Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 5 maart 2024

ECLI:NL:RBOVE:2024:1154Zaaknummer 10633410 CV EXPL 23-2698

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
10633410 CV EXPL 23-2698
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Enschede
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot het betalen van bedragen aan de eiser. Geschil over opzegging energieovereenkomst. Naar oordeel van de rechtbank is er geen sprake van rechtsgeldig tot stand gekomen opzegging, zodat gedaagde gehouden is het verschuldigde tarief te blijven voldoen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Enexis te betalen het bedrag van (€ 1.980,50 – € 972,62 =) € 1.007,88 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 1.529,76 vanaf 26 juni 2023 tot de dag van betaling van € 972,62 en sedertdien over € 1.007,88 tot de dag der algehele voldoening;

3.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van Enexis begroot op € 472,44 waaronder € 365,00 ter zake griffierecht en € 107,44 ter zake kosten exploot;

3.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De nadere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 10633410 CV EXPL 23-2698

Vonnis van 5 maart 2024

in de zaak van:

de besloten vennootschap

Enexis Netbeheer B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,

eisende partij, hierna ook wel Enexis te noemen,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

- tegen -

de besloten vennootschap

[gedaagde] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [kantoorplaats],

gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen,

gemachtigde: mr. S. Eernstman, advocaat.

1 De procedure

1.1

Deze blijkt uit het tussenvonnis van 7 november 2023.

1.2

Enexis werd bij voormeld tussenvonnis opgedragen zich bij akte uit te laten over hetgeen door de kantonrechter bij de rechtsoverwegingen 4.3 t/m 4.6 van dat tussenvonnis was overwogen.

1.3

Enexis heeft daarop een akte genomen met daarbij gevoegd een aantal producties. [gedaagde] heeft een antwoordakte genomen, waarna het vonnis is bepaald op heden.

2 De nadere beoordeling

2.1

In het tussenvonnis van 7 november 2023 werden een aantal vragen opgeworpen die – kort gezegd – betrekking hadden op de afwikkeling van een opgezegde gasaansluiting. Dat een en ander niet helder was, het werd in r.o. 4.3 van het tussenvonnis al aangegeven, werd mede veroorzaakt door de wijze waarop de producties bij dagvaarding werden aangeleverd.

2.2

Enexis heeft op de bij het tussenvonnis gestelde vragen antwoorden gegeven. Zonder daar nu al te diep op hoeft te worden ingegaan, komt de kantonrechter tot de volgende samenvatting wat er gebeurt als de overeenkomst ‘aansluiting en transport van gas profielgrootverbruik (hierna: de Overeenkomst)’ wordt opgezegd door de verbruiker en welke kosten er dan contractueel verschuldigd zijn, na acceptatie van die opzegging door Enexis.

Welke bepalingen zijn relevant?

2.3

Allereerst is artikel 5 Tarieven van de Overeenkomst van belang. Lid 1 bepaalt:

Voor de aansluiting, de beschikbaar gestelde aansluitcapaciteit, het beschikbaar stellen en houden van de gecontracteerde transportcapaciteit en het transport van gas en de hieraan gerelateerde diensten is de afnemer het tarief verschuldigd conform de door de Energiekamer vastgestelde tarievencode […].

Lid 3 bepaalt:

Bij het beëindigen van de overeenkomst kan de netbeheerder aan de afnemer de kosten voor het uit bedrijf nemen/verwijderen van de aansluiting in rekening brengen.

2.4

Niet in geschil is dat op de Overeenkomst de Algemene voorwaarden aansluiting en transport gas (voor zakelijke afnemers) van toepassing zijn.

2.5

In artikel 3 is het volgende opgenomen:

1. Een aansluiting wordt uitsluitend door de Netbeheerder onderhouden, gecontroleerd, vervangen, verplaatst en weggenomen, een en ander na voorafgaande mededeling aan en zoveel mogelijk in overleg met de Afnemer.

