Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 24 september 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:6051Zaaknummer C/08/345734 / JE RK 26-370

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24 september 2026
Publicatiedatum
9 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/345734 / JE RK 26-370
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek vader tot verlenging ondertoezichtstelling dochter, GI had dat niet verzocht. Ots eerst met een half jaar verlengd. Resterende termijn alsnog afgewezen. Ontwikkelingsbedreigingen zijn niet weggenomen, maar ondertoezichtstelling niet doelmatig.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

wijst het resterende deel van het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen, af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van mr. C. Ruiter als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 6 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het (verdere) verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De (verdere) beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/345734 / JE RK 26-370

Datum uitspraak: 24 september 2026

Beschikking over een verzoek verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 1],

bijgestaan door mr. R.E. Verhagen-Kiela,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 2],

Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Zwolle,

en [minderjarige].

1 Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.

Op 25 maart 2026 heeft de kinderrechter een tussenbeschikking gegeven in deze zaak, welke beschikking is hersteld op 6 mei 2026. Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 september 2026. De kinderrechter heeft iedere verdere beslissing met betrekking tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige] aangehouden.

1.2.

Daarna heeft de kinderrechter de volgende stukken ontvangen:

  • een brief van mr. Verhagen-Kiela, met bijlage, ontvangen op 10 september 2026;
  • een brief van de GI, ontvangen op 14 september 2026;
  • twee e-mailberichten van de moeder, met bijlagen, ontvangen op

16 september 2026;

  • een e-mailbericht van de moeder, met bijlagen, ontvangen op 17 september 2026;
  • aanvullende bijlagen van de GI, ontvangen op 22 september 2026.
1.3.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren is op 22 september 2026 voortgezet, gelijktijdig met de voortgezette mondelinge behandeling van de zaak C/08/298384 / FA RK 23-1606. Daarbij waren aanwezig:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
1.4.

Omdat de voortgezette mondelinge behandeling van deze zaak gelijktijdig is behandeld met de voortgezette mondelinge behandeling van de zaak C/08/298384 / FA RK 23-1606, was tijdens de mondelinge behandeling eveneens aanwezig mr. A.L. Witteveen als waarnemer van mr. F. Pool (advocaat van de moeder in de zaak C/08/298384 / FA RK 23-1606). Mr. Witteveen heeft in deze zaak niet het woord gevoerd.

1.5.

[minderjarige] heeft op 8 september 2026 per brief laten weten wat zij van het resterende deel van het verzoek vindt.

2 De feiten

Voor de feiten wordt verwezen naar de hiervoor genoemde tussenbeschikking van

25 maart 2026.

3 De (verdere) beoordeling

3.1.

De kinderrechter moet nog beslissen op het verzoek van de vader om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de resterende duur van zes maanden.

3.2.

De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen, afwijzen. Zij overweegt daartoe als volgt.

3.3.

De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat de hulp die nodig is om de ernstige ontwikkelingsdreiging voor [minderjarige] weg te nemen niet, althans onvoldoende, wordt geaccepteerd. De afgelopen periode is echter gebleken dat de ondertoezichtstelling contraproductief werkt. Ondanks de inspanningen die [minderjarige] en de GI hebben getoond, is de noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige] en de ouders niet van de grond gekomen. De betrokkenheid van de GI lijkt met name spanning en onrust op te roepen, hoewel de bedoelingen van de GI goed zijn. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de ondertoezichtstelling niet (langer) doelmatig is. De kinderrechter neemt hierin mee dat alle betrokkenen, ook de GI, zich erin kunnen vinden dat de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. De vader heeft daarbij wel de voorwaarde gesteld dat de rechtbank een bijzondere curator voor [minderjarige] benoemt. De vraag of er voor [minderjarige] een bijzondere curator moet worden benoemd staat echter los van de vraag of de ondertoezichtstelling nog doelmatig is. Over het verzoek van de vader om een bijzondere curator te benoemen, zal dan ook apart worden beslist in de zaak C/08/298384 / FA RK 23-1606.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

wijst het resterende deel van het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen, af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026, in aanwezigheid van mr. C. Ruiter als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 6 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.