Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 3 november 2015
ECLI:NL:RBOVE:2015:6035Zaaknummer 4185943 \ CV EXPL 15-4468
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 3 november 2015
- Publicatiedatum
- 28 april 2025
- Zaaknummer
- 4185943 \ CV EXPL 15-4468
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Enschede
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vorderingen van eisers afgewezen. Eisers wonen in huurwoningen van Domijn en betalen € 665,18 per maand aan huur. Nadat eisers achter zijn gekomen dat Surinaamse Hindoestaanse ouderen in dezelfde wooncomplex een huurbedrag van € 500,- per maand betalen, vorderen eisers een verlaging van de huur en terugbetaling van het verschil tussen het door hen betaalde bedrag. De kantonrechter oordeelt geen discriminatie van Domijn en dat eisers niet in aanmerking komen voor de lagere huurbedrag per maanden.
5 De beslissing
De kantonrechter
Wijst de vordering af.
Veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Domijn begroot op € 400,-- wegens salaris van haar gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.R.K. Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 4185943 \ CV EXPL 15-4468
Vonnis van 3 november 2015
in de zaak van
1 [eiser],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres],wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna te noemen [eiser] c.s.,
gemachtigde: mr. B.J. van Beek,
advocaat te Enschede
tegen
de stichting WONINGSTICHTING DOMIJN,gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
gedaagde partij, hierna te noemen Domijn,
gemachtigde: mr. A. Eksen,
advocaat te Deventer
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] c.s. heeft omstreeks november 2012 van Domijn gehuurd de woning aan respectievelijk de [adres 1] en [adres 2]. De huurprijs bedroeg aanvankelijk € 615,-- per maand, welke thans is opgelopen tot € 665,18 per maand.
Hen is gebleken dat Domijn de woningen in datzelfde complex in 2012 via de [stichting] aan Surinaams Hindoestaanse ouderen met een achterstand in de maatschappij verhuurd voor een maandelijks bedrag van € 500,--.
3 Het geschil
De vordering
[eiser] c.s. vordert - samengevat – een verklaring voor recht dat de door Domijn gehanteerde huurprijs van € 615,-- in strijd is met het verbod op discriminatie, althans met het gelijkheidsbeginsel, alsmede te bepalen dat [eiser] c.s. vanaf heden het bedrag van € 500,-- dienen te betalen. Tenslotte vorderen zij terugbetaling van het verschil tussen het door hen betaalde bedrag, alsmede het bedrag van € 500,-- per maand.
Het verweer
Domijn concludeert - samengevat – tot afwijzing van de vordering. Zij meent dat er contractsvrijheid bestaat die in het onderhavige geval er in uitmondt dat Domijn aan een andere groep mensen zeer wel hetzelfde wooncomplex tegen een andere prijs mag verhuren.
4 De beoordeling
[eiser] c.s. beroepen zich op discriminatie, althans op het gelijkheidsbeginsel, nu hen ter ore is gekomen dat Domijn via een omweg aan een groep personen, zijnde Surinaamse Hindoestaanse ouderen met een achterstand in de maatschappij dezelfde woning kunnen huren voor een bedrag van € 500,--.
Dit beroep van [eiser] c.s. is echter niet toewijsbaar. Er zijn vele voorbeelden denkbaar waarbij verschillende personen voor eenzelfde prestatie een ander bedrag betalen, maar dat is dan geen discriminatie dan wel in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Er moet sprake zijn van gelijke gevallen in eenzelfde situatie. Er zou sprake zijn van discriminatie als een andere Surinaamse Hindoestaanse oudere met een achterstand in de maatschappij
€ 615,-- huur moet betalen, terwijl andere Surinaamse Hindoestaanse ouderen met een achterstand in de maatschappij € 500,-- per maand betalen. Zo’n situatie doet zich hier immers niet voor: [eiser] c.s. behoort niet tot genoemde groep en komen dus niet in aanmerking voor dat lagere huurbedrag per maand.
Nu de vordering van [eiser] c.s. op een andersluidende conclusie is gebaseerd, dient de vordering te worden afgewezen.
[eiser] c.s. dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure te worden verwezen.
5 De beslissing
De kantonrechter
Wijst de vordering af.
Veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Domijn begroot op € 400,-- wegens salaris van haar gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.R.K. Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.