Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Overijssel, 19 maart 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:1788Zaaknummer ak_24_3565

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
ak_24_3565
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Melding of aanvraag Wmo-voorziening. De ingebrekestelling van 3 augustus 2024 was te vroeg. Daarom is deze niet geldig en hoeft het college aan eiser geen dwangsom te betalen.

8 De beslissing

8.1.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat het college aan eiser geen dwangsom hoeft te betalen.

8.2.

Eiser krijgt het griffierecht niet terug.

8.3.

Eiser krijgt ook geen vergoeding van eventuele proceskosten.

8.4.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na vandaag tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan. Dat kan op de hieronder omschreven wijze.

Waarvan proces-verbaal.

griffier rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Almelo

Proces-verbaal van het onderzoek ter zitting in het openbaar gehouden op

19 maart 2025 te Almelo

Betreft zaaknummer: ZWO 24/3565

1. Zitting hebben:

- mr. F. Koster, rechter in de enkelvoudige kamer van de rechtbank;

- mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.

2. De namen van partijen en hun gemachtigden luiden als volgt.

Eisende partij:

- [eiser], uit [woonplaats], eiser, verschenen bij gemachtigde: [gemachtigde 1]

Verwerende partij:

- het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder, verschenen bij gemachtigde [gemachtigde 2].

Partijen worden hierna respectievelijk “eiser” en “het college” genoemd.

3. De rechtbank opent het onderzoek ter zitting. Op verzoek van partijen vindt de zitting online plaats, middels een verbinding via Teams.

4. De rechter bespreekt met partijen het beroepschrift van eiser en het verweerschrift van het college. Partijen hebben vragen van de rechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. De griffier heeft hiervan aantekeningen bijgehouden.

5. De rechter sluit hierna het onderzoek ter zitting en bepaalt dat hij onmiddellijk uitspraak zal doen.

6. De rechter doet de volgende uitspraak:

7 De gronden van de beslissing

7.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het college op tijd is geweest met het nemen van een besluit op een aanvraag van eiser om een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

7.2.

Daarbij is belangrijk dat er een juridisch onderscheid bestaat tussen “een melding” en “een aanvraag”. De eerste mededeling van eiser dat hij een Wmo-voorziening wenst, is volgens de wet geen aanvraag, maar een melding. Het college moet na zo’n melding een onderzoek doen. Pas als dat onderzoek klaar is, maar in ieder geval nadat zes weken zijn verstreken na de melding, kan eiser een aanvraag om een Wmo-voorziening indienen[_85f140bf-93a6-4fdc-b213-aaa5bf7a26d4].

7.3.

Eiser heeft op 19 juli 2024 een melding gedaan. Hij stelt dat hij zich al eerder, namelijk op 1 juli 2024, met een hulpvraag bij het college heeft gemeld. Eiser ziet de melding van 1 of 19 juli 2024 als een aanvraag, maar dat is juridisch niet juist. Eiser kon pas een aanvraag indienen, na afronding van het onderzoek of zes weken na de melding. Het college had na 1 of 19 juli 2024 nog zes weken de tijd om onderzoek te doen. Dit betekent dat nooit eerder dan 13 of 14 augustus 2024 een aanvraag had kunnen worden ingediend. Daarop had het college vervolgens nog twee weken de tijd om een officieel besluit te nemen waartegen bezwaar en beroep mogelijk was.

7.4.

De ingebrekestelling, die eiser heeft gestuurd, is van 3 augustus 2024. Toen was er nog geen aanvraag gedaan in de juridische betekenis van het woord. En dat kon toen ook nog niet.

7.5.

Eiser heeft een ingebrekestelling ingediend voordat er officieel een aanvraag was gedaan. Dat is juridisch niet mogelijk. Om in aanmerking te kunnen komen voor een dwangsom had eiser later, nadat hij een aanvraag had gedaan en duidelijk was dat het college niet tijdig zou gaan beslissen, nog eens een ingebrekestelling moeten sturen. De ingebrekestelling van 3 augustus 2024 was te vroeg. Daarom is deze niet geldig en hoeft het college aan eiser geen dwangsom te betalen. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.

8 De beslissing

8.1.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat het college aan eiser geen dwangsom hoeft te betalen.

8.2.

Eiser krijgt het griffierecht niet terug.

8.3.

Eiser krijgt ook geen vergoeding van eventuele proceskosten.

8.4.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na vandaag tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan. Dat kan op de hieronder omschreven wijze.

Waarvan proces-verbaal.

griffier rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.