Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 30 september 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6164Zaaknummer C/08/347551 / ES RK 26-1721

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/347551 / ES RK 26-1721
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Echtscheiding. Aanhouden hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor raadsonderzoek. Verzoek afgifte sieraden afgewezen omdat niet vaststaat dat de man deze onder zich heeft.

De rechtbank:

in zaaknummer C/08/347551 / ES RK 26-1721

4.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 24 juni 2021 in Hengelo (O);

4.2.

houdt de beslissing over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling (en de aanvullende verzoeken van de man met betrekking tot de reizen naar het buitenland en het beheer van de paspoorten) aan in afwachting van de uitkomst van het raadsonderzoek;

4.3.

verzoekt de raad om te onderzoeken en de rechtbank uiterlijk op 11 januari 2027 (of zoveel eerder als mogelijk) te adviseren over:

  • welke zorgregeling in het belang van de kinderen is;
  • waar de kinderen het beste kunnen wonen;
  • naar welke basisschool [minderjarige 1] het beste kan gaan;
  • welke peuteropvang het beste voor [minderjarige 2] is;
  • welk hulpverleningstraject het meest passend is voor partijen (PSO of Curess);
4.4.

verzoekt de man en de vrouw zich na ontvangst van het raadsrapport voor 25 januari 2027 schriftelijk uit te laten over dat rapport en daarbij aan te geven of zij een nadere zitting wensen dan wel hoe zij verder willen in de echtscheidingsprocedure en de procedure vervangende toestemming, onder eventuele opgave van verhinderdata;

in zaaknummer C/08/351741 / ES RK 26-2999

4.5.

wijst het verzoek van de vrouw om afgifte van de sieraden door de man af;

4.6.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Hermans, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier op 30 september 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almelo

Zaaknummers: C/08/347551 / ES RK 26-1721 (echtscheiding)

C/08/351741 / ES RK 26-2999 (afwikkeling huwelijksvermogensregime)

Datum uitspraak: 30 september 2026

Beschikking echtscheiding

in de zaak van

[de man],

hierna te noemen de man,

wonend in [woonplaats 1],

verzoeker,

advocaat mr. J.W. Haafkes uit Enschede,

en

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [woonplaats 2],

belanghebbende,

advocaat mr. W. Geersen-Janssen uit Enschede.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de man met bijlagen (producties 2 en 5-11), ontvangen op 1 mei 2026;
  • het exploit van betekening van 12 mei 2026;
  • het bericht van mr. Haafkes met bijlagen (producties 1, 3, 4 en 12), ontvangen op 27 mei 2026;

- het bericht van mr. Haafkes met bijlage (productie 13), met daarin een aanvullend verzoek, ontvangen op 3 september 2026;

- het bericht van mr. Haafkes met bijlagen (productie 27-34), ontvangen op 3 september 2026;

- het verweerschrift van de vrouw, met daarin zelfstandige verzoeken, met bijlagen (producties 1-25), ontvangen op 4 september 2026;

- het bericht van mr. Haafkes met bijlagen (producties 14-16), ontvangen op 8 september 2026.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat,

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat,

- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad, alsmede een collega, aan wie bijzondere toegang is verleend.

1.3.

Tijdens de zitting hebben de advocaat van de man en de advocaat van de vrouw pleitaantekeningen overgelegd.

1.4.

Tegelijkertijd zijn de tussen partijen aanhangige zaak wijziging voorlopige voorzieningen (zaaknummer C/08/348769 / ES RK 26-2092) en de zaak met betrekking tot vervangende toestemming (zaaknummer C/08/349950 / FA RK 26-1770) behandeld. De genoemde stukken hebben indien nodig betrekking op alle drie zaken.

2 Wat vaststaat

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op 24 juni 2021 in Hengelo (O) in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen. Staande het huwelijk zijn partijen op 21 februari 2024 huwelijkse voorwaarden met elkaar overeengekomen, welke kort gezegd een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, geen periodieke verrekening van (overgespaarde) inkomsten en geen finaal verrekenbeding inhouden, met uitsluiting van het verrekenen en verevenen van ouderdomspensioen.

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats 2].
2.3.

In een eerdere voorlopige voorzieningenprocedure heeft de rechtbank in het kader van de scheidingsprocedure in de beschikking van 7 april 2026, het volgende bepaald:

6.1.

vertrouwt de minderjarige:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2022,

toe aan de man.

