Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 30 september 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6161Zaaknummer C/08/349950 / FA RK 26-1770

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/349950 / FA RK 26-1770
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming school en peuteropvang. Tijdelijke beslissing in afwachting raadsonderzoek hoofdverblijf en zorgregeling in echtscheidingszaak. Belang kind om met school te beginnen groter dan risico dat hij weer van school moet wisselen.

De rechtbank:

6.1.

geeft de vrouw toestemming om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 26 december 2026 tot 3 januari 2027 op vakantie te gaan naar Zweden. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.2.

geeft de vrouw voorlopig, totdat nader wordt beslist of overeengekomen, toestemming om [minderjarige 1] met ingang van heden in te schrijven op basisschool de [locatie 2] en alle daarvoor benodigde handelingen te verrichten. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.3.

geeft de vrouw voorlopig, totdat nader wordt beslist of overeengekomen, toestemming om [minderjarige 2] met ingang van heden in te schrijven op het [locatie 3]. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.4.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

houdt iedere verdere beslissing over de vervangende toestemming voor de basisschool van [minderjarige 1] en de peuteropvang voor [minderjarige 2] aan, in afwachting van de uitkomsten van het raadsrapport in de echtscheidingsprocedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Hermans, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier op 30 september 2026.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Het verweer, met daarin zelfstandige verzoeken
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

Zaaknummer: C/08/349950 / FA RK 26-1770

Datum uitspraak: 30 september 2026

beschikking vervangende toestemming

in de zaak van

[de man],

hierna te noemen: de man,

wonend te [woonplaats 1],

verzoeker,

advocaat: mr. J.W. Haafkes uit [plaats 2],

en

[de vrouw],

hierna te noemen: de vrouw,

wonend te [woonplaats 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. W. Geersen-Janssen uit [plaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de man met bijlagen (producties 1-26), ontvangen op 13 juli 2026;

- het bericht van mr. Haafkes met bijlagen (producties 27-34), ontvangen op 3 september 2026;

- het verweerschrift van de vrouw, met daarin zelfstandige verzoeken, met bijlagen (producties 1-25), ontvangen op 4 september 2026;

- het bericht van mr. Geersen met (ongenummerde) bijlagen, ontvangen op 8 september 2026.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat,- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat,- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad, alsmede een collega, aan wie bijzondere toegang is verleend.

1.3.

Tegelijkertijd zijn de tussen partijen aanhangige echtscheidingszaak (zaaknummer C/08/347551 / ES RK 26-1721) en de zaak met betrekking tot voorlopige voorzieningen (zaaknummer C/08/348769 / ES RK 26-2092) behandeld. De genoemde stukken hebben indien nodig betrekking op alle drie de zaken.

1.4.

Tijdens de zitting hebben de advocaat van de man en de advocaat van de vrouw pleitaantekeningen overgelegd.

2 Wat vaststaat

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op 24 juni 2021 in [plaats 1] (O).

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats 2].

2.3.

In een eerdere voorlopige voorzieningenprocedure heeft de rechtbank in het kader van de scheidingsprocedure in de beschikking van 7 april 2026, voor zover nu van belang, het volgende bepaald:

6.1.

vertrouwt de minderjarige:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2022,

toe aan de man.

6.2.

vertrouwt de minderjarige:

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2024;

toe aan de vrouw

6.3.

stelt een zorgregeling vast tussen de man en de kinderen, die inhoudt dat:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen iedere week van maandag tot en met woensdagmiddag 12.30 uur bij de man verblijven en vanaf woensdagmiddag 12.30 uur tot vrijdagmiddag 12.00 uur bij de vrouw, waarbij de weekenden om en om worden gedeeld tussen partijen.

De hervatting van de omgang zal plaatsvinden onder begeleiding van Curess, waarbij partijen zich zullen houden aan de aanwijzingen van Curess.

Tijdens de zomervakantie zullen de kinderen in een 2-2-1-1 regeling bij hun ouders verblijven. Op Eerste Kerstdag zullen de kinderen bij de man verblijven en op Tweede Kerstdag zullen de kinderen bij de vrouw verblijven. De overige vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld.

3 Het verzoek

De man verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

aan de man vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vrouw vervangt, om [minderjarige 1] in te schrijven op basisschool [locatie 1] en alle daarvoor benodigde handelingen te verrichten;

subsidiair, indien uw rechtbank van oordeel is dat inschrijving op [locatie 1] niet, althans nog niet, kan worden toegewezen, aan de man vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] in te schrijven op een basisschool binnen een straal van 2 kilometer van de woning van de man, althans op een basisschool in de directe woon- en leefomgeving van de man te [plaats 1].

4 Het verweer, met daarin zelfstandige verzoeken

De vrouw verzoekt de rechtbank het verzoek van de man niet ontvankelijk te verklaren, dan wel het verzochte af te wijzen. Zij verzoekt de rechtbank verder bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om:

  • [minderjarige 1] in te schrijven op basisschool de [locatie 2] en alle daarvoor benodigde handelingen te verrichten, althans de vrouw toestemming te verlenen om [minderjarige 1] in te schrijven op een basisschool binnen een straal van 2 km van het woonadres van de vrouw;
  • [minderjarige 2] in te schrijven op de peuteropvang het [locatie 3];
  • in de periode van 26 december 2026 tot 3 januari 2027 met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor een vakantie naar Zweden te reizen.

