Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Overijssel, 13 januari 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:1819Zaaknummer NL:TZ:2502553:R-RK

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502553:R-RK
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek Wsnp en eerdere ingangsdatum.

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 13 januari 2025;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie

Zittingsplaats Almelo

Rekestnummer: NL:TZ:2502553:R-RK

Vonnis van dinsdag 13 januari 2026

op het verzoek van

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1]

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.

De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1 De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker];

- Mevrouw [naam 1], Damsté advocaten - notarissen U.A.;

- De heer [naam 2], [bedrijf].

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3 De beoordeling

3.1.

Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).

3.2.

De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.

3.3.

[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een jaar voor de datum van de uitspraak, dus op 13 januari 2025. Door de huidige schuldhulpverlener is geen minnelijk traject meer beproefd. Een eerder schuldhulptraject door BudgetAlert (gemeente Hengelo) is gestaakt wegens het niet volledig in kaart kunnen brengen van de totale schuldenlast. [verzoeker] ontvangt reeds vele jaren een Wajong-uitkering waarop sinds 16 augustus 2024 beslag ligt. De rechtbank dient te beoordelen of er tijdens het minnelijk traject maximaal is afgedragen conform de berekening van het vrij te laten bedrag en of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoeker] zich al meer dan een jaar in (een vorm van) een schuldhulptraject bevindt en dat er gedurende meer dan een jaar beslag ligt op de uitkering van [verzoeker]. De rechtbank is van oordeel dat het schuldhulptraject dat [verzoeker] heeft gevolgd, kan worden aangemerkt als een minnelijk traject. Nu [verzoeker] reeds langer dan een jaar uit hoofde van beslag de volledige spaarcapaciteit heeft afgedragen, is aan de verplichting tot maximaal afdragen, voldaan. Wat betreft nakoming van de inspanningsplicht concludeert de rechtbank dat [verzoeker] daaraan gelet op zijn arbeidsongeschiktheid, waarvan in ieder geval gedurende het minnelijk traject sprake was, niet hoefde te voldoen. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de eerdere ingangsdatum worden bepaald op 13 januari 2025.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 13 januari 2025;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.