Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Overijssel, 7 juli 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:6447Zaaknummer 335206 KG RK 25-306

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
335206 KG RK 25-306
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Wraking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking. De verzoeker voert als wrakingsgronden aan dat zijn privacy niet kan worden gegarandeerd, omdat hij wordt gedwongen digitaal te procederen, terwijl het gevaar bestaat dat de systemen gehackt worden en dat zijn recht op een eerlijk proces is geschonden, omdat hij niet over relevante dossiers kon beschikken met betrekking tot het wrakingsverzoek van 8 mei 2025. De stellingen dat verzoeker wordt gedwongen tot digitaal procederen en dat hij niet kon beschikken over de voor de zaak relevante dossiers raken voorts niet aan de onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer. De rechtbank verklaart het verzoek ongegrond.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart het verzoek ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. A. Smedes en mr. M. van Bruggen,, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.J. Leyendijk, en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer: 335206 KG RK 25-306

Beslissing van 7 juli 2025

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats]

verzoeker tot wraking.

1 De procedure

1.1.

Op 8 mei 2025 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van

mr. L.M. Rijksen, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder zaaknummer ZWO 24/1783.

1.2.

Het wrakingsverzoek stond gepland voor behandeling op de zitting van

24 juni 2025 te Almelo, door mr. A.E. Zweers, voorzitter, en mrs. M.M. Verhoeven en

H. Stam, rechters, met mr. N.E. Raap als griffier.

1.3.

Bij gelegenheid van die behandeling ter zitting heeft verzoeker, direct na de opening van de behandeling door de voorzitter, een mondeling verzoek tot wraking van

mrs. A.E. Zweers, M.M. Verhoeven en H. Stam, leden van de wrakingskamer, gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van het wrakingsverzoek van 24 juni 2025. Aan de inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek is de wrakingskamer niet toegekomen.

1.4.

Per e-mail van 25 juni 2025 heeft verzoeker de argumenten voor zijn verzoek tot wraking op schrift toegezonden.

1.5.

Mrs. A.E. Zweers, M.M. Verhoeven en H. Stam hebben niet berust in de wraking.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoeker heeft meerdere wrakingsgronden aangevoerd. Ten eerste heeft hij aangevoerd dat zijn privacy niet kan worden gegarandeerd, omdat hij wordt gedwongen (grotendeels) digitaal te procederen, terwijl het gevaar bestaat dat de systemen gehackt worden.

Ook heeft verzoeker aangevoerd dat zijn recht op een eerlijk proces is geschonden, omdat hij niet over relevante dossiers kon beschikken met betrekking tot het wrakingsverzoek van

8 mei 2025.

De wrakingskamer begrijpt de aangevoerde overige wrakingsgronden aldus dat verzoeker meent dat de onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer, vanwege hun aanstelling in de rechtbank Zwolle (als onderdeel van de rechtbank Overijssel), ter discussie staat, omdat zij zijn verzoek om het oorspronkelijke wrakingsverzoek buiten het arrondissement van de rechtbank Overijssel te laten behandelen niet voldoende hebben ondersteund. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verzoeker aangevoerd dat het functioneren van de rechtbank Overijssel voorafgaand aan het oorspronkelijke wrakingsverzoek al ter discussie stond.

2.2.

De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek van verzoeker ongegrond is. De wrakingskamer overweegt daartoe als volgt.

2.3.

Het uitgangspunt is dat rechters, vanwege hun aanstelling als rechter, worden vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat zij vooringenomen zijn. De door verzoeker aangevoerde wrakingsgronden met betrekking tot de partijtijdigheid van de rechtbank Overijssel en daarmee van de leden van de wrakingskamer, bevatten slechts ongefundeerde stellingen. Er zijn geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit de wrakingskamer vooringenomenheid of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.

2.4.

De stellingen dat verzoeker wordt gedwongen tot digitaal procederen en dat hij niet kon beschikken over de voor de zaak relevante dossiers raken voorts niet aan de onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer.

2.5.

In de bestuursvergadering van 10 november 2020 is het “Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel” (hierna: het Wrakingsprotocol) vastgesteld. Dit is op 1 april 2021 in werking getreden. Artikel 5, lid 2, van het Wrakingsprotocol bepaalt, voor zover hier van belang, dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond kan verklaren:

a. indien het verzoek kennelijk ongegrond is.

2.6.

De wrakingskamer is van oordeel dat in dit geval sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a, van het Wrakingsprotocol. Het wrakingsverzoek wordt daarom zonder zitting afgedaan.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart het verzoek ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. A. Smedes en mr. M. van Bruggen,, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.J. Leyendijk, en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.