Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 8 november 2024

ECLI:NL:RBOVE:2024:5898Zaaknummer 11347362 CV EXPL 24-3276

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
8 november 2024
Publicatiedatum
15 november 2024
Zaaknummer
11347362 CV EXPL 24-3276
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Enschede
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de gedaagde om zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 de woning beschikt over een functionerende cv-installatie, om die dag aan eiser exclusief toegang tot het gehuurde te verschaffen, aan eiser te betalen een voorschot op de door eiser geleden en nog te lijden schade en om de onderzoekskosten te betalen.

1 De beslissing

De kantonrechter:

1.1.

veroordeelt [gedaagde] om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 te 09:00 uur de woning aan de [adres] beschikt over een functionerende

cv-installatie met warmwatervoorziening op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;

1.2.

veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 25 november 2024 om 09:00 uur [eiser] exclusief de toegang tot het gehuurde te verschaffen met de daarvoor benodigde sleutels en verbiedt [gedaagde] om eigenmachtig [eiser] opnieuw de toegang tot het gehuurde te belemmeren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00;

1.3.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een voorschot op de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van € 750,00 per maand vanaf 1 oktober 2024, tot het moment dat [eiser] het volledig genot, dus inclusief warmwater en warmte, van het gehuurde heeft;

1.4.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de onderzoekskosten aan de cv-ketel ad € 592,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, 31 oktober 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening;

1.5.

veroordeelt [gedaagde] in de (na-)kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen op € 943,72, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het schriftelijk vonnis zijn voldaan;

1.6.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

1.7.

Wijst af het meer of anders gevorderde

2 De gronden van de beslissing

2.1.

Uit de aard van de zaak blijkt het spoedeisend belang.

2.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er geen reden om aan te nemen dat de bodemrechter tot een ander oordeel zal komen ten aanzien van het voortduren van de huurovereenkomst na 1 oktober 2024. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende komen vast te staan dat geen sprake is van een beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden. Productie 1 van de zijde van [gedaagde] stemt op geen enkele wijze overeen met de overige in het dossier bevindende processtukken.

2.3.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] gevallen tot een bedrag van € 943,72, te weten:

  • € 136,72 aan explootkosten;
  • € 130,00 aan griffierecht;
  • € 543,00 aan salaris gemachtigde;
  • € 134,00 aan nakosten,

totaal € 943,72.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2024.

Waarvan proces-verbaal,

de kantonrechter,

mr. A.M.S. Kuipers.

Volledige tekst

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11347362 CV EXPL 24-3276

PROCES-VERBAAL van de op 8 november 2024 te Enschede, deels via teams, gehouden mondelinge behandeling van de kantonrechter in de kortgedingprocedure tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. A.E.R.B. Snel,

advocaat te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mrs. F.R.G. Keijzer en N. Toeajeva,

advocaten te Amsterdam.

Tegenwoordig:

mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter;

R.B.M. Pillen, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschenen:

namens [eiser], mw. [naam 1] (office manager), bijgestaan door mr. Snel;

via teams: [gedaagde], vertegenwoordigd door zijn moeder mw. [naam 2], vergezeld van tolk mw. Wang, bijgestaan door mrs. Keijzer en Toerajeva;

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

1 De beslissing

De kantonrechter:

1.1.

veroordeelt [gedaagde] om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk 25 november 2024 te 09:00 uur de woning aan de [adres] beschikt over een functionerende

cv-installatie met warmwatervoorziening op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;

1.2.

veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 25 november 2024 om 09:00 uur [eiser] exclusief de toegang tot het gehuurde te verschaffen met de daarvoor benodigde sleutels en verbiedt [gedaagde] om eigenmachtig [eiser] opnieuw de toegang tot het gehuurde te belemmeren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00;

1.3.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een voorschot op de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van € 750,00 per maand vanaf 1 oktober 2024, tot het moment dat [eiser] het volledig genot, dus inclusief warmwater en warmte, van het gehuurde heeft;

1.4.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de onderzoekskosten aan de cv-ketel ad € 592,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, 31 oktober 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening;

1.5.

veroordeelt [gedaagde] in de (na-)kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen op € 943,72, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het schriftelijk vonnis zijn voldaan;

1.6.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

1.7.

Wijst af het meer of anders gevorderde

2 De gronden van de beslissing

2.1.

Uit de aard van de zaak blijkt het spoedeisend belang.

2.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er geen reden om aan te nemen dat de bodemrechter tot een ander oordeel zal komen ten aanzien van het voortduren van de huurovereenkomst na 1 oktober 2024. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende komen vast te staan dat geen sprake is van een beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden. Productie 1 van de zijde van [gedaagde] stemt op geen enkele wijze overeen met de overige in het dossier bevindende processtukken.

2.3.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] gevallen tot een bedrag van € 943,72, te weten:

  • € 136,72 aan explootkosten;
  • € 130,00 aan griffierecht;
  • € 543,00 aan salaris gemachtigde;
  • € 134,00 aan nakosten,

totaal € 943,72.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2024.

Waarvan proces-verbaal,

de kantonrechter,

mr. A.M.S. Kuipers.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.