Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 1 december 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:4901Zaaknummer 306331 KG RK 23-447
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 1 december 2023
- Publicatiedatum
- 7 december 2023
- Zaaknummer
- 306331 KG RK 23-447
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Wraking
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking, omdat zij niet motiveert op grond van welke feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechters, die haar zaak behandelen schade zou kunnen lijden. Wrakingsverzoek tegen de griffiers is niet mogelijk.
4 De beslissing
De wrakingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, C. Verdoold en H.T. Pos, rechters, voorzitter respectievelijk leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H. Doldersum en in openbaar uitgesproken op 1 december 2023.
de griffier is buiten staat de voorzitter
deze beslissing mede
te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 306331 KG RK 23-447
Beslissing van 1 december 2023
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster tot wraking,
gemachtigde: dr. ir. drs. J.J. de Kok,
tegen
De Belastingdienst/Toeslagen.
1 De procedure
Op 12 april 2023 heeft de griffie van de rechtbank Overijssel, team bestuursrecht, een verzoek ontvangen van verzoekster in de zaak met kenmerk ZWO 22/1316 V tot wraking van:
- mevrouw [naam 1],
- de heer [naam 2],
- mevrouw [naam 3],
- alle andere ambtenaren, zowel ((in)formeel) niet met rechtspraak belast als met rechtspraak belast, die de zaak met kenmerk ZWO 22 / 1316 ZORG AES zowel in de beroep- als verzetfase in behandeling hebben genomen en/of hebben en/of hebben gehad.
De wrakingskamer ziet, gelet op het navolgende, af van een mondelinge behandeling.
2 Het wrakingsverzoek
Verzoekster heeft onder meer aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de medewerkers onder a, b en c ten onrechte niet hun volledige GBA-BRP-naam, gender-, titulatuur- en gerecht(elijke) functiegegevens aan verzoekster bekend hebben gemaakt. Dit is volgens verzoekster een onrechtmatigheid, omdat het in strijd is met de wettelijke voorschriften en tevens een vorm van (inter)nationaal rechtstatelijk onacceptabele immuniteitsverschaffing oplevert.
3 De beoordeling
De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking, op grond van artikel 5, tweede lid, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel van 10 november 2020, zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk. Zij overweegt daartoe het volgende.
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het is dus onjuist, zoals verzoekster onder 10.11 van haar wrakingsverzoek stelt, dat “de bestuursrechter 24/7 100% is uitgesloten van wraking”.
De wet bepaalt dus dat alleen rechters die bemoeienis hebben met de desbetreffende zaak kunnen worden gewraakt. Daarbij moet onder rechter worden verstaan “een met rechtspraak belast lid van een met civiele rechtspraak belast gerecht”. Voornoemde mevrouw [naam 1], de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] zijn medewerkers van de griffie van de rechtbank en vallen hier niet onder. Om die reden zal verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek worden verklaard, voor zover het is gericht tegen alle in het verzoek genoemde personen die geen rechter zijn (a, b en c).
Verzoekster is evenwel ook niet-ontvankelijk in haar verzoek, voor zover het is gericht tegen rechterlijke ambtenaren (onder d), omdat zij niet motiveert op grond van welke feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechters, die haar zaak behandelen schade zou kunnen lijden. Individualisering van de betrokken rechter is nodig omdat verzoekster duidelijk zal moeten maken welke concrete en feitelijke bezwaren maken dat juist deze rechter haar, verzoekster, zaak niet onpartijdig zal behandelen.
4 De beslissing
De wrakingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, C. Verdoold en H.T. Pos, rechters, voorzitter respectievelijk leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H. Doldersum en in openbaar uitgesproken op 1 december 2023.
de griffier is buiten staat de voorzitter
deze beslissing mede
te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.