Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Oost-Brabant, 27 oktober 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:7573Zaaknummer NL:TZ:0000568095:B001

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000568095:B001
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De bewindvoerder verzoekt opheffing van het bewind en/of rectificatie van de instellingsbeschikking en/of vrijstelling van de boedelbeschrijving en rekening/verantwoording.

beslissing

De kantonrechter verklaart de verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer:NL:TZ:0000568095:B001
dossiernummer:[beschikkingsnummer]
datum:27 oktober 2026

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:

[verzoeker],

handelend onder de naam [naam bewindvoerder] ,[adres], [postcode] [vestigingsplaats] ,Kamer van Koophandel-nummer [kvk],

hierna te noemen: verzoeker,

met betrekking tot:

[betrokkene] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres], [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlage), ontvangen op 23 september 2026.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

De kantonrechter heeft bij beschikking van 7 september 2026 een bewind ingesteld met ingang van 8 september 2026. Op 7 september 2026, dus op de dag voor aanvang van het bewind, is betrokkene overleden. Zijn dood is diezelfde dag vastgesteld.

De bewindvoerder verzoekt opheffing van het bewind en/of rectificatie van de instellingsbeschikking en/of vrijstelling van de boedelbeschrijving en rekening/verantwoording.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Het bewind is van rechtswege geëindigd op het moment waarop de dood van betrokkene is vastgesteld. Het bewind was toen nog niet aangevangen. Dit betekent dat het bewind in juridische zin nooit aanvang heeft genomen en nooit aanvang zal nemen, evenmin als de taak van de bewindvoerder.

Omdat de taak van de bewindvoerder nooit is aangevangen en het bewind al is geëindigd, moet de bewindvoerder niet-ontvankelijk worden verklaard in het opheffingsverzoek.

De kantonrechter kan de bewindvoerder ook niet vrijstellen van de boedelbeschrijving of van de rekening en verantwoording, want zijn taak is nooit aangevangen. Er is dus geen verplichting om de bewindvoerder van vrij te stellen.

beslissing

De kantonrechter verklaart de verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.