Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4569Zaaknummer 12300336 \ CV EXPL 26-2197
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Publicatiedatum
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- 12300336 \ CV EXPL 26-2197
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
verstekzaak
3 De beslissing
De kantonrechter
stelt eisende partij in de gelegenheid om een toelichting te geven op de grondslag van de vordering op de van dinsdag 28 juli 2026, zoals overwogen onder r.o. 2.4.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. (HGR) |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12300336 \ CV EXPL 26-2197
Vonnis van 14 juli 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand Mobiliteitsbranche,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De motivering
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijn en formaliteiten in acht genomen.
Nu tegen gedaagde verstek is verleend, zal de kantonrechter de vordering toewijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de somma van een in goede justitie te bepalen schadevergoeding (niet de totaalsom van € 25.000,00 overstijgend), wordt veroordeeld, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten, zoals in de dagvaarding omschreven.
Ter onderbouwing van die vordering heeft eisende partij gesteld dat gedaagde partij schade moet vergoeden, bestaande uit onder andere: medische kosten, smartengeld, huishoudelijke hulp, en reiskosten wegens vele en toekomstige bezoeken aan (para)medici, ten gevolge van een fietsongeval welke op 7 augustus 2021 is veroorzaakt door de honden van gedaagde partij. Eisende partij heeft ten gevolge van dat ongeluk aanzienlijke letselschade opgelopen.
Eisende partij heeft haar vordering blijkens de dagvaarding gebaseerd op een in goede justitie te bepalen schadevergoeding en heeft betoogd dat de vordering wordt beperkt tot € 25.000,00. De in de dagvaarding gestelde bedragen zijn bij elkaar opgeteld echter een lager bedrag dan € 25.000,00. Onduidelijk is hoe deze stellingen zich tot elkaar verhouden. De kantonrechter stelt eisende partij in de gelegenheid om een toelichting te geven op de feitelijk grondslag van de vordering en de hoogte van de vordering.
3 De beslissing
De kantonrechter
stelt eisende partij in de gelegenheid om een toelichting te geven op de grondslag van de vordering op de van dinsdag 28 juli 2026, zoals overwogen onder r.o. 2.4.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. (HGR) |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.