Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 25 september 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6147Zaaknummer C/08/283109 / FA RK 22-1685

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
13 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/283109 / FA RK 22-1685
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanhoudingsbeschikking; verwijzing geemeentelijk hulpverleningstraject voor begeleide omgang

De rechtbank:

4.1

stelt als voorlopige zorg- en contactregeling vast dat [kind] eens in de twee weken twee á drie uur contact heeft met de vader, waarbij de eerste drie contactmomenten begeleid worden door [naam 1];

4.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3

houdt de definitieve beslissing over de zorg- en contactregeling aan;

4.4

verzoekt de hulpverlenende instantie ([naam 1]) na drie begeleide contactmomenten een schriftelijk verslag bij de rechtbank en de raad in te dienen over het verloop van de omgang tussen de vader en [kind];

4.5

verzoekt de raad uiterlijk op 25 maart 2027 te rapporteren en te adviseren over de meest wenselijke zorg- en contactregeling tussen de vader en [kind];

4.6

stelt partijen in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage van de raad te reageren en te laten weten hoe zij willen dat het verder gaat in deze procedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Mul, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 in tegenwoordigheid van mr. S. Mahmoud, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/283109 / FA RK 22-1685

beschikking van 25 september 2026

in de zaak van

[de moeder],

verder te noemen: de moeder of de vrouw,

wonende te [woonplaats 1],

verzoekster,

advocaat: mr. S.M. Wolff,

en

[de vader],

verder te noemen: de vader of de man,

wonende te [woonplaats 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. E.I. Robert.

1 De procedure

1.1

De rechtbank heeft op 4 maart 2025 in deze zaak een tussenbeschikking gegeven waarbij iedere beslissing met betrekking tot de zorg- en contactregeling is aangehouden. Aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) is advies gevraagd.

1.2

De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:

  • een schriftelijk verslag van [naam 1] over het verloop van de omgang tussen de vader en [kind], ontvangen op 29 september 2025;
  • een schriftelijk verslag van [naam 1] over het verloop van het traject Ouderschap na Scheiding (ONS), ontvangen op 31 oktober 2025;
  • een brief van de raad, ontvangen op 14 november 2025;
  • een brief van mr. Robert, ontvangen op 16 november 2025;
  • het raadsrapport van de raad, ontvangen op 3 juni 2026.
1.3

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten

deuren op 25 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
1.4

De rechter heeft [kind] uitgenodigd voor een gesprek op 24 september 2026. [kind] is niet verschenen op dit gesprek.

2 De feiten

2.1

Voor de feiten wordt verwezen naar de tussenbeschikking van 11 augustus 2022 en de tussenbeschikking van 4 maart 2025.

3 De beoordeling

De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

3.1

In geschil is de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

Het advies van de raad

3.2

De raad adviseert de beslissing over de definitieve zorg- en contactregeling aan te houden voor de duur van zes maanden. Voor nu adviseert de raad een voorlopige zorg- en contactregeling vast te stellen waarbij [kind] eens in de twee weken twee á drie uur contact heeft met de vader en waarbij de eerste drie contactmomenten begeleid worden door [naam 1] via het gemeentelijke hulpverleningstraject. [naam 1] kan hierover gaan rapporteren aan het Sociaal Wijkteam. Vervolgens kan het contact, met dezelfde frequentie, onbegeleid plaatsvinden nu de raad hiervoor geen contra-indicaties ziet. [kind] kan dan met haar vader in de omgeving van Zwolle iets leuks gaan doen. Na zes maanden kan de omgang geëvalueerd worden en kan door de raad een advies worden uitgebracht over een definitieve regeling. De raad stelt hiertoe dat het contact tussen [kind] en de vader enige tijd heeft stilgelegen. Met een voorlopige regeling kan de omgang tussen [kind] en haar vader eerst hersteld worden alvorens dit wordt uitgebreid.

Het standpunt van de vader en de moeder

3.3

De vader en de moeder zijn het eens met het advies van de raad.

Het oordeel van de rechtbank

3.4

De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling afgesproken om een hulpverleningstraject via de gemeente te gaan starten. De rechtbank heeft het aanmeldformulier van de ouders aan de gemeente toegestuurd. De rechtbank zal de definitieve beslissing met betrekking tot de zorg- en contactregeling daarom aanhouden. Het doel van het hulpverleningstraject is dat de zorgregeling goed loopt. De rechtbank wil door de hulpverleningsinstantie [naam 1] na de begeleide contactmomenten worden geïnformeerd over de relevante kind-/ouderfactoren die belangrijk zijn voor de beslissing.

3.5

De rechtbank verzoekt de raad om na zes maanden te rapporteren en te adviseren over de voor [kind] meest wenselijke zorg- en contactregeling. Na ontvangst van de eindrapportage zal de rechtbank de advocaten van de ouders in de gelegenheid stellen om hierop schriftelijk te reageren en te laten weten hoe zij willen dat het verder gaat in deze procedure.

3.6

De rechtbank zal voor nu een voorlopige zorg- en contactregeling vaststellen overeenkomstig het advies van de raad en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling. De rechtbank is het met de raad en de ouders eens dat de geadviseerde voorlopige contactregeling wenselijk in het belang van [kind] is. Vanuit deze voorlopige regeling zal door de ouders, [naam 1] en de raad gekeken worden naar de mogelijkheden om de contactregeling uit te breiden.

3.7

De rechtbank verklaart de beslissing ten aanzien van de voorlopige contactregeling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1

stelt als voorlopige zorg- en contactregeling vast dat [kind] eens in de twee weken twee á drie uur contact heeft met de vader, waarbij de eerste drie contactmomenten begeleid worden door [naam 1];

4.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3

houdt de definitieve beslissing over de zorg- en contactregeling aan;

4.4

verzoekt de hulpverlenende instantie ([naam 1]) na drie begeleide contactmomenten een schriftelijk verslag bij de rechtbank en de raad in te dienen over het verloop van de omgang tussen de vader en [kind];

4.5

verzoekt de raad uiterlijk op 25 maart 2027 te rapporteren en te adviseren over de meest wenselijke zorg- en contactregeling tussen de vader en [kind];

4.6

stelt partijen in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage van de raad te reageren en te laten weten hoe zij willen dat het verder gaat in deze procedure.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Mul, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 in tegenwoordigheid van mr. S. Mahmoud, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.