Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 19 maart 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:1511Zaaknummer 10633562 CV EXPL 2705-23
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 19 maart 2024
- Publicatiedatum
- 22 maart 2024
- Zaaknummer
- 10633562 CV EXPL 2705-23
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Enschede
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VGZ stelt dat gedaagde een deel van de premies niet heeft betaald. Dit wordt betwist. Gedaagde kreeg gelegenheid om betaalbewijzen te overleggen. Dit heeft zij niet gedaan. Het gevorderde wordt toegewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
Veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan VGZ te voldoen een bedrag van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling.
Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 782,48.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 10633562 CV EXPL 2705-23
Vonnis van 19 maart 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V.,gevestigd te Arnhem,
eisende partij, hierna te noemen VGZ,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, Rotterdam,
tegen
[gedaagde], wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
schriftelijk procederend.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis d.d. 10 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen,
- de akte aanvullende producties vanuit de zijde van VGZ;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2023, waarbij de heer [naam] is verschenen namens VGZ. De heer mr. R. Kaya is als gemachtigde namens [gedaagde] verschenen. Tijdens de zitting heeft de griffier spreekaantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht.
Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen.
2 Samenvatting
VGZ en [gedaagde] hadden een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. [gedaagde] heeft een deel van de verschuldigde premies in 2021 en 2022 niet betaald. [gedaagde] betwist de hoogte van de hoofdsom. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft deze betalingsbewijzen echter niet overgelegd. Daarom passeert de kantonrechter het verweer en wordt het gevorderde toegewezen.
3 Het geschil
de vordering
VGZ vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
VGZ voert daartoe aan dat VGZ en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft in 2021 en 2022 een aantal keren de verschuldigde premie niet betaald. Daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. VGZ heeft [gedaagde] meerdere keren verzocht de premieachterstand te voldoen, maar zonder resultaat.
VGZ heeft op 6 april 2023 een 14 dagenbrief aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft ook na toezending van deze brief niet betaald. Daarom vordert VGZ ook de buitengerechtelijke kosten van [gedaagde].
het verweer
[gedaagde] voert verweer. Voor zover relevant wordt hierna nader op het verweer ingegaan.
4 De beoordeling
Hoofdsom en rente
[gedaagde] betwist niet dat zij een zorgverzekeringsovereenkomst had afgesloten met VGZ en uit hoofde daarvan premie was verschuldigd. [gedaagde] betwist ook niet dat zij een betalingsachterstand heeft. De hoogte van deze betalingsachterstand wordt wel door [gedaagde] betwist. [gedaagde] stelt dat zij betalingen heeft verricht en de achterstand in ieder geval lager is dan het gevorderde. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft echter geen betalingsbewijzen overgelegd. [gedaagde] wordt daarom in het ongelijk gesteld en moet de hoofdsom van € 892,45 betalen. Omdat [gedaagde] te laat is, is zij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot de dag van dagvaarding bedraagt € 21,94.
Incassokosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de incassokosten betalen. De incassokosten worden begroot op € 133,87.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:
- dagvaarding € 130,48
- griffierecht € 322,00
- salaris advocaat € 264,00 (2 punten × tarief € 132,00)
- nakosten € 66,00
Totaal € 782,48
5 De beslissing
De kantonrechter
Veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan VGZ te voldoen een bedrag van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling.
Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 782,48.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.