Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Oost-Brabant, 3 augustus 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:5522Zaaknummer 25/3755

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
3 augustus 2026
Publicatiedatum
6 augustus 2026
Zaaknummer
25/3755
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen omgevingsvergunning voor de bouw van drie woningen. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.A. Maarschalkerweerd, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Duin, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026.

de griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Samenvatting
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/3755

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats],

eiseres,

(gemachtigde: mr. A.C.Z. van Beijsterveldt),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze en Leende,

het college,

(gemachtigde: mr. M. Stoof en [gemachtigde]).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] uit [plaats]

(gemachtigde: mr. J. van Berkel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep tegen een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van drie woningen met ontsluiting aan de [adres]. Eiseres is het niet eens met de vergunningverlening. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 18 november 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit tot vergunningverlening gebleven.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres met haar gemachtigde, de gemachtigden van het college en [naam] namens de derde-partij vergezeld van de gemachtigde van de derde-partij.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

  • Op 19 december 2024 heeft [derde belanghebbende] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van drie woningen met ontsluitingen aan de [adres] ter hoogte van nummer [adres] te [adres], kadastraal bekend als [kadastraal nummer].
  • De aanvraag ziet op het realiseren van drie woningen en het maken of veranderen van uitwegen voor de ontsluiting van parkeerplaatsen en achtererven via een looppad naar de [adres]. De aanvraag is op 6 mei 2025 aangevuld en vervolgens beoordeeld aan de hand van het geldende omgevingsplan en de relevante aspecten, waaronder welstand, bodem, parkeren, uitwegen en bomen.
  • De Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft het plan op 27 mei 2025 onder voorwaarden akkoord bevonden. Deze voorwaarden zijn als voorschriften aan de vergunning verbonden. Ook zijn voorschriften opgenomen over onder meer parkeren en bodem.
  • Bij besluit van 5 juni 2025, met kenmerk [kenmerk], heeft het college van de gemeente de omgevingsvergunning verleend. Tegen dit besluit is door eiseres bezwaar gemaakt.
  • Met het besluit van 18 november 2025 heeft het college het advies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften A2-Gemeenten (bezwarencommissie) volledig overgenomen. Het advies maakt integraal onderdeel uit van de beslissing op bezwaar. Het college heeft besloten het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het primaire besluit van 5 juni 2025 in stand te laten.

Looppad

3.1.

Eiseres stelt dat het looppad naar de [adres] mogelijk een openbaar pad wordt. Hoewel door vergunninhouder is aangegeven dat er een afsluitbare poort zal worden geplaatst aan het mandelige pad van de nieuwbouwwoningen, verzoekt eiseres deze afspraak juridisch te borgen, bij voorkeur als voorschrift in de omgevingsvergunning. Als dat niet mogelijk is, vraagt zij om een officiële verklaring van de vergunninghouder waarin wordt bevestigd dat de afsluitbare poort wordt geplaatst en in stand blijft.

3.2.

Het college voert aan dat de beroepsgrond over het looppad in de kern een herhaling vormt van hetgeen eiseres in bezwaar heeft aangevoerd. Eiseres heeft deze grond in beroep niet wezenlijk nader onderbouwd. Het college verwijst daarom op dit punt naar de beslissing op bezwaar en het integraal overgenomen advies van de bezwarencommissie.

3.3.

Met het college is de rechtbank van oordeel dat zowel de aanvraag als de verleende omgevingsvergunning niet ziet op het toestaan van een (openbaar) voetpad tussen de voor- en achterzijde van de te bebouwen percelen. Een openbare verbinding kan daarom ook geen onderwerp van geschil zijn en er bestaat ook geen juridische basis daarvoor een voorschrift in de omgevingsvergunning op te nemen.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Rabatstrook

3.4.

Eiseres stelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat de voorziene parkeeroplossing onvoldoende waarborgen biedt om parkeeroverlast te voorkomen. Omdat niet alle benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, wordt deels gebruikgemaakt van openbare parkeerplaatsen, die ook door derden kunnen worden gebruikt. Volgens eiseres bestaat daardoor het risico dat opnieuw op de rabatstrook bij haar woning wordt geparkeerd, zoals eerder bij het voormalige takelbedrijf, hetgeen destijds leidde tot overlast en onveilige situaties. Zij voert aan dat de gemeente eerder heeft aangegeven hiertegen niet te kunnen handhaven en acht de huidige toezegging dat zo nodig zal worden gehandhaafd of aanvullende maatregelen zullen worden genomen onvoldoende. Eiseres verzoekt daarom om vooraf maatregelen te treffen om nieuwe parkeeroverlast te voorkomen. Daarnaast stelt zij dat, ondanks meerdere overleggen met de gemeente, nog geen oplossing is bereikt en dat zij onvoldoende wordt betrokken bij het proces. Volgens eiseres had moeten worden afgeweken van de geldende parkeernormen in die zin dat meer parkeerplaatsen hadden moeten worden voorgeschreven in de vergunning.

3.5.

Het college stelt dat de rabatstrook en eventuele verkeersmaatregelen in de openbare ruimte geen onderdeel uitmaken van de verleende omgevingsvergunning. Volgens het college voldoet het bouwplan aan de parkeereis uit het omgevingsplan, nu feitelijk vier parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, terwijl drie parkeerplaatsen zijn vereist. De realisatie en instandhouding daarvan zijn bovendien als voorschrift aan de vergunning verbonden. Volgens het college ziet de vrees van eiseres voor toekomstige parkeeroverlast op mogelijk feitelijk gebruik van de openbare ruimte en niet op de rechtmatigheid van de vergunning. Ook is volgens het college geen sprake van een concrete en ondubbelzinnige toezegging waarop eiseres mocht vertrouwen. Uit de gevoerde gesprekken en correspondentie blijkt slechts dat mogelijke oplossingen zijn onderzocht. Daarnaast dateren enkele door eiseres aangehaalde stukken van na het bestreden besluit en kunnen deze de rechtmatigheid daarvan niet aantasten. Daarom kan deze beroepsgrond volgens het college niet slagen.

3.6.

De rechtbank is met het college van oordeel dat de discussie over de verkeersinrichting van de openbare weg los staat van de vergunningverlening voor het bouwplan. De aanvraag is beoordeeld aan de hand van de toepasselijke regelgeving. Aan de parkeereis uit het omgevingsplan (artikel 8.1.1, onder b, van de planregels) wordt voldaan. Daarbij is van belang dat het vergunde bouwplan feitelijk voorziet in vier parkeerplaatsen op eigen terrein, terwijl de planregel drie parkeerplaatsen op eigen terrein voorschrijft. De realisatie en instandhouding van de noodzakelijke parkeerplaatsen is in de vergunning geborgd. De beroepsgrond over parkeren op de rabatstrook, verkeersveiligheid en gestelde toezeggingen kan daarom niet leiden tot vernietiging van de beslissing op bezwaar.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.A. Maarschalkerweerd, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Duin, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026.

de griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.