Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Overijssel, 9 april 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:2641Zaaknummer C/08/346389 FA RK 26-753

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/08/346389 FA RK 26-753
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om bewijsverkrijging (Europese Bewijsverkrijgingsverordening ((EU) 2020/1783), waarbij het verzoek strekt tot het doen plaatsvinden van een onderzoek naar de woon- en leefsituatie van een ouder. Het onderzoek wordt verricht door de Raad voor de Kinderbescherming.

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat door de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek dient plaats te vinden naar de woon- en leefsituatie van de moeder, zoals verwoord in het aangehechte verzoek, een en ander in het kader van de in Roemenië aanhangige procedure als hierboven genoemd;

3.2.

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming te rapporteren uiterlijk op 18 juni 2026;

3.3.

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming het rapport te zenden aan deze rechtbank, onder vermelding van het zaaknummer;

3.4.

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank aan de Raad voor de Kinderbescherming, het verzoekende gerecht en de moeder een fotokopie van deze beschikking zal toezenden;

3.5.

verzoekt (de griffier van) de rechtbank Galati zorg te dragen dat een kopie van deze beschikking aan de vader wordt toegezonden;

3.6.

houdt de zaak aan.

Aldus gegeven door mr. A. Flos, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S. ten Thije-Blokvoort als griffier, en uitgesproken op 9 april 2026.

[Afbeeldingen]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procedure
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

Rechtbank Overijssel

Locatie Almelo

Team familie & jeugdrecht

Zaaknummer: C/08/346389 FA RK 26-753

Datum beschikking: 9 april 2026

Bewijsverordening

Beschikking op het op 30 maart 2026 ingekomen en aan deze beschikking gehechte verzoek ex artikel 5 van de Europese Bewijsverkrijgingsverordening ((EU) 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020) van het verzoekend gerecht rechtbank Galati, gevestigd te Roemenië, in de zaak van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

de moeder,

tegen

[de vader],

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres te Roemenië,

de vader.

1 Procedure

1.1.

Het verzoek van de rechtbank Galati (Roemenië) strekt tot het doen plaatsvinden van een onderzoek naar de (potentiële) woon- en leefsituatie van de moeder en haar minderjarige kinderen:

[kind 1], geboortedatum en plaats onbekend,

[kind 2], geboortedatum en plaats onbekend.

1.2.

Nu is gebleken dat de moeder de vader heeft gedagvaard en diverse vorderingen ten aanzien van de minderjarige kinderen heeft ingesteld, wordt verondersteld dat zij instemt met een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

2 Beoordeling

2.1.

Blijkens het verzoek van het gerecht in Roemenië is daar een procedure aanhangig, bekend onder dossier nummer 15680/233/2024 waarin de moeder heeft verzocht om:

  • vervangende toestemming te verlenen om de minderjarigen te verplaatsen;
  • vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarigen voor schoolopleidingen in het openbaar/particulier onderwijs in Nederland;
  • vervangende toestemming te verlenen om de minderjarigen in te schrijven in de bevolkingsregistratie in Nederland;
  • vervangende toestemming te verlenen voor registratie in het publieke/private zorgstelsel in Nederland;
  • een verhoging van de alimentatie van de minderjarigen van 500 lei per maand naar een vast bedrag van 1500 lei per maand, ingaande de datum van de indiening van de vordering tot de minderjarigen de meerderjarige leeftijd hebben bereikt;
  • als alternatief te bevelen dat de ouderlijke autoriteit over de minderjarigen uitsluitend door verzoekster wordt uitgeoefend;
  • de verweerder te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
2.2.

De gevraagde informatie is nodig opdat het verzoekende gerecht in de lopende procedure een oordeel kan geven dat in overeenstemming is met de belangen van de kinderen. De rechtbank zal daarom de Raad voor de Kinderbescherming opdracht geven om een onderzoek te doen naar de woon- en leefsituatie van de moeder en zal beslissen als na te melden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat door de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek dient plaats te vinden naar de woon- en leefsituatie van de moeder, zoals verwoord in het aangehechte verzoek, een en ander in het kader van de in Roemenië aanhangige procedure als hierboven genoemd;

3.2.

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming te rapporteren uiterlijk op 18 juni 2026;

3.3.

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming het rapport te zenden aan deze rechtbank, onder vermelding van het zaaknummer;

3.4.

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank aan de Raad voor de Kinderbescherming, het verzoekende gerecht en de moeder een fotokopie van deze beschikking zal toezenden;

3.5.

verzoekt (de griffier van) de rechtbank Galati zorg te dragen dat een kopie van deze beschikking aan de vader wordt toegezonden;

3.6.

houdt de zaak aan.

Aldus gegeven door mr. A. Flos, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S. ten Thije-Blokvoort als griffier, en uitgesproken op 9 april 2026.

[Afbeeldingen]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.