Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Oost-Nederland, 15 februari 2013

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2734Zaaknummer 839634 Cv Expl. 12-5579

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
839634 Cv Expl. 12-5579
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartmaatschappij geeft verweer prijs als gevolg van het arrest van het HvJEG/EU van 23 oktober 2012, NJ 2013, 4. Gevorderde vergoeding, gebaseerd op de Verordening EG nr. 261/2004 van 11 februari 2004, toegewezen.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt SLM om aan [eisende partij 1 en 2] te betalen een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 november 2011 tot aan de voldoening en rekening houdend met de eventueel reeds in mindering hierop betaalde bedragen;

veroordeelt SLM in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij 1 en 2] begroot op € 76,17 aan dagvaardingskosten, € 207,-- aan griffierecht en € 200,-- aan salaris voor de gemachtigde, alsmede € 100,-- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, eveneens rekening houdend met de eventueel reeds hierop in mindering betaalde bedragen;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De procedure
  2. 2. De vordering en het verweer
  3. 3. De beoordeling
  4. 4. De beslissing

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 839634 \ CV EXPL 12-5579 \ 199 \ 23rd

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

1. [eisende partij sub 1]

2. [eisende partij sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisende partijen

gemachtigde mr. A. Jankie

tegen

de vennootschap naar Surinaams recht Surinaamse Luchtvaart Maatschappij N.V. (SLM)

gevestigd te Paramaribo, Suriname, en kantoorhoudende te Amsterdam

gedaagde partij

gemachtigde mr. J.C.A. Froon

Partijen worden hierna [eisende partij 1 en 2] en SLM genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 september 2012 met producties

- de conclusie van antwoord met een productie

- de conclusie van repliek

- de akte van 14 december 2012 van SLM, houdende verzoek tot doorhaling

- de antwoordakte van [eisende partij 1 en 2].

2. De vordering en het verweer

2.1. [eisende partij 1 en 2] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, SLM zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 en met veroordeling van SLM in de proceskosten en de nakosten.

2.2. [eisende partij 1 en 2] baseren hun vordering op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen.

Op grond van artikel 7 van de Verordening EG nr. 261/2004 van 11 februari 2004 hebben zij recht op een door SLM te betalen vergoeding. Zij hadden immers een vlucht bij SLM van Amsterdam naar Paramaribo geboekt, doch deze vlucht, met vluchtnummer PY993 die gepland stond op 20 november 2011 om 15.15 uur, heeft eerst plaatsgevonden op 22 november 2011 rond 13.00 uur. De reden hiervoor was gelegen in technische problemen.

2.3. Na aanvankelijk inhoudelijk verweer te hebben gevoerd tegen de door [eisende partij 1 en 2] ingestelde vordering, heeft SLM bij voornoemde akte van 14 december 2012 dit verweer prijsgegeven onder verwijzing naar het arrest van het HvJEG/EU van 23 oktober 2012, NJ 2013, 4. Zij heeft voorts aangevoerd inmiddels op 13 december 2012 aan het kantoor van de gemachtigde van [eisende partij 1 en 2] een bedrag te hebben overgemaakt ten bedrage van € 1.448,17, bestaande uit een bedrag van € 1.200,-- aan hoofdsom, € 72,-- ter zake van wettelijke rente, € 76,17 ter zake van dagvaardingskosten en € 100,-- aan salaris gemachtigde. Zij heeft hier nog aan toegevoegd het in debet gestelde griffierecht afzonderlijk aan de rechtbank te zullen voldoen. Op grond hiervan is SLM van mening dat zij [eisende partij 1 en 2] volledig heeft gecompenseerd en verzoekt zij de procedure door te halen.

2.4. [eisende partij 1 en 2] hebben zich bij antwoordakte tegen doorhaling van de zaak verzet en aangevoerd niet bekend te zijn met enige betaling door SLM aan het kantoor van hun gemachtigde. Zij hebben hier nog aan toegevoegd dat SLM ten onrechte heeft aangenomen dat zij op basis van een toevoeging procederen.

3. De beoordeling

3.1. Nu SLM haar verweer niet langer heeft gehandhaafd, zal de vordering van [eisende partij 1 en 2] als erkend worden toegewezen als hieronder bij de beslissing te vermelden.

3.2. SLM wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Hierbij tekent de kantonrechter aan dat niet is gesteld of gebleken dat [eisende partij 1 en 2] op basis van een toevoeging procederen.

De nakosten worden eveneens toegewezen tot een bedrag van € 100,--. Dit is een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt SLM om aan [eisende partij 1 en 2] te betalen een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 november 2011 tot aan de voldoening en rekening houdend met de eventueel reeds in mindering hierop betaalde bedragen;

veroordeelt SLM in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij 1 en 2] begroot op € 76,17 aan dagvaardingskosten, € 207,-- aan griffierecht en € 200,-- aan salaris voor de gemachtigde, alsmede € 100,-- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, eveneens rekening houdend met de eventueel reeds hierop in mindering betaalde bedragen;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.