Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 28 juli 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:4871Zaaknummer 12135622 \ CV EXPL 26-611

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
12135622 \ CV EXPL 26-611
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Enschede
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Achmea vordert premie. Gedaagde stelt dat auto's al jaren niet op naam staan en vordert in reconventie terugbetaling van de premie van voorgaande jaren. verweer niet onderbouwd. Afwijzing reconventie toewijzing conventie.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1

veroordeelt Mentis om aan Achmea te betalen een bedrag van € 863,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 713,07, met ingang van 16 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.2

wijst de vordering van Mentis af.

in conventie en reconventie

5.3

veroordeelt Mentis in de proceskosten van € 865,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mentis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12135622 \ CV EXPL 26-611

Vonnis van 28 juli 2026

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., handelend onder de naam Centraal Beheer Achmea,

gevestigd te Apeldoorn,

eisende partij in conventie, verweerster in reconventie,

hierna te noemen: Achmea,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENTIS B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde partij in conventie, eiseres in reconventie,

hierna te noemen: Mentis,

vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer [naam].

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in

reconventie.

1.2

Mentis heeft hierna, hoewel daartoe wel behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.

1.3

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Mentis heeft bij Achmea een zakelijke autoverzekering afgesloten. Achmea heeft in verband hiermee polissen toegezonden aan Mentis. Op de bij brief van 30 april 2022 toegezonden polis staan, voor zover van belang, vermeld: een Mercedes-Benz V-klasse (hierna: Mercedes) met kenteken [kenteken 1] (ingangsdatum 24 juni 2029) en een Renault Clio K (hierna: Clio) met kenteken [kenteken 2] (ingangsdatum 4 september 2021).

2.2

Ook voor de jaren 2023, 2024 en 2025 heeft Achmea polissen aan Mentis toegezonden waarop de Mercedes en de Clio als verzekerde voertuigen vermeld staan. In de begeleidende brief wordt Mentis verzocht de gegevens op de verzekeringsdocumenten te controleren en onjuistheden door te geven.

2.3

Op grond van de verzekeringsovereenkomst is Mentis aan Achmea (jaarlijks) premie verschuldigd.

2.4

Vanaf medio 2025 heeft Mentis de premies niet meer voldaan en Achmea is, na sommaties, overgegaan tot beëindiging van de verzekering ingaande 6 september 2025.

3 Het geschil

3.1

Achmea vordert - samengevat – Mentis te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 863,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 871,16 vanaf 16 februari 2026. Daarnaast vordert zij de veroordeling van Mentis in de kosten van de procedure.

3.2

Achmea legt aan haar vordering ten grondslag dat Mentis in verzuim is met de tijdige betaling van de verschuldigde (jaar-)premie voor de periode 24 juni 2025 tot 6 september 2025 (datum beëindiging overeenkomst) van in totaal € 713,07. Achmea heeft zich als het gevolg van de tekortkoming van Mentis genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 129,42 inclusief BTW en komen net als de gevorderde wettelijke rente van

€ 21,37 voor rekening van Mentis.

3.3

Mentis voert verweer en stelt dat de vorderingen afgewezen moeten worden. Volgens Mentis klopt het niet dat de overeenkomst met Achmea nog loopt. Volgens Mentis staat de Mercedes sinds 1 juli 2021 niet meer op naam en heeft de Clio nog nooit op naam van Mentis gestaan. Mentis stelt dat zij nog nooit eerder correspondentie over deze vordering heeft ontvangen en dat zij rauwelijks is gedagvaard. Het is Mentis pas na dagvaarding opgevallen dat vanaf 2021 jaarlijks de premie van haar rekening is afgeschreven. Mentis vordert in reconventie terugbetaling van de afgeschreven jaarpremies van 2022 t/m 2024 zijnde een totaalbedrag van € 11.520,37.

3.4

Achmea heeft bij repliek het verweer van Mentis weersproken. Achmea heeft gesteld dat de overeenkomst met betrekking tot de Mercedes met ingang van 24 juni 2019 is gesloten en zij nadien nooit van Mentis heeft vernomen dat de Mercedes niet meer op naam staat. Ook wat betreft de Clio heeft Mentis niet gemeld dat deze nog nooit op naam van Mentis heeft gestaan. Volgens Achmea is het aan Mentis zelf om Achmea op de hoogte te brengen van eventuele wijzigingen. Achmea heeft van Mentis geen opzegging van de verzekeringsovereenkomst ontvangen. Op 6 september 2025 heeft Achmea de verzekeringsovereenkomst zelf beëindigd wegens wanbetaling.

