Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 22 januari 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:343Zaaknummer C/08/326660 / KG RK 24/529

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
27 januari 2025
Zaaknummer
C/08/326660 / KG RK 24/529
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Wraking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking van de rechter vanwege haar beslissing om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden. De beslissing om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden is een procesbeslissing. Een rechterlijke procesbeslissing is geen grond voor wraking. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks, J.N. Bartels, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/326660 / KG RK 24/529

Beslissing van 22 januari 2025

in de zaak van

[verzoeker],

hierna te noemen: [verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking.

1 De procedure

1.1.

Op 23 december 2024 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van mr. A.M.S. Kuipers (hierna: de rechter), rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 11193613 CV EXPL 24-2265.

2 De beoordeling

2.1.

De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek van verzoeker kennelijk ongegrond verklaren en overweegt hierover als volgt.

2.2.

De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat zij die indruk bij verzoeker heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege haar aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat zij vooringenomen is.

2.3.

[verzoeker] stelt zich op het standpunt dat hij ongelijk wordt behandeld, omdat hij zich bekend moet maken door zijn naam en handtekening onderaan de schriftelijke stukken te zetten en de gemachtigde van de tegenpartij volgens hem niet. De wrakingskamer is van oordeel dat de stelling van [verzoeker] niet opgaat, omdat uit het dossier volgt dat de rechter nog niet heeft geoordeeld over het standpunt van [verzoeker]. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden en de rechter heeft ook nog geen vonnis gewezen. Om die reden kan er geen sprake zijn van partijdigheid of de indruk hiervan.

2.4.

Ten aanzien van het standpunt van [verzoeker] dat de beslissing van de rechter om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden vraagtekens bij hem oproept, overweegt de wrakingskamer als volgt.

2.5.

De beslissing om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden is een procesbeslissing. Een rechterlijke procesbeslissing is geen grond voor wraking.[_8f2df8fa-3fab-43a1-87af-56677018e6fe] Dit geldt in het algemeen ook voor de motivering van die procesbeslissing als grond voor wraking, ook als die motivering wordt gezien als onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier. Dit kan alleen anders zijn als die motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten (bijvoorbeeld door de bewoordingen in de motivering) niet anders kan worden begrepen dan als een uiting van vooringenomenheid. De wrakingskamer is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Uit de brief van 9 december 2024 volgt dat de rechter geen mondelinge behandeling laat plaatsvinden, omdat beide partijen over en weer stukken hebben ingediend en de procedure daardoor klaar is voor het wijzen van vonnis. Uit deze motivering kan niet worden opgemaakt dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter.

2.6.

Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechter vooringenomen is.

2.7.

Een mondelinge behandeling blijft achterwege, omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek zoals genoemd in artikel 5 lid 2 onder a van het

wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks, J.N. Bartels, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.