6.2.

vertrouwt de minderjarige:

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2024;

toe aan de vrouw

6.3.

stelt een zorgregeling vast tussen de man en de kinderen, die inhoudt dat:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen iedere week van maandag tot en met woensdagmiddag 12.30 uur bij de man verblijven en vanaf woensdagmiddag 12.30 uur tot vrijdagmiddag 12.00 uur bij de vrouw, waarbij de weekenden om en om worden gedeeld tussen partijen.

De hervatting van de omgang zal plaatsvinden onder begeleiding van Curess, waarbij partijen zich zullen houden aan de aanwijzingen van Curess.

Tijdens de zomervakantie zullen de kinderen in een 2-2-1-1 regeling bij hun ouders verblijven. Op Eerste Kerstdag zullen de kinderen bij de man verblijven en op Tweede Kerstdag zullen de kinderen bij de vrouw verblijven. De overige vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld.

6.4.

beslist dat de man vanaf heden voorlopig een bedrag van € 355,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2];

6.5.

beslist dat de man vanaf heden voorlopig een bedrag van € 95,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1];

6.6.

beslist dat de man vanaf vandaag deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;

6.7.

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.

3 De beoordeling

Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)

3.1.

In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.

3.2.

Er is geen door beide partijen getekend ouderschapsplan ingediend. De rechtbank is van oordeel dat partijen ontvankelijk zijn in hun verzoeken tot echtscheiding ook al ontbreekt een ouderschapsplan. Dat wil zeggen dat de rechtbank de verzoeken tot echtscheiding in behandeling neemt. Van partijen kan niet worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken, omdat dit ondanks de ingezette hulpverlening niet is gelukt.

Echtscheiding

3.3.

De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals door beide partijen is verzocht, omdat zij vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.

Hoofdverblijfplaats en de zorgregeling

3.4.

De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem te bepalen en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vrouw. De vrouw voert verweer en verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen.

3.5.

De man verzoekt een zorgregeling[_03a0df7e-65dc-454d-8d68-d63bf7272b6f] vast te stellen. De vrouw voert verweer en verzoekt ook een zorgregeling vast te stellen.

3.6.

De man verzoekt ook te bepalen dat partijen elkaar binnen één week nadat de ouder daarom heeft verzocht toestemming dienen te verlenen, door ondertekening van het toestemmingsformulier en toezending van een kopie van het paspoort, voor het maken van een buitenlandse reis binnen de Europese Unie naar een land waarvoor op dat moment een positief, te weten groen, reisadvies geldt en dat bij gebreke van de toestemming uw rechtbank aan de ouders vervangende toestemming voor genoemde vakanties met de minderjarigen verleent in de vierentwintig maanden na de datum van deze beschikking, waarbij als voorwaarde geldt dat ten minste drie weken voorafgaand aan de vertrekdatum een toestemmingsformulier aan de andere ouder is verstuurd waarin de bestemming, accommodatie, contactgegevens, de reisperiode (maximaal twee weken tijdens de schoolvakanties) en - indien van toepassing – reisgegevens zoals een vluchtnummer staan.

3.7.

Ook verzoekt de man te bepalen dat de paspoorten van de minderjarigen bij de ouder in beheer zijn op wiens adres de minderjarige is ingeschreven en dit paspoort voor een buitenlandse reis wordt afgegeven op het wisselmoment direct voor het maken van de buitenlandse reis en weer wordt ingeleverd bij de ouder bij wie dit paspoort in het beheer is bij het eerstvolgende wisselmoment na de reis, en te bepalen dat de ouder die niet, niet volledig of niet tijdig aan deze verplichting tot afgifte voldoet, aan de andere ouder een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere dag of ieder gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000,00.

3.8.

De raad heeft ter zitting aangeboden een raadsonderzoek in te stellen naar de meest wenselijke hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor de kinderen. De raad zal daar dan meteen de schoolkeuze en de keuze voor peuteropvang bij betrekken. Deze echtscheidingsprocedure hangt namelijk samen met de hiervoor genoemde zaak met betrekking tot de verzoeken van de man en de vrouw voor vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op een basisschool en peuteropvang. De raad maakt zich grote zorgen dat de ouders ondanks ingezette hulpverlening hier niet samen uit zullen komen.

3.9.

