Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 3 juni 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:3538Zaaknummer C/08/345975 / HA ZA 26-95

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/08/345975 / HA ZA 26-95
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tekortkoming in de nakoming van aannemingsovereenkomst Aansprakelijkstelling bewindvoerder van aannemer.

De rechtbank

3.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen

  • een bedrag van € 62.785,88 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 21 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 2.885,85 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 15 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.050,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/345975 / HA ZA 26-95

Vonnis van 3 juni 2026

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. D.S. Muller,

tegen

[gedaagde], handelend onder de naam [gedaagde] Bewind,

in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [betrokkene], handelend onder de naam [bedrijf 2],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1

[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2

Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

De proceskosten

2.3

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€157,50
- griffierecht€1.414,00
- salaris advocaat€1.290,00(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€3.050,50
2.4

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen

  • een bedrag van € 62.785,88 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 21 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 2.885,85 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 15 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.050,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.