Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Oost-Brabant, 21 augustus 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:6020Zaaknummer NL:TZ:0000214130:B001; 12198806

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
21 augustus 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000214130:B001; 12198806
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking op verzoek tot opheffing bewind (afgewezen, noodzaak nog aanwezig, langere periode van stabiliteit op meerdere leefgebieden en doorlopen zelfstandigheidstraject vereist) en op machtigingsverzoek schenking aan zoon (toegewezen).

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af;

- verleent machtiging voor het doen van een schenking aan de oudste zoon van betrokkene voor een bedrag van € 2.000,00 ten laste van het vermogen van betrokkene.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beoordeling opheffing
  2. Beoordeling machtigingsverzoek schenking
  3. Beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht

Locatie 's-Hertogenbosch

toezichtnummer:NL:TZ:0000214130:B001; 12198806 TE 26-216
CBM-nummer:[beschikkingsnummer]
beschikkingsnummer:001
[griffier]

Beschikking van de kantonrechter van 21 augustus 2026 op een verzoek tot opheffing van het bewind en op een machtigingsverzoek schenking

op verzoek van:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres], [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene,

en

Auxilium Bewind B.V.,

Postbus 88, 5066 ZH Moergestel,

Kamer van Koophandel-nummer 97359106,

hierna te noemen: bewindvoerder.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het schenkingsverzoek van betrokkene zoals ingediend door de bewindvoerder, ontvangen op 13 april 2026;- het opheffingsverzoek ingediend door betrokkene, ontvangen op 22 april 2026;

- de nadere informatie van de bewindvoerder op het schenkingsverzoek, ontvangen op 1 mei 2026;

- de reactie van de bewindvoerder op het opheffingsverzoek, ontvangen op 27 mei 2026 via het aansluitpunt Toezicht;

- de brief van betrokkene ter aanvulling op het opheffingsverzoek, ontvangen op 15 juni 2026;

- de brief van betrokkene ter aanvulling op het opheffingsverzoek, ontvangen op 16 juni 2026;

- de reactie van de bewindvoerder op het opheffingsverzoek, ontvangen op 18 juni 2026 via het aansluitpunt Toezicht;

- de brief van de bewindvoerder als nadere reactie op het opheffingsverzoek, ontvangen op 15 juli 2026.

De verzoeken zijn ter zitting behandeld op 11 augustus 2026. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene en de bewindvoerder vergezeld door twee collega’s verschenen.

Beoordeling opheffing

Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Aan het verzoek ligt – kort samengevat – ten grondslag dat betrokkene niet steeds om geld wil vragen bij de bewindvoerder. Het overleggen van bonnen leidt ertoe dat betrokkene zich in haar waardigheid voelt aangetast. Ze ervaart meer stress en hoofdpijn van bewind dan verlichting en hulp. Verder geeft betrokkene aan geen inzage in het onlinesysteem van de bewindvoerder te hebben, waardoor zij geen inzicht heeft in de bankrekeningen. Ter zitting heeft betrokkene verteld dat het goed met haar gaat. Betrokkene zal deelnemen aan traumatherapie zodra er een beschikbare behandelplaats is. Op dit moment verblijft zij nog bij [naam zorginstelling], maar ze hoopt na het volgen van de therapie een zelfstandige huurwoning te krijgen. Betrokkene geeft aan op een punt in haar leven te zijn dat ze haar financiën graag zelfstandig wil beheren. Ze heeft veel meegemaakt en wil niet haar hele leven onder bewind blijven.