De rechtbank is op dit moment onvoldoende geïnformeerd om definitieve beslissingen te nemen over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling (inclusief de aanvullende verzoeken van de man over buitenlandse reizen en het beheer van de paspoorten). Het is voor de rechtbank nog onvoldoende duidelijk welke beslissing in het belang van de kinderen is en wat de gevolgen zijn van de beslissing voor hen. De rechtbank vindt het, net als de raad, heel erg zorgelijk dat, ondanks de ingezette hulpverlening sinds de beschikking voorlopige voorzieningen van 7 april 2026, partijen amper tot elkaar zijn gekomen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de communicatie tussen partijen niet is verbeterd. Ook is het de vraag of de bij genoemde beschikking van 7 april 2026 bepaalde co-ouderschapsregeling voortgezet kan worden, nu partijen niet heel dicht bij elkaar in de buurt wonen en [minderjarige 1] binnenkort naar school zal gaan. Daarom zal de rechtbank de raad vragen om onderzoek te doen naar de hoofdverblijfplaats en zorgregeling en hier meteen de schoolkeuze voor [minderjarige 1] en de keuze voor peuteropvang voor [minderjarige 2] bij te betrekken. Na ontvangst van het raadsrapport zal de rechtbank de advocaten van de ouders in de gelegenheid stellen om schriftelijk te reageren op de inhoud van dat rapport en hoe zij verder willen in de echtscheidingsprocedure en de procedure vervangende toestemming.

3.10.

De rechtbank vraagt de raad om te onderzoeken en te adviseren over:

  • welke zorgregeling in het belang van de kinderen is;
  • waar de kinderen het beste kunnen wonen;
  • naar welke basisschool [minderjarige 1] het beste kan gaan;
  • welke peuteropvang het beste voor [minderjarige 2] is; welk hulpverleningstraject het meest passend is voor partijen (PSO of Curess).

Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime

3.11.

De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man de sieraden van de vrouw zoals vermeld op de foto’s (lees: in productie 2) afgeeft aan de vrouw binnen 14 dagen na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking, bij gebreke waarvan er een dwangsom verschuldigd is van € 500,- per dag of dagdeel met een maximum van € 10.000,-. De rechtbank zal dit afwijzen en overweegt daarover als volgt.

3.12.

De vrouw heeft gesteld dat de man na haar vertrek de echtelijke woning heeft leeggehaald en alles bij een opslagplaats van zijn ouders heeft opgeslagen. Daarna heeft de man zelfstandig besloten welke eigendommen van de vrouw zij terug zou krijgen. De man heeft slechts deze eigendommen aan haar teruggegeven, waarbij zij niet al haar sieraden van de man heeft teruggekregen. Zij wenst deze alsnog van de man terug te krijgen.

3.13.

De man betwist dat hij de sieraden onder zich heeft. Toen de vrouw uit de woning ging in 2024 heeft hij de woning te koop gezet en alle spullen in de opslag gedaan. De vrouw kon haar spullen ophalen en dat heeft ze gedaan. De foto’s van de sieraden onderbouwen niet dat deze sieraden eigendom van de vrouw zijn, dat deze zich tijdens het vertrek van de vrouw in de woning bevonden, niet door de vrouw zijn meegenomen of op dit moment in bezit van de man zijn.

3.14.

Naar het oordeel van de rechtbank is door de betwisting van de man de stelling van de vrouw dat de man de sieraden onder zich heeft, onvoldoende aannemelijk geworden. Zij heeft dit vervolgens niet nader onderbouwd en heeft ook geen verder bewijs aangeboden. De rechtbank zal haar verzoek daarom afwijzen en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4 De beslissing

De rechtbank:

in zaaknummer C/08/347551 / ES RK 26-1721

4.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 24 juni 2021 in Hengelo (O);

4.2.

houdt de beslissing over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling (en de aanvullende verzoeken van de man met betrekking tot de reizen naar het buitenland en het beheer van de paspoorten) aan in afwachting van de uitkomst van het raadsonderzoek;

4.3.

verzoekt de raad om te onderzoeken en de rechtbank uiterlijk op 11 januari 2027 (of zoveel eerder als mogelijk) te adviseren over:

  • welke zorgregeling in het belang van de kinderen is;
  • waar de kinderen het beste kunnen wonen;
  • naar welke basisschool [minderjarige 1] het beste kan gaan;
  • welke peuteropvang het beste voor [minderjarige 2] is;
  • welk hulpverleningstraject het meest passend is voor partijen (PSO of Curess);
4.4.

verzoekt de man en de vrouw zich na ontvangst van het raadsrapport voor 25 januari 2027 schriftelijk uit te laten over dat rapport en daarbij aan te geven of zij een nadere zitting wensen dan wel hoe zij verder willen in de echtscheidingsprocedure en de procedure vervangende toestemming, onder eventuele opgave van verhinderdata;

in zaaknummer C/08/351741 / ES RK 26-2999

4.5.

wijst het verzoek van de vrouw om afgifte van de sieraden door de man af;

4.6.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Hermans, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier op 30 september 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.