Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4996Zaaknummer 12167502 \ CV EXPL 26-840
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12167502 \ CV EXPL 26-840
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Enschede
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep op eerder, in kracht van gewijsde gegaan vonnis, gaat niet op. Factuur had naar het nieuwe e-mailadres gestuurd moeten worden.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan:
- eisende partij sub 1 een bedrag van € 631,94;
- eisende partij sub 2 een bedrag van € 740,19;
- eisende partij sub 3 een bedrag van € 296,08;
- eisende partij sub 4 een bedrag van € 236,88;
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, van de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
(ak)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12167502 \ CV EXPL 26-840
Vonnis van 4 augustus 2026
in de zaak van
1. de naamloze vennootschap N.V. SCHADEVERZEKERING METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN,gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
2. de stichting STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET METAALBEWERKINGSBEDRIJF,gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
3. de stichting STICHTING REGELING VERVROEGD UITTREDEN METAAL EN TECHNIEK,gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
4. de stichting STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
eisende partijen, hierna samen (in enkelvoud) te noemen: eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap [gedaagde] B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
schriftelijk procederende.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar gaat deze zaak over?
[gedaagde] is een bedrijf in de metaal- en techniekbranche. Als werkgever is [gedaagde] diverse verplichte bijdragen aan de eisende partij verschuldigd.
De besturen van de eisende partij hebben de administratie en de inning van de bijdragen overgedragen aan Cometec, de administrateur van de eisende partij. Met betrekking tot de inning van diverse bijdragen heeft Cometec namens de eisende partij een factuur naar [gedaagde] gestuurd. Deze factuur is niet door [gedaagde] voldaan.
Partijen zijn verdeeld over de vraag of de factuur waarvan betaling wordt gevorderd, naar het juiste e-mailadres van [gedaagde] is verstuurd, Het beroep van de eisende partij op de bindende kracht van het eerder tussen partijen gewezen vonnis gaat niet op omdat in deze procedure (in tegenstelling tot de vorige procedure) is gebleken dat [gedaagde] al in februari 2024 de administrateur van de eisende partij op de hoogte heeft gesteld van het gewijzigde e-mailadres.
3 Het geschil
In deze procedure wordt gevorderd om [gedaagde] te veroordelen om te betalen aan:
- eisende partij sub 1 een bedrag van € 732,67, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom van € 631,94 vanaf 24 maart 2026.
- eisende partij sub 2 een bedrag van € 858,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom van € 740,19 vanaf 24 maart 2026.
- eisende partij sub 3 een bedrag van € 343,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom van € 296,08 vanaf 24 maart 2026.
- eisende partij sub 4 een bedrag van € 274,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom van € 236,88 vanaf 24 maart 2026.
Daarnaast vordert eisende partij [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] ondanks aanmaningen in gebreke is gebleven met de betalingen van een aantal verplichte bijdragen.
[gedaagde] stelt in haar conclusie van antwoord dat zij sinds 2013 een automatisch factuur uitleessysteem gebruikt, waar leveranciers hun facturen via een daarvoor bestemd e-mailadres naartoe dienen te sturen. Het uitleessysteem logt alle inkomende facturen en maakt een overzicht met wanneer de factuur is binnengekomen en hoe deze zijn verwerkt. [gedaagde] legt als bijlage 2 een overzicht over met alle loggegevens van Cometec. [gedaagde] stelt dat uit dit overzicht blijkt dat Cometec niet alle facturen heeft aangeleverd. [gedaagde] erkent dat zij de factuur moet betalen, maar zij is het niet eens met de extra kosten die haar in rekening worden gebracht omdat de factuur niet naar het juiste e-mailadres is gestuurd. [gedaagde] stelt dat zij Cometec reeds op 8 februari 2024 via een mailing op de hoogte heeft gebracht van de wijziging van het e-mailadres voor facturen.
De eisende partij beroept zich in haar conclusie van repliek op een tussen partijen eerder gewezen vonnis[_a5f3024e-ad88-4fe6-8122-2c4730e06ff5] van 29 april 2025 waarin de kantonrechter heeft geoordeeld dat het niet vast is komen te staan dat de eisende partij op de hoogte was van een nieuw e-mailadres voor de facturen en het de eisende partij niet te verwijten valt dat [gedaagde] de facturen niet zou hebben ontvangen. De eisende partij beroept zich op de bindende kracht van dit eerder gewezen vonnis.