3.5

Achmea heeft naast de producties die zij bij dagvaarding heeft ingediend, de polissen voor de jaren 2022 en 2023 alsmede afschriften van de verstuurde correspondentie bij repliek overgelegd. Achmea stelt dat gezien de kwaliteit van de postbezorging in Nederland het onmogelijk is dat geen enkel stuk bij Mentis is aangekomen.

3.6

Met betrekking tot de vordering in reconventie stelt Achmea dat zij van mening is dat haar vordering in conventie gegrond is. De verzekeringsovereenkomst is op

6 september 2025 beëindigd en Achmea heeft tot aan de einddatum dekking geboden voor de verzekerde voertuigen. Mentis is daarom tot 6 september 2025 premie verschuldigd en zij heeft om diezelfde reden geen recht heeft op terugbetaling van jaarpremies van 2022 t/m 2024.

3.7

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Mentis heeft erkend dat zij bij Achmea een verzekeringsovereenkomst voor de Mercedes heeft afgesloten. Zij heeft weliswaar gesteld dat de Mercedes vanaf juli 2021 niet meer op naam zou staan, maar een bewijs dat zij in verband hiermee de verzekering heeft beëindigd, is niet overgelegd. Ook is niet gereageerd op de nadien toegezonden polissen waarop de verzekering van de Mercedes vermeld staat. Daarnaast zijn ook tot medio 2025 de premies voldaan.

4.2

Wat betreft de Clio heeft Achmea, nadat Mentis bij conclusie van antwoord, had gesteld dat de Clio nooit op naam heeft gestaan en dat zij ook geen correspondentie heeft ontvangen van Achmea waaruit blijkt dat de Clio als verzekerd object op de polis staat, de polissen over de jaren 2022 en 2023 overgelegd, naast de polissen over de jaren 2024 en 2025 die al bij dagvaarding zijn overgelegd. Deze polissen zijn met begeleidende brieven verzonden naar het adres van Mentis aan de Hertmebrink 12, 7544 DC Enschede. Ook zijn meerdere brieven overgelegd die alle aan het adres van Mentis zijn verzonden. Verder zijn de premies over de periodes voor medio 2025 ook voor de Clio door Mentis voldaan.

4.3

Omdat Mentis niet meer heeft gereageerd op de weerlegging van het verweer door Achmea, concludeert de kantonrechter dat Mentis kennelijk haar verweer niet wil handhaven. Achmea heeft voldoende onderbouwd dat zij veel correspondentie aan Mentis heeft gestuurd, ook met betrekking tot onderhavige vordering. Het komt de kantonrechter als zeer onwaarschijnlijk voor dat Mentis geen enkele brief van Achmea heeft ontvangen. Tevens heeft Achmea gesteld dat er op 24 juni 2025 telefonisch contact met Mentis is geweest en Mentis toen heeft aangegeven dat zij de vordering zou voldoen. Ook dit is niet door Mentis weersproken. Van rauwelijks dagvaarden is in ieder geval geen sprake.

4.4

De conclusie is dat Achmea haar vordering voldoende heeft onderbouwd en de kantonrechter zal de vordering (inclusief buitengerechtelijke kosten en rente) van Achmea zal toewijzen. De verdere rente vanaf 16 februari 2026 is toewijsbaar over € 713,07.

4.5

Nu de vordering in conventie wordt toegewezen, komt aan de vordering in reconventie de grondslag te ontvallen. Deze vordering zal dus worden afgewezen.

4.6

Mentis is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Wegens de samenhang tussen de vordering in conventie en reconventie worden de proceskosten van Achmea worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€155,67
- griffierecht€350,00
- salaris gemachtigde€288,00(2 punten × € 144,00)
- nakosten€72,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€865,67

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1

veroordeelt Mentis om aan Achmea te betalen een bedrag van € 863,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 713,07, met ingang van 16 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.2

wijst de vordering van Mentis af.

in conventie en reconventie

5.3

veroordeelt Mentis in de proceskosten van € 865,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mentis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.