5 De beoordeling

Aanhouding onderzoek raad

5.1.

De rechtbank acht zich onvoldoende ingelicht om nu een eindbeslissing te kunnen geven over de vervangende toestemming voor de basisschool en de peuteropvang. In genoemde echtscheidingsprocedure is een raadsonderzoek gelast naar de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de basisschool en de peuteropvang. De rechtbank zal in afwachting van de resultaten van dit raadsonderzoek de beslissing over de vervangende toestemming voor de basisschool en de peuteropvang aanhouden.

5.2.

De rechtbank zal wel de volgende tijdelijke beslissingen nemen over de basisschool en de peuteropvang, en een eindbeslissing nemen over de vakantie naar Zweden.

Vervangende toestemming inschrijving school

5.3.

De rechtbank zal de vrouw vervangende toestemming geven om [minderjarige 1] met ingang van heden in te schrijven op basisschool [locatie 2]. De rechtbank vindt dit in het belang van [minderjarige 1]. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

5.4.

Hoewel er in de genoemde echtscheidingsprocedure een raadsonderzoek is gelast, willen partijen de (wachttijd en de) uitkomsten van het raadsonderzoek niet afwachten. Zij hebben de rechtbank gevraagd een tijdelijke beslissing over de basisschool te nemen totdat anders wordt beslist (of partijen nader overeenkomen). De ouders wensen beiden dat [minderjarige 1] naar school gaat zodra hij vier jaar is. Zij willen dit beiden in [minderjarige 1] ’s belang niet uitstellen.

5.5.

De rechtbank vindt het, alles afwegende, in het belang van (de ontwikkeling) [minderjarige 1] dat er een tijdelijke beslissing wordt genomen over de basisschool. De rechtbank merkt echter nadrukkelijk op dat deze beslissing niet betekent dat vooruitgelopen wordt op de beslissing in de echtscheidingsprocedure over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling. Alle beslissingen hangen met elkaar samen.

5.6.

De inzet van hulpverlening voor de ouders (die was ingezet na genoemde beschikking voorlopige voorzieningen van 7 april 2026) heeft amper tot iets geleid met als gevolg dat de ouders het niet eens geworden zijn over naar welke basisschool [minderjarige 1] gaat als hij vier jaar wordt. Partijen hebben bovendien aangegeven dat het voor beiden geen optie is om te verhuizen naar de woonplaats van de ander. De rechtbank ziet zich nu voor een dilemma geplaatst en wordt als het ware met de rug tegen de muur gezet. Afhankelijk van de uitkomst van het raadsonderzoek kan het immers betekenen dat [minderjarige 1] later alsnog van school moet wisselen. Hoewel de raad de ouders er tijdens de zitting op heeft gewezen dat het bijna niet uit te leggen is aan een 4-jarige, dat hij over een tijdje weer van school moet veranderen, vindt de rechtbank het toch beter om nu een beslissing over de school te nemen die misschien moet worden teruggedraaid, dan dat [minderjarige 1] niet naar school gaat. Dit is ook de wens van de ouders.

5.7.

Op dit moment geldt een co-ouderschapsregeling voor de kinderen. Dat betekent dat naar welke school [minderjarige 1] ook toegaat ([plaats 1] zoals de man wil of [plaats 2] zoals de vrouw wil), dit voor één van de ouders niet in de buurt is. Die ouder zal dan verder met [minderjarige 1] moeten reizen om hem naar school te brengen en op te halen. [minderjarige 1] krijgt door de huidige co-ouderschapsregeling hoe dan ook langere reisdagen.

5.8.

De rechtbank treedt niet in de beoordeling en vergelijking van de beide basisscholen die ieder van partijen heeft aangedragen ([locatie 1] in [plaats 1] of de [locatie 2]). De rechtbank houdt het ervoor dat beide scholen geschikt zijn. De rechtbank heeft althans onvoldoende aanwijzingen dat dit anders is. Dit geldt ook voor de omgeving waarin de scholen staan. Gelet op de betwisting van de vrouw, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de school in [plaats 2] niet in een goede omgeving zou staan, dan wel dat dit aan de ontwikkeling van [minderjarige 1] in de weg zou staan.

5.9.

De rechtbank geeft de doorslag aan het feit dat basisschool de [locatie 2] aansluit bij de kinderopvang waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op dit moment (vanaf april 2025) op donderdag en vrijdag naartoe gaan. De basisschool bevindt zich in hetzelfde gebouw als de kinderopvang. Het is voor [minderjarige 1] een vertrouwde omgeving om naartoe te gaan en [minderjarige 2] is dan meteen dicht in de buurt. Dat is voor de kinderen prettig en voor het halen en brengen ook praktisch. De rechtbank vindt dit het beste aansluiten bij de belevingswereld van [minderjarige 1], dus het meest in zijn belang. Dat betekent niet dat de rechtbank vindt dat [minderjarige 1] bij de man geen vertrouwde dagelijkse leefomgeving heeft. Rekening houdend met het risico van eventueel weer een wisseling van school, is de rechtbank van oordeel dat dit de kleinste (makkelijkste) overgang naar een nieuwe fase is voor [minderjarige 1].

