Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Overijssel, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5058Zaaknummer ak_25_2757_V
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- ak_25_2757_V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig zijn opgegeven. Opposant is in de beroepsprocedure bij aangetekend verzonden brief verzocht binnen vier weken het verzuim te herstellen. De rechtbank heeft de herstelverzuim brief retour ontvangen. De brief is na adresverificatie per gewone post aan opposant toegezonden (overeenkomstig artikel 8:38, eerste lid, van de Awb). Opposant heeft ook hierna geen beroepsgronden ingediend. Wanneer de indiener van een beroepschrift de gronden van het beroep niet of niet tijdig vermeldt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid te hebben geboden - het beroep buiten zitting (kennelijk) niet ontvankelijk verklaren. De door opposant ingediende gronden van het verzet doen niet af aan het oordeel over de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet (tijdig) indienen van gronden. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54 van de Awb. Verzet ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2575
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer op het verzet van:
[opposant] wonende te [woonplaats], opposant
tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 januari 2026 in het geding tussen opposant en
de heffingsambtenaar van het GBLT.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank
van 16 januari 2026 waarin het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord.
De rechtbank heeft het verzet op 6 augustus 2026 ter zitting behandeld. Opposant is conform haar schriftelijke mededeling bij brief van 3 augustus 2026 niet verschenen wegens plotselinge ziekte van haar echtgenoot. Zij heeft uitdrukkelijk niet om aanhouding van de behandeling van de zaak verzocht. Namens GLBT is verschenen [naam].
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of in de uitspraak van 16 januari 2026 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3. Aan de inhoud van de beroepsgronden gericht tegen de uitspraak op bezwaar in de procedure over de WOZ-waarde van de woning van opposant komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De uitspraak op het beroep van opposant van 16 januari 2026
5. Opposant heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 22 augustus 2025 waarbij de heffingsambtenaar het bezwaar gericht tegen de voor het belastingjaar 2025 vastgestelde WOZ-waarde van haar woning ongegrond heeft verklaard.
6. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de
rechtbank doen, op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat.
De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant in de beroepsprocedure geen beroepsgronden heeft opgegeven en van een gegronde verontschuldiging voor dit verzuim niet is gebleken.
Verzetgronden
7. Opposant voert als gronden van het verzet aan, samengevat weergegeven, dat de uitspraak op bezwaar van 22 augustus 2025 over de WOZ-waarde van haar woning voor 2025 niet zorgvuldig is genomen. Bij de waardebepaling is onvoldoende rekening gehouden met de slechte staat van haar woning (door onder meer vocht in de slaapkamer en breuken in de gevel). Volgens opposant kan de uitspraak van de rechtbank daarom niet in stand blijven.
Beoordeling van het verzet
8. De rechtbank is van oordeel dat het verzet niet kan slagen en overweegt daartoe het volgende.
9. De rechtbank heeft het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard
omdat de gronden van het beroep niet tijdig zijn opgegeven.
10. De rechtbank heeft opposant in de beroepsprocedure bij aangetekend verzonden brief van 1 oktober 2025 verzocht om binnen vier weken het verzuim te herstellen. De rechtbank heeft deze herstelverzuim brief op 22 oktober 2025 retour ontvangen.
De herstelverzuim brief is vervolgens dezelfde dag, na adresverificatie, per gewone post aan opposant toegezonden (overeenkomstig artikel 8:38, eerste lid, van de Awb). Opposant heeft ook hierna geen beroepsgronden ingediend. Zij heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld en daarvoor ook geen, laat staan een geldige, reden opgegeven.
Wanneer de indiener van een beroepschrift de gronden van het beroep niet of niet tijdig vermeldt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid te hebben geboden - het beroep buiten zitting (kennelijk) niet ontvankelijk verklaren.
11. De door opposant ingediende gronden van het verzet doen niet af aan het oordeel over de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet (tijdig) indienen van gronden.
12. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard met toepassing van artikel 8:54 van de Awb. De rechtbank komt daarom aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak voor wat betreft de juistheid van de WOZ-waarde voor belastingjaar 2025 niet toe.
Conclusie en gevolgen
13. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 16 januari 2026 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.