) Zopiclon;
- 41 sloffen Marlboro RED sigaretten (totaal 8200 stuks) zonder acijnszegel;
- 18 valse bankbiljetten van € 50 euro, in totaal € 900 euro.
Ook heeft de burgemeester in het bestreden besluit daaruit overgenomen dat verzoeker 28 antecedenten heeft, waaronder vier voor de Opiumwet, dat hij zelf heeft verklaard dat hij de 3-MMC heeft verhandeld en dat in 2023 op hetzelfde adres een hennepkwekerij is aangetroffen. Naar aanleiding daarvan is de woning voor een periode van drie maanden gesloten.
Op grond van zijn Beleidsregel handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Hellendoorn heeft de burgemeester vastgesteld dat in dit geval sprake is van een ernstig geval en de woning voor de duur van zes maanden moet worden gesloten.
Verzoeker heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
3 Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een beoordeling van de voorzieningenrechter van zijn verzoek.
Verzoeker betoogt in zijn verzoek- en bezwaarschrift dat de woningsluiting een tweede sanctie van strafrechtelijke aard betreft voor hetzelfde feit, waarmee in strijd wordt gehandeld met het ne bis in idem-beginsel dat volgt uit artikel 50 van het Handvest.[_c177c2ff-c229-4abb-a464-c42f1934fc5f] Hij baseert zich daarbij (met name) op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 mei 2023 (het arrest MV-98)[_49fd154a-c6f1-4152-85be-5eadb9d8a131]. De voorzieningenrechter vindt dat behandeling van dit betoog in de bezwaarfase en (mogelijk) daaropvolgende procedures aandacht verdient, maar stelt ook vast dat de burgemeester heeft gehandeld naar de huidige wet- en regelgeving en vaststaande Nederlandse rechtspraak ten aanzien van de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet in het kader van woningsluitingen. De voorzieningenrechter ziet daarmee op dit moment onvoldoende aanleiding om te concluderen dat deze bezwaargrond een redelijke kans van slagen heeft. Voorts overweegt de voorzieningenrechter vooralsnog dat het bestreden besluit evenredig is en dat de burgemeester niet had hoeven volstaan met een minder ingrijpende maatregel. Verzoeker heeft de feiten die volgen uit de bestuurlijke rapportage niet betwist, er is sprake van een ernstig geval en recidive en de voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat de burgemeester in de meldingen een signaal van overlast heeft mogen zien. Daartegenover staat dat verzoeker niet inzichtelijk heeft gemaakt dat hij niet ergens anders zou kunnen verblijven en dat hij specifiek aan deze woning gebonden is. De verklaring vanuit de reclassering vindt de voorzieningenrechter daartoe onvoldoende. Daarbij vindt de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker na deze zes maanden terug kan keren naar zijn woning, zodat er sprake is van een tijdelijke situatie waarin verzoeker andere woonruimte moet vinden.
De voorzieningenrechter is gelet op wat hiervoor is overwogen van oordeel dat het belang van het college in dit geval zwaarder moet wegen dan het belang van verzoeker. Zij ziet daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
4 Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning per 15 oktober 2026 om 10:00 uur mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Meld Misdaad Anoniem.
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
- ECLI:EU:C:2023:371.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.