2. Het onderhoud en de controle van de aansluiting geschieden voor rekening van de netbeheerder. Onverminderd het bepaalde in artikel 12 lid 2 zijn het vervangen, verplaatsen en wegnemen voor rekening van de Afnemer indien:

a. dit geschiedt op zijn verzoek;

b. […]

2.6

Daar waar in de Overeenkomst zelf, gelet op het woordje ‘kan’ nog de mogelijkheid wordt open gelaten of er al dan niet kosten in rekening worden gebracht bij het verwijderen van de aansluiting, de Algemene Voorwaarden timmert die mogelijkheid dicht: de kosten voor het wegnemen van de aansluiting zijn voor rekening van de afnemer.

De praktijk

2.7

Vast staat dat [gedaagde] in de persoon van [naam 1] de Overeenkomst heeft opgezegd o.a. via mailberichten d.d. 23 en 24 februari 2022. In eerste instantie lukte dat kennelijk niet middels een aan hem doorgestuurde link van Enexis medewerker grootzakelijk [naam 2]. [naam 2] stuurde [naam 1] vervolgens op 24 februari 2022 drie opties met het verzoek om aan te geven wat er met de gasaansluiting zou moeten gebeuren:

1. de aansluiting zou worden overgenomen door de nieuwe gebruiker van het pand;

2. de aansluiting kon verwijderd worden of

3. de aansluiting zou moeten worden gehandhaafd maar het transport van energie kon stoppen.

2.8

[naam 1] maakte evenwel geen keuze, althans die keuze werd niet kenbaar gemaakt aan Enexis, waarna [naam 2] op 23 maart 2022 [naam 1] nogmaals die opties toestuurde en nogmaals verzocht werd aan te geven welke keuze [naam 1] had gemaakt. Aangegeven werd daarbij: “Doet u dit niet kan ik uw opzegging helaas niet in behandeling nemen”.

Die laatste zinsnede is niets meer of minder dan een voorwaarde om tot een geaccepteerde rechtsgeldige opzegging te komen. Dat Enexis eiste dat [gedaagde] een keuze zou maken uit de drie gegeven opties is niet onbegrijpelijk aangezien uit onderzoek[_17a24dbd-729c-4b76-83fa-fab153e47780] door Kiwa Technology[_8438951a-8b4c-473f-ae6c-da73d89fed10] is gebleken dat ongebruikte gasleidingen risico’s met zich meebrengen. Ook de andere regionale netbeheerder Coteq refereert op haar website naar dit onderzoek.

2.9

Nu aan de door Enexis gegeven voorwaarde niet is voldaan, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een rechtsgeldig tot stand gekomen opzegging zodat [gedaagde] op grond van artikel 5 van de Overeenkomst gehouden is en blijft het verschuldigde tarief te blijven voldoen tot het moment dat de Overeenkomst wel rechtsgeldig is beëindigd. Dat betekent de vordering van Enexis met inachtneming van de vermindering van eis toewijsbaar is, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is als in het dictum te melden.

2.10

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten m.u.v. het salaris gemachtigde. Dat blijft voor rekening van Enexis en wel om reden dat de inleidende dagvaarding tal van onjuistheden bevat waaronder niet de minste: de juridische grondslag. Daarnaast werden bij dagvaarding tal van producties aangeleverd maar relevante stukken, zoals de e-mailberichten van 24 februari 2022 en 23 maart 2022 van Enexis medewerker [naam 2], werden pas na het tussenvonnis in het geding gebracht.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Enexis te betalen het bedrag van (€ 1.980,50 – € 972,62 =) € 1.007,88 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 1.529,76 vanaf 26 juni 2023 tot de dag van betaling van € 972,62 en sedertdien over € 1.007,88 tot de dag der algehele voldoening;

3.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van Enexis begroot op € 472,44 waaronder € 365,00 ter zake griffierecht en € 107,44 ter zake kosten exploot;

3.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.