Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:4994Zaaknummer 12134214 \ CV EXPL 26-340

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
12134214 \ CV EXPL 26-340
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Financial lease overeenkomst bedrijfsauto.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1

veroordeelt [gedaagde] om aan Dutch Finance te betalen een bedrag van € 11.246,00,

te vermeerderen met de contractuele rente van 14,923% per jaar over een bedrag van

€ 10.007,10, met ingang van 16 februari 2026, tot de dag van volledige betaling.

6.2

veroordeelt [gedaagde] om aan Dutch Finance te betalen een bedrag van € 1.058,84

aan buitengerechtelijke kosten,

6.3

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.665,77, te betalen binnen veertien

dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde]

niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Samenvatting van de zaak
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12134214 \ CV EXPL 26-340

Vonnis van 4 augustus 2026

in de zaak van

VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V., handelend onder de naam Dutch Finance,

kantoorhoudende in Amersfoort,

eisende partij, hierna te noemen: Dutch Finance,

gemachtigde: Jongejan & Wisseborn, mr. H.J.M. Hofman

tegen

[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf 1] en voorheen [bedrijf 2],

wonende in [woonplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon.

1 Samenvatting van de zaak

Dutch Finance en [gedaagde] zijn een huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst) aangegaan voor een bedrijfsauto. [gedaagde] heeft niet alle maandelijkse termijnen betaald.

[gedaagde] heeft de bedrijfsauto ingeleverd en de overeenkomst is ontbonden.

De kantonrechter wijst de vordering van Dutch Finance voor betaling van de maandelijkse termijnen, de rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten (gedeeltelijk) toe.

2 De procedure

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit;

  • de dagvaarding van 2 maart 2026 (met producties 1 t/m 5);
  • de conclusie van antwoord van 24 maart 2026;
  • de op 12 juni 2026 door Dutch Finance toegezonden stukken (producties 6 en 7).
2.2

De mondeling behandeling heeft op 3 juli 2026 plaatsgevonden. Voor Dutch Finance was aanwezig mr. Hofman. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling gesloten en bepaald dat hij vonnis zal wijzen.

3 De feiten

3.1

Tussen Dutch Finance en [gedaagde] is op 27 februari 2024 schriftelijk een

huurkoopovereenkomst gesloten (financiële leaseovereenkomst, hierna; overeenkomst) voor

een Renault Trafic 1.6 (hierna: de bedrijfsauto).

3.2

Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden Financial Lease (hierna: de

algemene voorwaarden) van Dutch Finance van toepassing. Daarin staat, voor zover van

belang voor het geschil, het volgende:

“4. Hoe en hoeveel betaalt u?

[…]

4.4.

Het betaalschema dat is opgenomen in uw contract is dwingend en u mag daar niet van afwijken dit betekent dat u bij niet-volledige of niet-tijdige betaling direct in verzuim bent zonder dat daarvoor eerst nog een ingebrekestelling nodig is. U bent dan aan ons een achterstandsrente verschuldigd over het openstaande bedrag. Deze achterstandsrente is gelijk aan de debetrentevoet in uw contract. De achterstandsrente wordt gerekend vanaf de datum waarop u had moeten betalen tot de datum waarop uw betaling alsnog door ons is ontvangen.

4.5.

Moeten wij incassokosten maken, dan zijn die voor uw rekening. Die kosten zijn minimaal 15% van het openstaande bedrag, met een minimum van € 40,00 exclusief btw.

[…]”

3.3

[gedaagde] heeft een aantal maandelijkse leasetermijnen niet (tijdig) betaald, waardoor

een betalingsachterstand was ontstaan. Hij heeft deze betalingsachterstand op 18 december

2024 doormiddel van een eenmalige betaling ingelopen maar heeft in januari 2025 weer een

een betalingsachterstand laten ontstaan.

3.4

[gedaagde] heeft in januari 2025 de bedrijfsauto ingeleverd bij Dutch Finance. Dutch

Finance heeft de bedrijfsauto vervolgens laten taxeren en geveild.

