Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Oost-Brabant, 2 oktober 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:7034Zaaknummer 26/2567

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
2 oktober 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
26/2567
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54 Awb. Beroep tegen dwangbevel. Rechtbank onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van

drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing
  4. Informatie over verzet

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 26/2567

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Eindhoven.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het dwangbevel van 5 mei 2026.

1.1.

Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt vast dat eiser is opgekomen tegen (de hoogte van) het dwangbevel van 5 mei 2026.

3. De rechtbank overweegt als volgt. De invordering van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen kan plaatsvinden door middel van een dwangbevel dat wordt uitgevaardigd door de ontvanger, in dit geval de invorderingsambtenaar van de gemeente Eindhoven.[_a43890fb-ed72-4fd9-a4af-c751d7d941fd] Tegen besluiten genomen op grond van de IW staat bij de fiscale bestuursrechter geen bezwaar of beroep open, met uitzondering van de besluiten bedoeld in de artikelen 30, 49 en 62a van die wet.[_e3848133-1a02-4c75-b842-2039215b171b] Een dwangbevel valt niet onder deze uitzonderingen. Tegen een dwangbevel staat daarom geen bezwaar en beroep open. Voor zover het gaat om de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, kan eiser de civiele rechter inschakelen op de wijze voorzien in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.[_781489ab-4fe2-4570-a9cb-920cefb38189]

4. De (fiscale) bestuursrechter van de rechtbank is kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het beroep van eiser. De rechtbank zal het beroep daarom niet inhoudelijk behandelen. Dit is aan eiser ook bij brief van 8 september 2026 meegedeeld.

5. Aangezien de rechtbank onbevoegd is, zal aan de griffier worden opgedragen het griffierecht terug te betalen aan eiser.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van

drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

  1. Artikel 12, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (IW) in samenhang met artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet.
  2. Artikel 8:1, eerste lid, van de Awb in samenhang gelezen met artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bij de Awb.
  3. Artikel 17, eerste en tweede lid, van de IW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.