De eisende partij legt bij repliek de onderhavige factuur (productie 13) over en zij stelt dat deze is verzonden naar het op dat moment bij de Cometec bekende e-mailadres: [e-mailadres 1]. De eisende partij heeft geen foutmelding ontvangen na verzending van deze e-mail. De onderhavige factuur is ook per post gestuurd en is niet retour gekomen. In de minnelijke incassofase is [gedaagde] meerdere keren aangeschreven en gewezen op de persoonlijke online omgeving op de website van Cometec waar de facturen inzichtelijk zijn en gedownload kunnen worden. Tevens heeft de gemachtigde op 31 maart 2025 aan [gedaagde] kopieën van de onderhavige factuur, van de herinnering, van de aanmaning en van de herhaalde aanmaning gestuurd. De eisende partij stelt dat [gedaagde] alleen wil dat de facturen automatisch in haar boekhoudprogramma wordt verwerkt, maar dat de ontvangst op andere wijze ook juridische werking heeft.
Na de conclusie van dupliek in de vorige procedure heeft Cometec op 19 maart 2025 het e-mailadres [e-mailadres 2] voor het sturen van facturen geregistreerd en heeft dat ook aan [gedaagde] bevestigd (productie 17).
[gedaagde] herhaalt bij dupliek dat zij op 8 februari 2024 de mail met adreswijziging voor het toezenden van facturen naar eisende partij heeft gestuurd en dat zij dit ook al in het verweer van 11 november 2024 (vorige procedure) heeft aangegeven. Tevens bevestigt [gedaagde] dat zij inderdaad wil dat de factuur automatisch in haar boekhoudprogramma wordt verwerkt via ontvangst op het juiste mailtobasecone-adres. [gedaagde] stelt dat de factuur zal worden betaald zodra deze aangeleverd is op het juiste e-mailadres, zonder dat hier extra kosten bijkomen.
[gedaagde] betwist de ontvangst van de stukken per post. Tevens stelt [gedaagde] dat de e-mail d.d. 19 maart 2025 (productie 17) haar niet heeft bereikt omdat deze is verzonden naar het e-mailadres voor facturen. [gedaagde] erkent dat zij de e-mail van de gemachtigde d.d. 31 maart 2025 (productie 26) heeft ontvangen maar dat de bijlagen totaal niet leesbaar zijn. Tevens stelt [gedaagde] dat door het externe ICT bedrijf het haar niet is toegestaan om in te loggen op andermans website.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
[gedaagde] heeft zowel bij antwoord als bij dupliek gesteld dat zij uitsluitend verweer voert tegen de gevorderde kosten en rente. Zij erkent dat zij de onderhavige factuur nog moet betalen. De gevorderde hoofdsom van in totaal € 1.905,09 (€ 631,94 + € 740,19 + € 296,08 + € 236,88) zal daarom worden toegewezen. Het gaat in deze procedure dus om de vraag of [gedaagde] ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente moet betalen.
Bij dagvaarding heeft de eisende partij een aantal[_145d55e8-6a95-477e-995b-f2691aaa6b8c] e-mailberichten van [gedaagde] overgelegd. Dit betreft onder meer het e-mailbericht van 8 februari 2024 waarbij [gedaagde] aan Cometec heeft meegedeeld dat facturen vanaf 26 januari 2024 verzonden dienen te worden naar het e-mailadres [e-mailadres 2] Deze e-mail is verzonden aan [e-mailadres 3] zijnde het e-mailadres van de administrateur van de eisende partij. Anders dan in de vorige procedure is thans dus wel vast komen te staan dat [gedaagde] (de administrateur van) de eisende partij op de hoogte heeft gesteld van het gewijzigde e-mailadres voordat de factuur waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd, is verzonden.
Het voorgaande betekent dat de factuur in november 2024 ten onrechte nog naar het oude e-mailadres van [gedaagde] verzonden. Daarna is de factuur nog wel op andere wijze bekend gemaakt, maar dat is niet conform de door [gedaagde] op redelijke gronden verzochte wijze. Kennelijk waren partijen ook niet meer bereid (dan wel in staat) om een minnelijke oplossing te bereiken. Het gevolg is dat de nodige kosten zijn gemaakt die in deze procedure voor rekening van de eisende partij blijven nu zij de factuur niet naar het juiste e-mailadres heeft verzonden terwijl zij daarvan wel op de hoogte is gesteld.
De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen aangezien [gedaagde] toen zij op andere wijze kennis had genomen van de factuur, wel heeft aangeboden de factuur te betalen als eisende partij zou afzien van de bijkomende kosten. Nu eisende partij daar geen akkoord op heeft gegeven, is het niet zo ver gekomen. Ook de vergoeding voor buitengerechtelijke werkzaamheden zal worden afgewezen.
De eisende partij zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van [gedaagde] worden gesteld op nihil nu niet is gebleken van gemaakte kosten van haar zijde.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan:
- eisende partij sub 1 een bedrag van € 631,94;
- eisende partij sub 2 een bedrag van € 740,19;
- eisende partij sub 3 een bedrag van € 296,08;
- eisende partij sub 4 een bedrag van € 236,88;
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, van de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
(ak)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.