Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Oost-Brabant, 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:5689Zaaknummer 12138886 TT VERZ 26-149
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12138886 TT VERZ 26-149
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
CBM. Afwijzing verzoek OBS vanwege l/g toestand. Geen onderbouwing voor deze grondslag. Volgt intrekking bereidverklaring bewindvoerder omdat deze niet mee wenst te werken aan het instellen van een bewind op grondslag verkwisting/PS.
De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot onderbewindstelling af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.G.P.A. Burghoorn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026. |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger
beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan
of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledige tekst
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer: [belanghebbende]
datum: 6 augustus 2026
[belanghebbende]
beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van
[verzoeker 2],
gevestigd te [adres],
hierna te noemen: verzoeker,
en
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], [geboorteplaats], op [geboortedatum]
wonende te [adres],
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met bijlagen, waaronder de bereidverklaring en het (aanvullend)
plan van aanpak bewind van de voorgestelde bewindvoerder, [bewindvoerder]
. ontvangen op 13 maart 2026;
- de e-mail van de voorgestelde bewindvoerder van 21 juli 2026.
Ter zitting van 26 juni 2026 is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, zonder
bericht van verhindering, niemand verschenen. Ter zitting van 20 juli 2026 zijn
de voorgestelde bewindvoerder en een tolk verschenen. Betrokkene is opnieuw, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. De griffier heeft op de zitting van 20 juli 2026 aantekeningen gemaakt.
beoordeling
Het verzoek strekt tot het instellen van een bewind over het vermogen van betrokkene op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:431, lid 1 sub a, van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter
een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als betrokkene toebehoren of zullen toebehoren voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter stelt voorop dat een bewind uitsluitend bedoeld is ter bescherming
van de betrokkene. De vraag in deze zaak is of er voldoende redenen zijn om een bewind
in te stellen op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand. Het is aan verzoeker
en betrokkene om voldoende concrete feiten en omstandigheden aan te voeren die een bewind op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand rechtvaardigen.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand die het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene op die grond noodzakelijk maakt. Betrokkene heeft de gelegenheid gekregen om op de zittingen van 26 juni 2026 en 27 juli 2026 het verzoek, haar standpunt en de eventuele lichamelijke of geestelijke toestand nader te onderbouwen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
De kantonrechter heeft zelf geen inschatting kunnen maken van de toestand van betrokkene, omdat betrokkene niet aanwezig was en er geen medische of andere informatie is overgelegd, waaruit de lichamelijke of geestelijke toestand zou kunnen blijken. Ook heeft betrokkene nu geen antwoord kunnen geven op de vraag waarom ze tijdens het vorige bewind (ambtshalve opgeheven in juli 2023) Nederland heeft verlaten en de bewindvoerder daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. De kantonrechter is er niet van overtuigd geraakt dat deze – ongewenste - situatie zich niet nogmaals voor zou kunnen doen nu betrokkene gedurende twee jaar niet ingeschreven heeft gestaan in Nederland.
De kantonrechter heeft de voorgestelde bewindvoerder de gelegenheid geboden om na de zitting alsnog een lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene aan te tonen, maar in de email van de voorgestelde bewindvoerder van 21 juli 2026 is enkel gewezen op het feit dat betrokkene eerder onder bewind heeft gestaan (ktr: i.v.m schulden en tijdens dat bewind naar het buitenland is vertrokken), er een ontruiming is geweest aan haar adres, betrokkene afspraken niet nakomt en dat zij de Nederlandse taal niet beheerst. Dat is niet voldoende om de toestand van betrokkene te onderbouwen.
Vervolgens heeft de voorgestelde bewindvoerder haar bereidverklaring ingetrokken, omdat ze niet mee wenst te werken aan het instellen van een bewind op de grondslag verkwisting of het hebben van problematische schulden, hetgeen in deze zaak ook een mogelijkheid zou zijn geweest. Nu er geen bereidverklaring van een bewindvoerder meer ligt en het niet aan de kantonrechter is om op zoek te gaan naar een andere bewindvoerder, zoals de voorgestelde bewindvoerder suggereert, is het verzoek niet meer compleet.
Gezien al het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot onderbewindstelling afwijzen.
De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot onderbewindstelling af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.G.P.A. Burghoorn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026. |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger
beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan
of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.