Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Overijssel, 8 mei 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:2893Zaaknummer ak_25_829

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
8 mei 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
ak_25_829
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak zonder zitting. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit bij het beroepschrift gevoegd. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van

S.H.J. van de Looi, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/829

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser van 23 februari 2025.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op 1 maart 2025 heeft eiser een verzoek om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht gedaan. Op 3 maart 2025 heeft de rechtbank aan eiser verzocht om de gegevens over zijn inkomen en vermogen te overleggen. Eiser heeft gereageerd dat hij geen inkomen of vermogen heeft. Bij brief van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep op betalingsonmacht voorlopig toegewezen, omdat eiser voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. Om dezelfde reden wordt het beroep op betalingsonmacht door de rechtbank nu definitief toegewezen.

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Dat volgt uit artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Indien eiser dit nalaat, kan de rechtbank, nadat zij een herstelmogelijkheid heeft geboden, het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

4. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit bij het beroepschrift gevoegd. De rechtbank heeft eiser bij brief van 26 februari 2025 verzocht om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank verstuurd.

5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van

S.H.J. van de Looi, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.