Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Oost-Brabant, 20 augustus 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:5976Zaaknummer 26/1065
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- 26/1065
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wht. Hzk-regeling. Eiser heeft geen recht op een tegemoetkoming als aanvrager van huurtoeslag, want hij had geen O/GS-kwalificatie en is niet betrokken bij een CAF-onderzoek. Geen institutionele vooringenomenheid gebleken. Situatie is anders dan die van de slachtoffers van de toeslagenaffaire
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Bijleveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wetgeving
Wet hersteloperatie toeslagen
Artikel 2.16
1. De Dienst Toeslagen kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een huurtoeslag […], indien:
- ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen;
- hij hierdoor schade heeft geleden; en
- hij betrokken is geweest bij een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators.
Artikel 2.171. De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een huurtoeslag […] ambtshalve een tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag […] of op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de huurtoeslag […] heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard omdat aan de aanvrager geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag […].
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/1065
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
Dienst Toeslagen
(gemachtigde: mr. R. Dammar).
Samenvatting
1. Eiser heeft op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) verzocht om een tegemoetkoming in verband met de huurtoeslag over 2013. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen recht heeft op een tegemoetkoming. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Wht. Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met het besluit van 6 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 februari 2026 op het bezwaar van eiser is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. De gemachtigde van Dienst Toeslagen was niet aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
De hzk [_a603905c-2b8e-43bc-af52-12184c041fc2] -regeling
3. De hzk-regeling is gemaakt voor fouten die de Belastingdienst/Toeslagen in het verleden heeft gemaakt bij de huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Het gaat om de situatie waarin iemand institutioneel vooringenomen is behandeld of waarin iemand een persoonlijke betalingsregeling of schuldenregeling is geweigerd, omdat hem een onterecht stempel O/GS[_3875e18c-2162-4cdd-a402-42d55552cf74] was gegeven. Alleen mensen bij wie zo’n fout is gemaakt, hebben recht op een tegemoetkoming vanuit de hzk-regeling. De wettelijke regeling is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
De standpunten van partijen
4. Dienst Toeslagen stelt zich op het standpunt dat eiser geen recht heeft op de hzk-regeling, omdat de Belastingdienst in zijn geval niet institutioneel vooringenomen heeft gehandeld en eiser niet een onterechte O/GS-stempel heeft gegeven. Om dat te beoordelen heeft de Dienst Toeslagen verschillende controles uitgevoerd in zijn computersysteem. Het is gebleken dat eiser in het verleden niet betrokken is geweest bij een CAF[_55caf8fd-8684-4fea-9d16-15474192abb2]-onderzoek bij de huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget. Zijn BSN is opgezocht en vergeleken met alle BSN’s van de mensen die in de CAF-onderzoeken aanwezig zijn. Eiser komt niet voor op de lijst.
5. Eiser wil erkend worden als slachtoffer van de toeslagenaffaire en daarom verzoekt hij hem een schadevergoeding toe te kennen. Volgens hem is hij institutioneel vooringenomen behandeld en heeft hij een O/GS-kwalificatie gekregen. Hij voert aan dat sprake is van ongelijke behandeling tussen gedupeerden die kinderopvangtoeslag ontvingen en gedupeerden die huurtoeslag ontvingen. Hij betoogt dat in beide gevallen echter hetzelfde leed is berokkend.
De redenen voor de beslissing van de rechtbank
6. De rechtbank overweegt dat Dienst Toeslagen zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als aanvrager van huurtoeslag. Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat eiser geen O/GS-kwalificatie had en dat hij niet betrokken was bij een CAF-onderzoek. De rechtbank heeft geen redenen om daaraan te twijfelen. Uit dat wat eiser heeft aangevoerd en de stukken in het dossier blijkt namelijk niet dat de Belastingdienst eiser vooringenomen heeft behandeld of eiser heeft aangemerkt als iemand die met opzet of als gevolg van grove schuld fouten heeft gemaakt bij het aanvragen van huurtoeslag. De Belastingdienst heeft in 2013 weliswaar huurtoeslag teruggevorderd, maar dat had te maken met het vermogen van eiser. Hij heeft daar bezwaar tegen gemaakt, omdat het vermogen bestond uit smartengeld. Hij heeft daarover ook informatie verstrekt. In beroep heeft de rechtbank eiser in het gelijk gesteld. Als gevolg daarvan heeft de Belastingdienst het besluit herzien en eiser alsnog huurtoeslag toegekend. Die is in 2016 ook aan hem betaald. Omdat er in de situatie van eiser geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of een O/GS-kwalificatie is zijn situatie anders dan de situatie van slachtoffers van de kinderopvangtoeslag. Er is daarom geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen tegemoetkoming krijgt. Omdat eiser geen gelijk krijgt, krijgt hij het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Bijleveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wetgeving
Wet hersteloperatie toeslagen
Artikel 2.16
1. De Dienst Toeslagen kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een huurtoeslag […], indien:
- ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen;
- hij hierdoor schade heeft geleden; en
- hij betrokken is geweest bij een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators.
Artikel 2.171. De Dienst Toeslagen kent aan een aanvrager van een huurtoeslag […] ambtshalve een tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag […] of op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de huurtoeslag […] heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard omdat aan de aanvrager geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag […].
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.