Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 25 juni 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:3810Zaaknummer 12168256

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
12168256
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis regelrechter

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [bedrijf] om een bedrag van € 1.277,50 aan [eiser] te betalen;

4.2

veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 283,00;

4.3

veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de kosten van betekening als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.(SB)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Waar deze zaak over gaat
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12168256 \ RR FORM 26-19

Vonnis van 25 juni 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser],

wonende in [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

de vennootschap onder firma [gedaagde V.O.F.], handelend onder de naam [bedrijf],

gevestigd in [vestigingsplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen: [bedrijf],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier met bijlagen van [eiser];

- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er is besproken;

- het aan [bedrijf] verleende verstek.

1.2

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2 Waar deze zaak over gaat

2.1

[eiser] heeft met [bedrijf] een overeenkomst gesloten, op basis waarvan [bedrijf] rijlessen voor [eiser] zou verzorgen en voor het theorie- en praktijkexamen zou zorgen.

2.2

[eiser] heeft vooraf € 2.025,00 betaald voor 30 rijlessen, het theorie-examen, het praktijkexamen en rijschoolkosten.

2.3

[eiser] heeft 11,5 lessen bij [bedrijf] gevolgd. Daarna was de rij-instructeur van [bedrijf] niet of nauwelijks meer beschikbaar. Er was geen andere instructeur beschikbaar.

2.4

[bedrijf] heeft [eiser] in verband met de niet genoten rijlessen en het niet afgelegde praktijkexamen een creditfactuur gezonden voor een bedrag van € 1.277,50. Op de creditfactuur staat vermeld dat [bedrijf] dit bedrag zo spoedig mogelijk aan [eiser] zal overmaken. [eiser] heeft het gecrediteerde bedrag niet ontvangen.

2.5

[eiser] vordert in deze procedure dat [bedrijf] wordt veroordeeld om een bedrag van € 1.277,50 aan [eiser] te betalen. Dat bedrag bestaat uit € 1.073,00 voor de 18,5 rijlessen die [eiser] niet heeft kunnen volgen, € 136,50 voor het reeds betaalde CBR Praktijkexamen en € 148,50 voor de reeds betaalde rijschoolkosten voor het praktijkexamen.

3 De beoordeling

3.1

Bij het oproepen van [bedrijf] zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Aan [bedrijf] is daarom verstek verleend.

3.2

Gelet op het verleende verstek zal de kantonrechter de vordering van [eiser] toewijzen tenzij de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

3.3

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

3.4

[bedrijf] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. Daarnaast moet [bedrijf] de kosten van de eventuele betekening van dit vonnis betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

reis-, verblijf- en verletkosten € 50,00

griffierecht € 233,00

totaal € 283,00

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [bedrijf] om een bedrag van € 1.277,50 aan [eiser] te betalen;

4.2

veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 283,00;

4.3

veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de kosten van betekening als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.(SB)

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.