5.10.

De rechtbank heeft meegewogen het feit dat de kinderen doordeweeks drie ochtenden bij de man zijn, zodat de [locatie 2] voor [minderjarige 1] meer reistijd in de ochtend met zich meebrengt. De zorgregeling staat echter nog niet definitief vast. De raad heeft ter zitting ook aangegeven dat het volhouden van een co-ouderschapregeling als ouders op deze afstand van elkaar wonen, mogelijk niet haalbaar is. Het maakt de schooldag (zeker) van een jong kind extra lang. De rechtbank wil daarom nu geen doorslag geven aan het feit dat kinderen binnen de huidige co-ouderschapsregeling iets meer bij de man verblijven dan bij de vrouw.

5.11.

De rechtbank zal daarom vervangende toestemming verlenen aan de vrouw om [minderjarige 1] bij de [locatie 2] in te schrijven, zoals hierna vermeld. De rechtbank gaat ervan uit dat beide ouders positief zullen uitstralen naar [minderjarige 1] dat dit zijn school wordt/is.

Vervangende toestemming inschrijving peuteropvang

5.12.

De rechtbank zal om dezelfde redenen als voor de school voor [minderjarige 1] vervangende toestemming aan de vrouw verlenen om [minderjarige 2] op peuteropvang het [locatie 3] in te schrijven. Ook hiervoor geldt dat daarmee niet vooruitgelopen wordt op de beslissing in de echtscheidingsprocedure over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling.

5.13.

Het [locatie 3] bevindt zich in een voor [minderjarige 2] vertrouwde en herkenbare omgeving omdat de kinderopvang waar de kinderen nu naartoe gaan, zich daar ook bevindt. [minderjarige 1] zal, zoals hiervoor overwogen, daar binnenkort ook naar de basisschool gaan. Dit alles bevindt zich in hetzelfde gebouw. De man heeft als zodanig geen bezwaar geuit tegen het feit dat [minderjarige 2] naar een peuteropvang gaat. De rechtbank begrijpt het verweer van de man zo dat hij de afstand tot zijn woning te ver vindt en de kwaliteit en omgeving van de peuteropvang (net als de school) minder geschikt vindt. Om de hiervoor al aangegeven redenen gaat de rechtbank aan deze argumenten van de man voorbij.

5.14.

De rechtbank zal daarom vervangende toestemming verlenen aan de vrouw om [minderjarige 2] bij het [locatie 3] in te schrijven, zoals hierna vermeld.

Vervangende toestemming vakantie

5.15.

De rechtbank zal de vrouw vervangende toestemming geven om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 26 december 2026 tot 3 januari 2027 op vakantie te gaan naar (haar familie in) Zweden. Dit sluit ook nagenoeg aan op de voorlopige zorgregeling uit de beschikking van 7 april 2026, waarin staat dat de kinderen op Eerste Kerstdag bij de man verblijven, op Tweede Kerstdag bij de vrouw en de overige vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen worden verdeeld. Het onderling overleg tussen partijen heeft tot niets geleid. De rechtbank moet daarom een knoop doorhakken.

5.16.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij met de vrouw op reis en bezoek gaan bij hun familie in Zweden. Onweersproken is ook dat de vrouw afgelopen zomervakantie niet naar haar familie in Zweden heeft kunnen afreizen. Het is van belang dat de kinderen hun familie zien en leren kennen. Dat Oud en Nieuw dit keer dan niet bij helfte kan worden verdeeld, of anderszins geen compensatie in de kerstvakantie kan worden geboden, daar zal de rechtbank aan voorbijgaan. Gelet op de afstand waarop de familie van de vrouw woont is dat niet praktisch realiseerbaar. De man heeft er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende tegenin gebracht waarom de vrouw in de gevraagde periode (van ongeveer een halve kerstvakantie) niet met de kinderen op vakantie naar Zweden mag gaan. De rechtbank wijst het verzoek daarom toe. Dit is wel een eindbeslissing.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

geeft de vrouw toestemming om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 26 december 2026 tot 3 januari 2027 op vakantie te gaan naar Zweden. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.2.

geeft de vrouw voorlopig, totdat nader wordt beslist of overeengekomen, toestemming om [minderjarige 1] met ingang van heden in te schrijven op basisschool de [locatie 2] en alle daarvoor benodigde handelingen te verrichten. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.3.

geeft de vrouw voorlopig, totdat nader wordt beslist of overeengekomen, toestemming om [minderjarige 2] met ingang van heden in te schrijven op het [locatie 3]. Deze toestemming vervangt de toestemming van de man;

6.4.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

houdt iedere verdere beslissing over de vervangende toestemming voor de basisschool van [minderjarige 1] en de peuteropvang voor [minderjarige 2] aan, in afwachting van de uitkomsten van het raadsrapport in de echtscheidingsprocedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Hermans, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.H. Wiersma, griffier op 30 september 2026.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.