Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 7 november 2023

ECLI:NL:RBOVE:2023:4676Zaaknummer 10606408 CV EXPL 23-2437

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
10606408 CV EXPL 23-2437
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Enschede
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussen partijen is een huurovereenkomst waarbij gedaagde een woning van de Stichting huurde. Hierbij is een betalingsachterstand van de huur opgelopen. Tevens werd er in het gehuurde een hennepkwekerij aangetroffen. De kantonrechter veroordeelt gedaagde (nadat hij de uit zijn detentie is) de huurachterstand, de schade als gevolg van de aanwezigheid van een hennepplantage, en kosten van de procedure met een totaalbedrag van € 7,891.90 te betalen aan de Stichting.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Stichting te betalen het bedrag van € 6.923,70 vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.252,83 vanaf 23 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening (een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaande);

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 968,02 waaronder € 330,00 wegens het salaris van de gemachtigde. Begroot de nakosten daarbij op € 132,00.

5.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer: 10606408 CV EXPL 23-2437

Vonnis van 7 november 2023

in de zaak van:

de stichting

Stichting Jongerenhuisvesting Twente,

gevestigd te Enschede,

eisende partij, hierna ook wel de Stichting te noemen,

gemachtigde: A.G. Groothuis, gerechtsdeurwaarder,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen,

gemachtigde: mr. R.W.J.H.A. Neijndorff, advocaat.

1 De procedure

1.1

Deze blijkt uit het tussenvonnis van 29 augustus 2023 ter dagbepaling van een mondelinge behandeling. Deze werd vastgesteld op 13 november 2023 te 13.30 uur.

1.2

Bij brief van 6 oktober 2023 heeft de gemachtigde van de Stichting, mede namens de gemachtigde van [gedaagde], de kantonrechter meegedeeld dat de mondelinge behandeling geen doorgang hoefde te vinden aangezien partijen tot overeenstemming zijn gekomen en dat in deze zaak een eindvonnis kan worden gewezen.

1.3

Dat eindvonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Tussen partijen is op 29 maart 2018 een huurovereenkomst tot stand gekomen waarbij [gedaagde] de woning aan de [adres] van de Stichting huurde.

2.2

[gedaagde] heeft een achterstand in de betaling van de huur opgelopen. Tevens werd in het gehuurde door de politie Oost Nederland een hennepkwekerij aangetroffen.

2.3

Om een gerechtelijke procedure te vermijden zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] de huurovereenkomst vrijwillig op zou zeggen en wel per 1 april 2020. Dat heeft [gedaagde] gedaan.

2.4

Nadat de hennepkwekerij was verwijderd, werd [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de woning leeg te halen en te ontruimen, hetgeen hij nagelaten heeft.

2.5

Als gevolg van de aanwezigheid van een hennepkwekerij is er schade ontstaan aan het gehuurde en heeft de Stichting kosten moeten maken om de woning in goede c.q. originele staat te herstellen.

3 Het geschil

de vordering:

3.1

De Stichting vordert – zakelijk weergegeven en na een bij akte gegeven nadere specificatie – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 6.923,70, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.252,83 vanaf 23 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2

De vordering in hoofdsom, zoals nader gespecificeerd in de brief van de gemachtigde van de Stichting d.d. 28 augustus 2023, bedraagt € 6.431,85 en bestaat feitelijk uit twee elementen:

- de schade aan het gehuurde als gevolg van de aanwezigheid van een hennepplantage, zijnde een bedrag van € 4.498,06 en

- de huurachterstand tot en met maart 2020 ad € 1.933,79.

Na aftrek van teruggave stookkosten en de waarborgsom bedraagt de vordering in hoofdsom € 6.252,83.

Naast dit bedrag maakt de Stichting aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente, tot 23 juni 2023 vastgesteld op € 88,83 en op € 832,04 aan buitengerechtelijke kosten inclusief btw.

In mindering kan strekken een bedrag van € 250,00 dat reeds betaald is aan de gemachtigde van de Stichting. De totale vordering komt daarmee op € 6.923,70.

het verweer:

3.3

In eerste instantie werd door [gedaagde] o.a. het verweer gevoerd dat de huurachterstand onvoldoende gespecificeerd was en dat er tweemaal cilinders in rekening waren gebracht.

Na de bij brief d.d. 28 augustus 2023 gegeven specificatie heeft de gemachtigde van [gedaagde] bij zijn e-mail van 27 september 2023 aangegeven dat [gedaagde] de vordering niet langer betwist.

4 De beoordeling

4.1

Nu de (nader) gespecificeerde vordering van de Stichting door [gedaagde] niet langer betwist wordt, dient de vordering, zowel in hoofdsom als de nevenvorderingen, te worden toegewezen.

De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] de toegewezen bedragen wil voldoen middels een betalingsregeling. Een dergelijke regeling kan door de kantonrechter vooralsnog niet tegen de wil van een schuldeiser (in casu de Stichting) worden opgelegd. In dit geval heeft de Stichting aangegeven dat zij bereid is een betalingsregeling aan te gaan op het moment dat [gedaagde] uit detentie komt.

4.2

Hoe dan ook, [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Stichting te betalen het bedrag van € 6.923,70 vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.252,83 vanaf 23 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening (een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaande);

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 968,02 waaronder € 330,00 wegens het salaris van de gemachtigde. Begroot de nakosten daarbij op € 132,00.

5.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.