4 Het geschil

4.1

Dutch Finance vordert -samengevat- dat [gedaagde] door een vonnis wordt

veroordeeld tot betaling van € 13.496,73. Dit bedrag bestaat uit de openstaande lening (na

aftrek van de verkoopopbrengst van de bedrijfsauto) ter hoogte van € 10.364,05, te

vermeerderen met € 70,02 aan vertragingsrente, € 1.168,88 rente, € 1.565,11 aan

buitengerechtelijke kosten en € 328,67 omzetbelasting over de buitengerechtelijke kosten.

Dutch Finance wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als

erom het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

4.2

Dutch Finance legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen

bestaat een financial leaseovereenkomst. [gedaagde] is in gebreke gebleven met de

voldoening van de maandelijkse termijnen en heeft de bedrijfsauto ingeleverd waardoor het

volledige saldo -de resterende hoofdsom- van de financiering en

de achterstandsrente opeisbaar zijn geworden. De resterende hoofdsom is door [gedaagde] tot

op heden onbetaald gelaten.

4.3

[gedaagde] voert verweer.

4.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

[gedaagde] is géén consument

5.1

Dutch Finance heeft onweersproken gesteld dat er sprake is van een zakelijke

overeenkomst tussen partijen. [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf en

heeft de bedrijfsauto gefinancierd in het kader van de exploitatie van zijn bedrijf. Als

gevolg hiervan zijn consument beschermende bepalingen niet van toepassing.

Ontbinding van de leaseovereenkomst

5.2

Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij een huurkoopovereenkomst (met toepassing van algemene voorwaarden) hebben gesloten voor een bedrijfsauto.

5.3

De bedrijfsauto is in de loop van januari 2025 door [gedaagde] ingeleverd bij Dutch

Finance. De kantonrechter constateert op basis van artikel 7:90 BW dat het inleveren van de

bedrijfsauto de ontbinding van de leaseovereenkomst tot gevolg heeft.Hoofdsom

5.4

Dutch Finance vordert betaling van de hoofdsom van € 10.364,05. Op het

totaalbedrag dat [gedaagde] moet voldoen zijn de betalingen door [gedaagde] en de verkoop van

de bedrijfsauto al in mindering gebracht. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de

hoofdsom en de berekening daarvan door Dutch Finance niet weersproken.

5.5

[gedaagde] voert aan dat hij op het moment van inleveren van de bedrijfsauto geen

betalingsachterstand had. [gedaagde] heeft op18 december 2024 aan Fidron, het door Dutch

Finance ingeschakelde incassobureau, een eenmalige betaling gedaan van € 1.273,30.

Door die betaling aan Fidron had [gedaagde] op het moment van ontbinding van de

overeenkomst in januari 2025 geen betalingsachterstand van achterstallige leasetermijnen.

5.6

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] weliswaar in december 2024 weer ‘bij’

was met betalen maar dat hij in januari 2025 vervolgens weer een betalingsachterstand heeft

laten ontstaan. Daarna heeft Dutch Finance de auto ingevorderd en heeft [gedaagde] de auto

ingeleverd. Dit maakt dat het verweer van [gedaagde] niet opgaat.

Uit het door Dutch Finance overgelegde betaaloverzicht volgt overigens dat [gedaagde] op 18

december 2024 een eenmalige betaling zou hebben gedaan van een ander bedrag namelijk

€ 916,35. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Dutch Finance toegelicht dat het

verschil te verklaren in door de incassokosten die Fidron voor haar werkzaamheden in

rekening heeft gebracht aan Dutch Finance. Dutch Finance heeft die

incassokosten doorberekend aan [gedaagde].

5.7

De kantonrechter oordeelt dat Dutch Finance de kosten die Fidron aan Dutch

Finance in rekening heeft gebracht niet voor rekening mocht laten komen van [gedaagde].

