Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 28 februari 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:1024Zaaknummer C/08/310608 KG RK 24-90
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 28 februari 2024
- Publicatiedatum
- 1 maart 2024
- Zaaknummer
- C/08/310608 KG RK 24-90
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Wraking
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wraking. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het is de wrakingskamer niet duidelijk wat precies de wrakingsgronden zijn en een wrakingsverzoek kan alleen worden ingediend tegen de individuele rechter die de zaak behandelt. In dit geval is nog niet bekend welke rechter de zaak behandelt.
3 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A. van Holten, voorzitter, L.M. Rijksen en M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/310608 KG RK 24-90
Beslissing van 28 februari 2024
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.
1 De procedure
Op 21 februari 2024 is door of namens verzoeker een verzoek tot wraking van de rechtbank, de rechter en de rechtspraak gedaan.
2 De beoordeling
De wrakingskamer constateert dat in de brief van 21 februari 2024 het
zaaknummer F.08/22/95 wordt vermeld. Gelet op het telefonisch onderhoud dat op 21 februari 2024 voorafgaand aan het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden met de griffie van deze rechtbank, begrijpt de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek betrekking heeft op de (renvooi)procedure die is geregistreerd bij deze rechtbank onder nummer C/08/308416 / HA ZA 24/17.
Uit artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in feiten en omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen de individuele rechter die de zaak behandelt. In dit geval is nog niet bekend welke rechter(s) de hiervoor genoemde zaak behandelt/behandelen. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen (alle leden van) de rechtbank of de rechtspraak in het algemeen is geen sprake van een wrakingsverzoek in de zin van de wet. Dit betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat de inhoud van de brief van 21 februari 2024 overigens ook erg onduidelijk en onsamenhangend is. Het is de wrakingskamer dan ook niet duidelijk wat precies de wrakingsgronden zijn. Voor zover verzoeker het er niet mee eens is dat er in de renvooiprocedure sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging, oordeelt de wrakingskamer dat dit in de wet is bepaald en hiervan moet worden uitgegaan, zodat dat ook geen reden voor wraking kan zijn. Uit dit wettelijke voorschrift kan op geen enkele wijze een vooringenomenheid van de behandelend rechter(s) worden afgeleid.
Deze beslissing is gebaseerd op artikel 5 lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Dat betekent dat de wrakingskamer zonder behandeling ter zitting het wrakingsverzoek aanstonds niet-ontvankelijk verklaart.
3 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A. van Holten, voorzitter, L.M. Rijksen en M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.