Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 23 september 2020
ECLI:NL:RBOVE:2020:3105Zaaknummer C/08/241124 / HA ZA 19-546
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 23 september 2020
- Publicatiedatum
- 24 september 2020
- Zaaknummer
- C/08/241124 / HA ZA 19-546
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om aanhouding op grond van art. 31 Brussel-I bis wegens procedure bij forumkeuzerechter in Cyprus afgewezen.
De rechtbank
wijst het verzoek tot aanhouding af,
verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2020 voor conclusie van repliek aan de zijde van [eiser],
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/241124 / HA ZA 19-546
Vonnis van 23 september 2020
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eiser,
advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam,
tegen
de vennootschap naar Cypriotische recht F1 MARKETS LIMITED,
gevestigd te Agios Athanasios, Limassol (Cyprus),
gedaagde,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en F1 genoemd worden.
1 De procedure
De rechtbank heeft op 8 juli 2020 het verzoek van F1 om tussentijds hoger beroep toe te staan, afgewezen en bepaald dat de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt. F1 heeft daarop een conclusie van antwoord genomen, tevens houdende verzoek om aanhouding ex artikel 31 lid 2 Brussel I bis-Verordening[_caa1a6e0-5c04-4212-84ef-420a7dac613d]. [eiser] heeft bij antwoordakte gereageerd.
2 Het verzoek om aanhouding ex artikel 31 lid 2 Brussel I bis
F1 verzoekt om aanhouding van de procedure en voert daartoe aan dat tussen partijen een procedure aanhangig is in Cyprus. Partijen zijn een forumkeuzebeding overeengekomen, op grond waarvan de rechter in Cyprus bevoegd is. Op grond van artikel 31 lid 2 Brussel I bis, dient, ook indien die procedure later is gestart, het gerecht van de forumkeuze te beslissen over zijn bevoegdheid en dienen andere procedures zolang te worden aangehouden, aldus F1.
De rechtbank heeft zich bij vonnis van 17 juni 2020 bevoegd verklaard om kennis te nemen van het geschil tussen [eiser] en F1. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen dat [eiser] in het kader van de met F1 gesloten overeenkomst is aan te merken als consument als bedoeld in Brussel I bis en dat hem daarom een beroep toekomt op de beschermende bepalingen van de artikelen 17 en verder Brussel I bis. Op grond van die bepalingen kan, kort samengevat, een consument een vordering instellen voor het gerecht van zijn woonplaats. Daar kan van worden afgeweken met een forumkeuzebeding indien dat voldoet aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 19 Brussel I bis. Het forumkeuzebeding dat tussen [eiser] en F1 is overeengekomen, voldoet hier niet aan. Het is bijvoorbeeld niet gesloten nádat de procedure aanhangig is gemaakt.
Op grond van artikel 31 lid 2 Brussel I-bis dient een gerecht de uitspraak aan te houden ‘wanneer een zaak aanhangig wordt gemaakt bij een gerecht van een lidstaat dat op grond van een in artikel 25 bedoelde overeenkomst bij uitsluiting bevoegd is’. Artikel 25 ziet op de forumkeuze. Nu, gelet op het vonnis van 17 juni 2020, de rechtbank heeft geoordeeld dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 25 Brussel I-bis – omdat het forumkeuzebeding niet aan de voorwaarden voldoet – is artikel 31 lid 2 van de Brussel I-bis Verordening niet van toepassing. Dit volgt tevens uit lid 4 van artikel 31 Brussel I-bis. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding daarom af.
De rechtbank is met [eiser] van oordeel dat het wenselijk is dat de zaak schriftelijk zal worden voortgezet en zal [eiser] in de gelegenheid stellen om een conclusie van repliek te nemen waarna F1 kan concluderen voor dupliek.
3 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot aanhouding af,
verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2020 voor conclusie van repliek aan de zijde van [eiser],
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2020.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.