Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Overijssel, 9 maart 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:1798Zaaknummer NL:TZ:2503479:R-RK

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503479:R-RK
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek Wsnp, afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum.

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster],geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie

Zittingsplaats Almelo

Rekestnummer: NL:TZ:2503479:R-RK

Vonnis van maandag 9 maart 2026

op het verzoek van

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1],

verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank wijst het verzoek toe.

1 De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van maandag 23 februari 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoekster];

- mevrouw [naam 1], namens RDZ-Bewind, (beschermingsbewindvoerder);

- mevrouw [naam 2], namens Estinea, ambulant begeleidster.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3 De beoordeling

3.1.

Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).

3.2.

De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoekster] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

3.3.

De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoekster],geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.