Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 1 maart 2024

ECLI:NL:RBOVE:2024:1113Zaaknummer C/08/310465 KG RK 24-84

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
C/08/310465 KG RK 24-84
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Wraking
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking. De wrakingskamer verklaart het verzoek niet-ontvankelijk, omdat het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, W.M.B. Elferink en M.M. Verhoeven in tegenwoordigheid van de griffier, mr. K.J. de Jong, en in openbaar uitgesproken op 1 maart 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer: C/08/310465 KG RK 24-84

Beslissing van *** 2024

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking.

1 De procedure

1.1.

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het wrakingsverzoek dat is binnengekomen op 19 februari 2024, welke brief is gedateerd van 16 februari 2024. Verzoeker doet hierin een verzoek tot wraking van mr. L.M. Rijksen, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaken die geregistreerd zijn onder de zaaknummers ZWO 23/1164, ZWO 23/1165 en ZWO 23/2202.

1.2.

Mr. Rijksen heeft bij e-mailbericht van 19 februari 2024 laten weten niet te berusten in de wraking.

2 De beoordeling

2.1.

De wrakingskamer verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en overweegt daartoe als volgt.

2.2.

Volgens artikel 8:16 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) moet het wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Artikel 5 lid 2 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak uitspraak is of wordt gedaan (sub d).

2.3.

De wrakingskamer constateert dat mr. Rijksen op 25 januari 2024 uitspraak heeft gedaan in de hierboven genoemde zaaknummers. Het wrakingsverzoek dateert van19 februari 2024. Het wrakingsverzoek is dus gedaan na het tijdstip waarop in de hierboven genoemde zaaknummers uitspraak is gedaan. Dit betekent dat het verzoek, zonder mondelinge behandeling, niet-ontvankelijk wordt verklaard.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, W.M.B. Elferink en M.M. Verhoeven in tegenwoordigheid van de griffier, mr. K.J. de Jong, en in openbaar uitgesproken op 1 maart 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.