Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Overijssel, 19 november 2019

ECLI:NL:RBOVE:2019:4495Zaaknummer 6291050 \ CV EXPL 17-3030

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
21 juli 2020
Zaaknummer
6291050 \ CV EXPL 17-3030
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2019:611.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

stelt partijen in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank;

3.2.

verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van 17 december 2019;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 6291050 \ CV EXPL 17-3030

Vonnis van 19 november 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEWI BEHEER B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wierden,

eisende partij, hierna te noemen: Beheer,

gemachtigde: mr. R.F. Kötter,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEWI SLANGEN B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wierden,

gedaagde partij, hierna te noemen: Slangen,

gemachtigde: mr. W.B. Brusse.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 12 februari 2019. Het verdere procesverloop blijkt uit:

- het proces verbaal van getuigenverhoor van 22 maart 2019;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 23 juli 2019;

- de conclusie na enquête van de zijde van Slangen;

- de conclusie na enquête tevens houdende akte wijziging/vermindering van eis van de zijde van Beheer.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. In verband met het vertrek van mr. Rozeboom uit de sector kanton/handel van deze rechtbank, wordt dit vonnis gewezen door mr. Haarhuis.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter stelt vast dat de vordering van Beheer na de eerste wijziging van eis circa € 57.000,- beliep. Bij haar laatste processtuk heeft Beheer haar eis weer gewijzigd. Zij vordert nu veroordeling van Slangen tot betaling van € 25.000,- ter zake van de rente over de geldlening, inclusief de handelsrente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten, onder handhaving van hetgeen in het petitum van de dagvaarding onder II tot en met IV is gevorderd. Beheer heeft hierbij opgemerkt dat zij uitdrukkelijk niet geacht wil worden om daarmee afstand te hebben gedaan van haar rechten op rentetermijnen boven het bedrag van € 25.000,- die verschuldigd zijn of in de toekomst verschuldigd zullen worden.

2.2.

Op grond van artikel 93, aanhef en onder a. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de kantonrechter bevoegd in zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,-, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist.

De door Beheer gestelde rechtstitel (geldleningsovereenkomst) gaat het bedrag ad € 25.000,- te boven en die rechtstitel wordt door Slangen betwist. Met haar toevoeging als in de laatste zin van 2.1. vermeld, geeft Beheer er blijk van dat zij haar vordering niet uitdrukkelijk tot het bedrag van € 25.000,- beperkt. Gelet hierop is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de zaak niet meer tot zijn absolute bevoegdheid behoort en is hij voornemens om de zaak ex artikel 71, eerste lid Rv te verwijzen naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank. Nu zulks gevolgen heeft, onder meer voor het griffierecht, en een verwijzing nog niet met partijen besproken is, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over het voornemen tot verwijzing.

2.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

stelt partijen in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank;

3.2.

verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van 17 december 2019;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.