Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Oost-Brabant, 21 oktober 2025

ECLI:NL:RBOBR:2025:6787Zaaknummer 25/2175

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
24 oktober 2025
Zaaknummer
25/2175
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Regeling opvang ontheemden Oekraïne, alleenstaande minderjarige ontheemde, begeleider, belanghebbende.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Vos, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/2175

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, het college.

Inleiding

1. Verzoekster heeft op 3 september 2025 een bezwaar ingediend en een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de behandeling van het bezwaar tegen de feitelijke weigering opvang te bieden aan het kleinkind van verzoekster.

1.1.

Het college heeft op 4 september 2025 laten weten dat zij verzoekster en het kleinkind tijdelijk huisvesten in hotel Fletcher te [woonplaats]. Verzoekster heeft daarop het verzoek ingetrokken en verzocht om het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat zij aanleiding zien om het verzoek om proceskostenvergoeding toe te wijzen.

1.3.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_0339f255-5d04-422e-87d7-d022282b1844]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Is verzoekster wel belanghebbende?

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is ingediend door verzoekster op persoonlijke titel. De feitelijke weigering ziet op het gestelde één jaar oude kleinkind van verzoekster. Verzoekster zelf beschikte al over opvang. Dit roept de vraag op of verzoekster wel een rechtsmiddel kan aanwenden tegen een feitelijke weigering die niet op haar zelf ziet. In aanmerking genomen dat het hier gaat om een minderjarige, geldt bovendien als uitgangspunt dat diens belangen worden vertegenwoordigd door de wettelijke vertegenwoordiger[_4b10f3e3-b7b0-4316-8dae-881a8551e3b0]. Wie dat in dit geval is, kan de voorzieningenrechter niet op basis van de beschikbare stukken vaststellen. De door verzoekster overgelegde volmacht van de gestelde moeder is niet vertaald. Anderszins wordt door verzoekster gesteld dat het kleinkind zonder wettelijke vertegenwoordiger in Nederland verblijft. Dit betekent dat het kleinkind een alleenstaande minderjarige ontheemde is in de zin van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Verzoekster wil daarbij kennelijk de rol van begeleider in de zin van diezelfde Regeling vervullen[_8f6e5283-fc38-4488-aad9-4a43745d5ef9]. In aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter uit de gedingstukken niet heeft kunnen afleiden dat de burgemeester al een melding had gedaan bij Nidos of anderszins sprake was van betrokkenheid van Nidos, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verzoekster als belanghebbende aan te merken zo lang niet duidelijk is hoe de belangen van de minderjarige anderszins behartigd kunnen worden.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

4. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_38016fd5-6adb-4a85-bf02-a44593e20fd9]

4.1.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.[_9228ae8e-a482-403c-b6f9-e5bb139ca048]

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

5. Het college is met het bieden van tijdelijke huisvesting aan verzoekster en het kleinkind tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.[_14db6371-4e16-4508-b268-c1c7672c1f15] Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.[_c5bfafe0-1446-4ac5-8e6c-d5ba4b5ca005] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.

5.1.

Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

6. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 907,- bedragen. Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet het college de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 194,- kan vergoeden.[_0b071056-4d92-4a94-82be-3fd4d9b9c0e5] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Vos, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.