De bewindvoerder heeft zich schriftelijk en ter zitting uitgelaten over het verzoek. Betrokkene vraagt wekelijks om extra geld en contacteert de bewindvoerder vaak meerdere keren per dag per e-mail en ook vaak nog telefonisch. Er heeft met betrokkene geen zelfredzaamheidstraject plaatsgevonden, omdat de bewindvoerder betrokkene op dit moment niet in staat acht om haar financiën zelfstandig te regelen. Betrokkene is zeer impulsief met betrekking tot het uitgeven van geld. De bewindvoerder is van mening dat het nu nog te vroeg is om het bewind op te heffen. De periodes waarin het goed gaat met betrokkene wisselen af met periodes waarin het minder goed gaat. De zorgsituatie is nog niet stabiel. Ook is er nog geen zicht op het verkrijgen van een zelfstandige huurwoning voor betrokkene, waardoor zij maandelijks een beroep moet doen op haar spaargeld wegens onvoldoende dekking binnen het budgetplan voor haar huur. Er is al een aanzienlijk deel van de ontvangen erfenissen besteed in overleg met de bewindvoerder. De bewindvoerder maakt zich zorgen dat derden misbruik van betrokkene maken in periodes dat het niet goed met haar gaat. Hij acht voortzetting van het bewind dan ook noodzakelijk.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de noodzaak van het bewind nog steeds aanwezig is. Betrokkene staat op de wachtlijst voor intensieve behandelingen. Zij heeft op dit moment nog geen zicht op een zelfstandige huurwoning, heeft geen overzicht van haar geldzaken en is impulsief met haar uitgaven. Dit blijkt uit de vele berichten die betrokkene wekelijks stuurt naar de bewindvoerder. Voordat het bewind kan worden opgeheven moet langere tijd sprake zijn van een stabiele situatie van betrokkene op de verschillende leefgebieden. Verder is opheffing van een bewind in beginsel pas aan de orde als een afbouwtraject heeft plaatsgevonden, waarin stapsgewijs steeds meer financiële zaken zelfstandig worden geregeld. Dat is nu nog niet aan de orde. Wanneer op enig moment een zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid zou zijn verlopen en duidelijk is gebleken dat betrokkene haar geldzaken weer zelfstandig kan regelen, kunnen de bewindvoerder en betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind op dit moment afwijzen.

Beoordeling machtigingsverzoek schenking

Betrokkene vraagt machtiging voor het doen van een schenking van € 2.000,00 aan haar oudste zoon.

Betrokkene is wilsbekwaam en heeft enkele jaren geleden een erfenis ontvangen van haar vader en haar tante, waardoor zij vermogen heeft opgebouwd. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat zij geld wil schenken aan haar zoon, omdat hij kort geleden een eigen woning heeft aangekocht. Dat is een bijzondere gelegenheid. Haar zoon wil het bedrag gebruiken om de badkamer in de woning aan te passen. Zijn vader heeft ook een schenking gedaan. Betrokkene heeft voor de hoogte van het bedrag van € 2.000,00 aansluiting gezocht bij de schenking die zij zelf op 21-jarige leeftijd van haar ouders heeft ontvangen. In de toekomst is zij van plan haar andere twee zonen ook een bedrag te schenken, als zich bij hen bijzondere omstandigheden voordoen.

De bewindvoerder heeft zich schriftelijk en ter zitting uitgelaten over het verzoek. Hij heeft de rechter gevraagd te beslissen over het verzoek van betrokkene, omdat de wilsbekwaamheid van betrokkene mede afhangt van haar gezondheidssituatie. Betrokkene is daarnaast volgens de bewindvoerder beïnvloedbaar door derden. De bewindvoerder begrijpt dat betrokkene een schenking aan haar zoon wil doen, maar vindt een schenking van deze omvang niet noodzakelijk. Om die reden heeft hij geen medewerking verleend.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Betrokkene heeft ter zitting helder toegelicht waarom zij de verzochte schenking aan haar zoon wil doen. Zij heeft de schenking en de hoogte daarvan zorgvuldig overwogen en daarbij aansluiting gezocht bij het bedrag dat zij in het verleden zelf als schenking van haar ouders heeft ontvangen De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van bijzondere familiaire omstandigheden, namelijk de aankoop van de eigen woning door de zoon van betrokkene en de door betrokkene ontvangen erfenissen. De kantonrechter zal het verzoek daarom toewijzen. Wel benadrukt de kantonrechter dat het een éénmalige schenking betreft en dat hierdoor geen traditie in het leven wordt geroepen.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af;

- verleent machtiging voor het doen van een schenking aan de oudste zoon van betrokkene voor een bedrag van € 2.000,00 ten laste van het vermogen van betrokkene.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.