Dutch Finance heeft tijdens de mondelinge behandeling niet onderbouwd waarom deze

incassokosten voor de werkzaamheden van Fidron toewijsbaar zijn naast de door Dutch

Finance gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat

een bedrag van € 356,95, het verschil tussen € 1.273,30 en € 916,35, in mindering zal

worden gebracht op de gevorderde openstaande hoofdsom van € 10.364,05. De openstaande

hoofdsom is zodoende € 10.007,10 (€ 10.364,05 verminderd met € 356,95). De vordering

van Dutch Finance tot betaling van de hoofdsom wordt door de kantonrechter daarmee

gedeeltelijk toegewezen.

Contractuele rente

5.8

Dutch Finance vordert een bedrag van € 70,02 aan (vertragings)rente tot en met 21

mei 2025, een bedrag van € 1.168,88 rente van 21 mei 2025 tot en met 13 februari 2026

alsmede de contractuele rente van 14,923% over de resterende hoofdsom, vanaf 16 februari

2026, tot aan de dag van volledige betaling. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer

gevoerd tegen deze vordering. Vaststaat dat [gedaagde] in verzuim verkeert. Deze vordering

zal daarom door de kantonrechter worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.9

Dutch Finance vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De

vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 BW en het Besluit

vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Dutch Finance

heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn

verricht. Dutch Finance heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die

werkzaamheden.

De gevorderde vergoeding van € 1.565,11 vermeerderd met de gevorderde btw van

€ 328,67 is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 1.058,84 bij een hoofdsom van

€ 10.007,10 (als genoemd in rechtsoverweging 5.7).

De kantonrechter overweegt het volgende. Weliswaar is Dutch Finance een ondernemer in

de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, maar zij heeft onbetwist gesteld

dat zij voor deze kosten niet btw plichtig is en deze kosten niet kan verrekenen.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten komen de kantonrechter evenwel niet redelijk en

bovenmatig voor aangezien [gedaagde] door nalatigheid van betalen van rechtswege reeds in

verzuim was. Er is door Dutch Finance nog slechts één brief op 6 juni 2025 aan [gedaagde]

verstuurd. Gesteld noch gebleken is dat de werkelijke buitengerechtelijke

incassokosten van Dutch Finance hoger zijn dan wanneer aansluiting gezocht wordt bij de in

het Besluit bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag zal daarom door de kantonrechter

ambtshalve op grond van artikel 242 Rv worden gematigd tot in het Besluit bepaalde tarief

van € 1.058,84. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarmee

gedeeltelijk toegewezen.

Verkoop bedrijfsauto

5.10

Nadat [gedaagde] de bedrijfsauto in januari 2025 had ingeleverd heeft Dutch Finance

de bedrijfsauto geveild. Dutch Finance was hiertoe gerechtigd op basis van artikel 2.1 en

artikel 5.3 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter laat ik het middel of [gedaagde] de

bedrijfsauto eventueel voor een hoger bedrag kon verkopen, omdat [gedaagde] daar niet toe

gerechtigd was.

Conclusie: de vordering wordt deels toegewezen

5.11

Samengevat wijst de kantonrechter de volgende bedragen toe.

Openstaande hoofdsom: € 10.007,10,

Rente: € 70,02 vermeerderd met € 1.168,88 rente,

Totale openstaande hoofdsom vermeerderd met de rente: € 11.246,00.Buitengerechtelijke incassokosten: € 1.058,84.

Proceskosten

5.12

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dutch Finance worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€153,77
- griffierecht€1.504,00
- salaris gemachtigde€864,00(2 punten × € 432,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€2.665,77

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1

veroordeelt [gedaagde] om aan Dutch Finance te betalen een bedrag van € 11.246,00,

te vermeerderen met de contractuele rente van 14,923% per jaar over een bedrag van

€ 10.007,10, met ingang van 16 februari 2026, tot de dag van volledige betaling.

6.2

veroordeelt [gedaagde] om aan Dutch Finance te betalen een bedrag van € 1.058,84

aan buitengerechtelijke kosten,

6.3

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.665,77, te betalen binnen veertien

dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde]

niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.