Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 16 april 2019
ECLI:NL:RBOVE:2019:1724Zaaknummer 7271999 \ CV EXPL 18-3469
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 16 april 2019
- Publicatiedatum
- 6 januari 2022
- Zaaknummer
- 7271999 \ CV EXPL 18-3469
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Dexia zaak. Schadevergoeding. Eiser heeft het Dexia aanbod getekend en daarmee afstand gedaan van zijn rechten. Bindende kracht vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter verklaart eiser niet ontvankelijk.
4 De beslissing
De kantonrechter
Verklaart [eiser] niet ontvankelijk in zijn vorderingen.
Veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Dexia begroot op
€ 400,00 gemachtigdesalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 7271999 \ CV EXPL 18-3469
Vonnis van 16 april 2019
in de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. N. Boerman-Bove,
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde partij, hierna te noemen Dexia,
gemachtigde: USG Legal Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juli 2018 namens 8 eisende partijen, waar onder [eiser];
- de beschikking d.d. 11 oktober 2018 waarbij de procedure is gesplitst in 8 afzonderlijke procedures;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten en het geschil
Tussen partijen staat vast dat [eiser] met (de rechtsvoorgangster van) Dexia
een tweetal effectenleaseovereenkomsten genaamd Profit Effect heeft gesloten d.d. 2 oktober 2001 (contractnummers [1] en [2] ).
[eiser] vordert op de diverse gronden als vermeld in de dagvaarding, kort weergegeven:
Primair: voor recht te verklaren dat de overeenkomsten op grond van bedrog vernietigd zijn;
Subsidiair: voor recht te verklaren dat de overeenkomsten op grond van dwaling vernietigd zijn;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia schadeplichtig is wegens de aanzienlijke tekortkomingen in diens nakoming van de overeenkomsten;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia heeft gehandeld in strijd met het recht alsmede in strijd met de redelijkheid en billijkheid danwel in strijd met het maatschappelijk verkeer, alsmede wanprestatie heeft gepleegd;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en dat Dexia om deze reden schadeplichtig is wegens schending van de bijzondere zorgplicht en schending van artikel 25 NR dan wel artikel 41 NR 1999.
Voorts dient Dexia in verband hiermee veroordeeld te worden tot (terug)betaling van een bedrag van € 9.943,85 aan [eiser], op grond van schadevergoeding/onverschuldigde betaling.
Dexia heeft hierop een conclusie van antwoord genomen, strekkende tot niet ontvankelijk verklaring van [eiser] in zijn vorderingen. [eiser] heeft begin 2003 het Dexia- aanbod getekend (productie 5 conclusie van antwoord) en daarmee afstand gedaan van zijn rechten. [eiser] kan niet ontkennen dat hij al op de hoogte is van de bindende kracht van deze vaststellingsovereenkomst. Zo heeft hij in december 2012 nog een brief gestuurd aan Dexia betreffende schadevergoeding conform het Hofmodel. Dexia heeft [eiser] er toen op gewezen dat hij reeds gebonden was aan het Dexia Aanbod (productie 6 conclusie van antwoord).
3 Beoordeling
[eiser] heeft deze stellingen van Dexia in zijn conclusie van repliek niet betwist. De conclusie van repliek gaat slechts nader in op de vorderingen van [eiser] en de gronden daarvan.
De kantonrechter is gelet op de acceptatie van [eiser] van het Dexia Aanbod en de daarin staande bepalingen over afstand van recht met Dexia van oordeel dat [eiser] niet ontvankelijk moet worden verklaard. [eiser] is aan het Dexia Aanbod gebonden. Aan een inhoudelijke behandeling komt de kantonrechter daarom niet toe.
4 De beslissing
De kantonrechter
Verklaart [eiser] niet ontvankelijk in zijn vorderingen.
Veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Dexia begroot op
€ 400,00 gemachtigdesalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.